Augustinus en het exoterische Christendom

‘De wijze van voorstellen van Augustinus zei hem, dat met het Christus gebeuren andere verhoudingen ingetreden waren voor de naar de geest op zoek zijnde zielen dan voorheen. Voor hem stond vast, dat in Christus Jezus in de uiterlijke historische wereld is geopenbaard wat de mysticus door de voorbereiding in de Mysteriën zocht.
Augustinus in de geschiedenis van het denken

Ik citeer uit Rudof Steiners ‘Raadsels van de Filosofie’
‘Als een voorverkondiging toont zich bij Augustinus (354 – 430) een nieuw element dat het gedachtenleven uit zich zelf voortbrengt, om dan weer onmerkbaar verder te stromen in het dit overdekkende religieuze voorstellen, en dan pas in de late middeleeuwen duidelijker naar voren te komen. Bij Augustinus is het nieuwe als een herinnering aan het Griekse gedachtenleven. Hij kijkt om zich heen en in zich en zegt: Alles kan dan onzekerheid en vergissing geven wat de wereld openbaart, – aan een ding kan niet worden getwijfeld: aan de zekerheid van het beleven van de ziel op zich. Dat ontvang ik door geen waarneming die me op een dwaalweg kan brengen; ik ben zelf daarin; en dat is, want ik ben zelf erbij wanneer het zijn daaraan wordt toegeschreven.
Een verdergaande bekering van Augustinus

Augustinus geeft in het tiende boek een prachtige beschrijving van zijn weg van buiten naar binnen, uitmondend in een overweging van het zuivere denken. Dan volgt een onderzoek van het geheugen en tenslotte deze bekering. De beschrijvingen zijn te uitvoerig om hier weer te geven, maar zijn werkelijk het lezen waard! Hier alleen het slot.
De bekering van Augustinus

Deze week en de volgende week citeer ik twee punten van bekering in het leven van Augustinus, zoals hij die zelf in zijn ‘Bekentenissen’ beschrijft.
Augustinus leert Faustus kennen

In deze ‘filosofische reflecties’ deel ik bepaalde gedachten van anderen, hetgeen niet vanzelfsprekend betekent dat ik de juistheid van die gedachten onderschrijf. Ik citeer hier uit de Belijdenissen van Augustinus, omdat het intrigerend is, deel te hebben aan de gedachten van deze grote Kerkvader.
Augustinus en het Manicheïsme III

In een lezing in 1914 (GA 156, okkultes Lesen und okkultes Hören) spreekt Rudolf Steiner over het Manicheïsme. Hij zegt dat de kracht van de oude helderziendheid geleidelijk afnam in de periode na het Mysterie van Golgotha, en door deze vermindering werd het steeds moeilijker om de volle betekenis van dit Mysterie te doorschouwen, evenals het gehele wezen van Christus zelf. Wanneer je Hem zou kennen in zijn volle heerlijkheid, dan zou dat betekenen dat je Hem kent als een kosmische goddelijk hemels wezen.
Augustinus en het Manicheïsme II

Naast het boek ‘Belijdenissen’ van Augustinus is er ook het boek ‘Contra Faustum’. In dit boek verwerpt Augustinus de leringen en overtuigingen van een manicheïsche bisschop, Faustus genoemd. Het boek bestaat uit 33 hoofdstukken, telkens beginnend met een uitspraak van Faustus, gevolgd door de weerleggingen van Augustinus, die gedurende tien jaar zelf Manicheeër was, maar die de gemeenschap verlaten had en zich ertegen keerde. We kunnen deze teksten lezen met de kennis die we in onze tijd van het Manicheïsme kunnen hebben, tevens met de kennis die we dankzij de voordrachten van Rudolf Steiner hebben.
Augustinus en het Manicheïsme

Het Manicheïsme is door de eeuwen heen vooral bekend geweest door de beschrijvingen van de tegenstanders. Belangrijke bron van de strijd van de katholieke kerk tegen de ketters is het boek ‘Confessiones’, de Belijdenissen van Augustinus. Hij was gedurende tien jaar lid van de gemeenschap van de Manicheeërs, maar we krijgen van hem geen beeld van hoe hij het in die tien jaar positief moet hebben beleefd. We krijgen slechts een beeld van het Manicheïsme, zoals hij dat moest zien nadat hij zich had bekeerd, ervan af had gekeerd. In deze negatieve schildering zien we het fenomeen van de wisseling van beoordeling, van een vurige bekentenis naar een heftig zich verweren ertegen.
Epifanie – 6 januari

Er was eens een jonge man die geroepen was om de mensen te leren dat ze goed moesten zijn. De mensen waren verrast door zijn vurige taal en zijn vriendelijk-strenge voorbeeld. Ze wilden allemaal wel zijn zoals hij was en daarom kwamen ze van dichtbij en van ver om hem te horen. Dan konden ze een besluit nemen… en als ze besloten hadden dat ze mee wilden doen met het goed zijn, dan lieten ze zich dopen met het water uit de rivier waarbij de goede jonge man stond terwijl hij zo vurig sprak….
Kerstverhaal

En sindsdien heeft iedereen dat hart bij zich omdat het zo groot is dat het in iedereen straalt en je kan het altijd vragen, omdat het helpt dat je geen pijn voelt, niet verdrietig bent, niet bang bent. Daarom zijn we met kerstmis altijd blij, omdat we een verjaardag vieren van dat kindje met het grote lieve hart, dat zo groot is dat je het aan de hemel kunt zien als een ster en kunt horen als een engelenkoor.