Het objectieve Ik

Met enige moeite zal iedereen het objectieve Ik in zich kunnen vinden. Het weet wat goed is, wat waar is, wat geliefd zou moeten zijn – maar het spreekt onvoldoende luid. Het ligt bedolven onder mode, trends, weten van allerlei aard – en het laat zich niet zomaar uitgraven. We zullen een punt moeten vinden waar het altijd te vinden is, bij iedereen die dat wil, zonder uitzondering.
Hoe subjectief is het ‘IK’?

Wanneer je je verdiept in het fenomeen van het menselijke Ik komt onmiddellijk de vraag op wie dat ik dan wel zou moeten onderzoeken. Wetenschappelijk kan een onderzoek alleen dan zijn, als het een objectief karakter draagt. Het Ik is het subject zelf, dus kan het eigenlijk niet onderzocht worden – behalve in algemene zin. Maar dat is onzinnig, want het kenmerk van het Ik is nu juist het volstrekt individuele. Dat zou betekenen dat een onderzoek van het Ik onmogelijk is, omdat het enerzijds altijd subjectief zal zijn, anderzijds subjectief moet zijn.
Proces en Inzicht

Belangrijk zou echter zijn dat de mens echt vanuit inzicht ook daarover zou kunnen beslissen: Een mens heeft vermogen tot inzicht, een computer, hoe geavanceerd ook, kan tot schijnbaar onnavolgbare intellectuele prestaties worden gebracht – inzicht zal het apparaat niet kunnen hebben, ook niet met ‘biochips’ of wat er in de toekomst nog allemaal verborgen ligt. Waarom niet? Inzicht berust niet op een procedure, een proces, maar is een genadevolle opening voor de geest, een ‘epifanie’. Elk inzicht, al is het nog zo eenvoudig, overstijgt elke procedure – hoewel het eruit voort komt. Inzicht is intuïtie van de geest. En het werktuig van de geest is het “IK”.
Ik ben en het DNA is

Terwijl ik dacht over het DNA onderzoek trof me een gelijkenis tussen de vaagheid van de kennis over het eigen ‘ik’ en de kennis over het eigen DNA – maar tevens trof mij een groot verschil.
Het ‘ik’ en het DNA

Wanneer je deze waarneming van het eigen ik in samenhang tracht te brengen met een biologisch wetenschappelijke theorie van het menselijk lichaam, dan zou het erop neer kunnen komen dat je een soort van algoritme – dat wil zeggen een programmering van die totaalheid, van die gecompliceerde organische, psychologisch- geestelijke entiteit die je bent – zou kunnen vinden in de genen. Preciezer gezegd: in de structuur van het DNA.
De betekenis van het ‘ik’

Het woord ‘ik’ wordt natuurlijk helemaal niet steeds bewust gebruikt. Je gebruikt het als een soort reflex, ook in je innerlijke gedachteleven. Maar daaraan ten grondslag ligt natuurlijk toch wel een gewaarwording waar het ‘ik-zeggen’ op berust. Het is voor de levensinstelling van groot belang welke betekenis je aan het ‘ik’ hecht.
Het IK en het egoisme

Wanneer je je begint te verdiepen in de betekenis van het ik, dan blijken er vele elkaar uitsluitende opvattingen over te bestaan. Daarbij komt nog dat aan het woord ‘ik’ het oorspronkelijke Latijnse woord ‘ego’ kleeft en dat de meeste mensen ‘egoisme’ geen fraaie eigenschap vinden.
Adam Kadmon

In de Kaballah, die zijn oorsprong vond in de esoterische joodse religie, vinden we de uitbeelding van de relatie tussen het eeuwige, het onsterfelijke heelal dat God is, en het eindige sterfelijke waarin wij leven, dat gezien wordt als Gods Schepping. Deze goddelijke schepping wordt Adam Kadmon genoemd. Maar we moeten hier niet denken aan de Adam die met Eva verjaagd werd uit het paradijs (Genesis 3), maar aan de oorspronkelijke Adam in het Paradijs. De mens die leeft op de aarde, na de uitdrijving uit het paradijs, heeft drie goddelijke eigenschappen verloren. Adam Kadmon stond door die drie eigenschappen naast God, het zijn: wijsheid, heerlijkheid en onsterfelijkheid.
Zarathustra

In de esoterische traditie wordt de werkelijke, oorspronkelijke incarnatie van Zarathustra veel eerder gezien, namelijk vijf- tot zesduizend jaar voor Chr. De latere bekende incarnatie van Zarathustra moet dan worden gezien als een zwakkere herhaling van de oorspronkelijke grootsheid. In de originele leer bracht Zarathustra aan de mensheid het inzicht dat de natuur de neiging in zich draagt om alles geleidelijk aan op een lager plan te brengen. Een langzame decadentie komt tot stand vanuit de krachten van de natuur. Daar is een wezen mee verbonden, dat genoemd wordt ‘Ahriman’. Maar de mens draagt in zich een kracht om juist in zichzelf steeds hogere trappen te bereiken, en terwijl hij dit doet, brengt hij ook de natuur op een hoger plan. Zo kan hij het wilde dier bijvoorbeeld van zijn wildheid bevrijden. Dit vermogen komt ook van een wezen, dat door Zarathustra ‘Grote Aura’ genoemd wordt, Ahura Mazdao. De mens is geplaatst in dit dualisme.
Wijsheid en vakmanschap

De mens is geboren om vaardigheden te ontwikkelen, vakmanschap dat ver uitgaat boven wat de hersenen doen, want vaardigheden strekken zich uit tot in de ledematen en de handen worden als het ware ‘vol van brein’, ‘vol van bewustzijn’. Is dat niet een geweldige bewustwording? In zekere zin zou je kunnen zeggen dat vaardigheid meer is dan kennis. Zo zouden we bijvoorbeeld met verwondering kunnen kijken naar een metselaar die een bijzondere kennis van het materiaal heeft dat hij gebruikt en bij wie deze kennis reikt tot in zijn handen, zijn vingers.