Magnificat

Nu heb ik het geestgeschenk ontvangen, maar moet de grootsheid van de ziel ontwikkelen om haar te kunnen verenigen met het kosmische Woord. De ziel moet een kleed worden voor de geest. Hier kunnen we weer een gelijkenis beleven met het ‘Magnificat’ van Maria:
Het Wereldwoord

In de lente mochten we in onze zintuigen leven, waar het Wereldwoord in beelden spreekt die we tot in de diepten van de ziel konden leiden. De gehele macht van het denken werd stil zodat het mogelijk werd om deze zintuigbeelden gewaar te worden. Het wereldwijde woord vult de diepten van onze geest zolang als we geen verstandssluier erover spinden. Onze zintuigen zelf werken tevens als een sluier, zo lang als zij gebonden blijven aan het verstand. Wanneer ze als poorten werken, waardoor de gewaarwording gaat, worden de diepten van de geest met de wijdten van de wereld gevuld en we zullen in staat zijn om dit in onszelf te vinden – wanneer de tijd rijp zal zijn.
Geestgeschenk

Het leven van de geest schijnt mij een geest geschenk te hebben gegeven. Twee weken geleden voelde ik reeds hoe het geestelijke denken naderbij kwam, nu beleef ik het als een geschenk. De wereldgeest weeft in mij de wereldgedachten. Ik mag dit geestgeschenk echter niet naar buiten brengen, het moet in het innerlijk worden behoed. Het zijn geen heldere verstandgedachten, het is een vermoeden. Dit vermoeden vertelt mij dat ik dit geschenk voor mijzelf moeten houden, want alle goddelijke gaven moeten in de diepten van mijn ziel rijpen. Alleen zo kunnen ze vrucht brengen voor mijn zelf.
Sluier

Nu ben ik zo ver verwijderd van mijn zelf dat ik het weven van de Geest kan voelen in het licht van de wereld, in de schijn. Het verschijnt niet aan mij in een helder denken, het lijkt in een betovering te verschijnen. Deze wevende Geest heeft een sluier getrokken zo, dat ik deze niet in zijn ware wezen kan vatten. Mijn zintuigen zijn deze sluier, zij verdekken mijn ware wezen. Maar alleen door dit versluierd zijn wint mijn zelf aan kracht. Doordat het ik binnen de grenzen wordt gehouden groeit het juist. Het zou hiertoe niet vanuit zich zelf in staat zijn.
Werelddenken

In deze week in de zomer komt een keerpunt in ons innerlijke beleven. Tot nu toe moesten we de ziel geheel overgeven aan de waarneming met de zintuigen, waardoor we de drijfveer van ons eigen wezen verloren. Het denken werd droomachtig, het verloor zijn helderheid en werkte verdovend. Daardoor vergat ik mijzelf en leek ik mijn zelf te verliezen. Het keerpunt is nu dat we voelen hoe ons iets nadert dat ons wekt. We leven in de zintuiglijke schijn, maar daarin nadert ons het Werelddenken dat ons zal wekken.
Vurige werelden van de geest

Het waarnemen met de zintuigen is nu de belangrijkste activiteit. Ik heb mijn persoonlijke gedachten, mijn wil en mijn gevoelens volledig overgegeven aan de zuivere hoogten van de zintuigen. Mijn ziel heeft nu geen persoonlijke inhoud meer. In plaats daarvan beginnen de vlammen van de vurige werelden van de geest in mijn ziel te spreken. In de zintuiglijke hoogten mag ik het ware wezen van de geest voorvoelen. In de diepten van de geest kan ik zoeken hoe ik verwant ben aan de geest met de geest – zo spreekt tot mij het Waarheidswoord van de Goden.
Johannes

De overgave aan de wereld wordt dieper en dieper. Denken, willen en voelen van de ziel waren al geheel overgegeven aan het kosmische al. Nu komt de mogelijkheid om nog dieper te gaan in de overgave, doordat de diepste goddelijke krachten van het eigen leven worden vrijgemaakt. Ze worden ontbonden tot een wereldvlucht, een vlucht in de wereld. Alle bewuste inhouden van de ziel verliezen we nu, ze blijven in het fysieke lichaam op aarde achter. Wij behouden slechts het Zelf, dat in het wereldlicht en de wereldwarmte van de kosmos te vinden is.
Het zonneuur

Het denken, voelen en willen leven nu in volledige overgave aan de wereldwijde kosmische ruimte, zij hebben zich totaal uit het zelf losgemaakt. In de komende weken zal zich dit stabiliseren, het blijft – in verscheidene toestanden van de ziel – bestaan tot de 24e juni, het Johannesfeest. Daarna komt de metamorfose naar het feest van het begin van de herfst, het Michaelfeest.
Jou voelde zojuist een goddelijk wezen

Nu naderen we de zomer. We raken eraan gewend om steeds meer naar buiten te kijken en we zien hoe de zon hoger en hoger staat, hoe de dagen lengen, hoe de nachten steeds korter worden. We zijn er niet aan gewend om te voelen dat we zelf met ons voelen mee gaan met het stijgen van de zon, hoe onze gevoelens ook wijd worden in de ruimte. We zijn eraan gewend om ons afgescheiden te voelen van de uiterlijke wereld.
Verlies je om jezelf te vinden

Nu breekt de tijd aan waarin ik niet alleen mijn heldere denken moet opgeven, maar tevens mijn eigen wil moet leren vergeten. Wat ik wil doen, wat ik nodig heb, waarnaar ik verlang – het moet worden vergeten. Alleen dan kan de warmte van de zomer die in aantocht is mijn geest en ziel vervullen. Ik kan dat steeds weer innerlijk oefenen: mijn ziel en geest met de warmte vervullen die ik ken van de uiterlijke zomerwarmte; niet alleen mijn fysieke warmte voelen, maar tevens mijn spirituele warmte. Ik moet leren om mijzelf in het licht te verliezen. Als ik bij mijn gewone zelf blijf kan ik slechts het materiële zien, de fysieke wereld. Ik voel heel krachtig dat ik alleen dan mijn ware wezen kan vinden als ik bereid ben om mijn gewone zelf los te laten, te verliezen. Het is niet het gewone bekende alledaagse denken dat mij dit verkondigt, het is het voorvoelen, het vermoeden.