Het leven genieten

Het probleem van de dementie wordt groter. Volgens bepaalde statistieken zou 20 procent van de westerse bevolking in de toekomst dementie krijgen – dat is heel, heel veel. Onderzoekingen in bevolkingen waar dementie zeldzaam is, en in bepaalde sociale  groepen in de westerse samenleving die weinig dementie vertonen zullen duidelijk maken waar de oorzaken voor dit toegenomen risico liggen.

Alzheimer

Er wordt gezegd dat 70% van alle dementie berust op de ziekte van Alzheimer. Deze vorm van dementie wordt gezien als een ziekte op basis van veranderingen in het zenuwstelsel van de hersenen. Deze veranderingen zijn manifest, maar de wetenschappers zijn niet zeker over de waarheid van hun veronderstellingen.

Dementie

Nadat ik twee weken teksten geschreven heb over de positieve kant van het ouder worden, vraagt een gevoel voor evenwicht naar de andere kant van het beeld. Omdat we hier de ziel en de geest bekijken, zal ik naar deze kant van het ouder worden kijken – voor zover dit ouder worden problematisch kan zijn. In oktober en november zal ik twee voordrachten over dementie geven, een in Amsterdam, de andere in Bern. Daarom verzamel ik mijn kennis over deze aandoening van de relatie tussen ziel, geest en lichaam.

De geest ziet de geest

We zaten op een terras in de zon met een glas koel water. Een echtpaar betrad het terras. Eerst kwam de vrouw, ik denkt dat ze 85 was. Ze moest drie trapjes omhoog om het terras te bereiken en deed dit perfect. Achter haar kwam haar man, op het eerste gezicht zo’n 95 jaar oud. Hij moest zich veel meer moeite doen om deze drie trappen te overwinnen en deed het met een looprek dat opvouwbaar was. Nadat hij het terras had betreden en het tafeltje bereikte, vouwde hij het rekje op en vond zijn plaats op een oncomfortabele houten stoel. Terwijl hij zich deze moeite deed maakte hij grappen met de mensen waar hij langskwam. Nadat hij was gaan zitten sprak hij levendig met zijn vrouw, ze bestelden drankjes, hadden een lang gesprek met het meisje dat de bestelling opnam en enige tijd later kwam er een andere oudere vrouw het terras op en voegde zich bij hen. Blijkbaar wilden de dames naast elkaar zitten en naar de zee kijken – en dus stond de man op, verplaatste zich van stoel naar stoel naar de andere kant van de tafel en nam weer geanimeerd deel aan de conversatie. Weer een tijdje later kwam er een jongere vrouw vrolijk aan tafel. Ze was in het gezelschap van drie opgroeiende meisjes, alle drie heel mooi . De oude man keek met tevredenheid naar hen… Ze kwamen een voor een naar hem toe en omhelsden hem hartelijk.

De geest van het ouder worden

Als we het menselijke wezen zouden zien als een levend wezen en het bekijken alsof het niet met ons zelf te doen heeft, dan zouden we een nogal gecompliceerd fysiek organisme zien dat aan de top van de evolutie lijkt te staan. In de jeugd is het mooi en het leert heel veel; later stabiliseert het en houdt de kennis actueel; dan komt het langzamerhand in verval, wordt minder mooi, handelt langzamer, totdat de dood volgt.

Adam Kadmon – 2

Ongeveer twee jaar geleden schreef ik over Adam Kadmon en met Pinksteren, in 2015, gaf ik een seminar in het Berner Oberland met als titel: Het zuivere denken en het opstandingslichaam. In dit seminar werd het wezen van Adam Kadmon duidelijk, en wel hoe het in de anthroposofie wordt begrepen. De inhoud van dit seminar is nu in boekvorm uitgegeven en dit verschijnt deze week (in het Duits). Het begrip van het wezen van Adam Kadmon wordt hierin verdiept en heeft tevens een christelijke betekenis gekregen.

De Oer-vraag en het Antwoord

‘We hebben de eerste vraag gevonden, de vraag waarmee de filosofie begint. En het antwoord op die vraag hebben we niet abstract en betwijfel baar gevonden, doch als een onontkoombaar feit, gegrond op ervaring in het innerlijk boven-subjectieve en boven-objectieve denken. Hierdoor heeft de filosofie zelf een vast fundament gekregen. Het antwoord is het gewaarworden van het ik als initiator van het denken. Dit ik leeft in een krachtbron, vanwaar denken uitstroomt als metamorfose van het ik. Doch met dit ultieme antwoord leven we in een wereld waarin wij in het niets tasten. We kunnen onze wil in het denken tot het uiterste ontplooien, we kunnen het denken ten volle willen en leren het dan ook door en door kennen. Maar we hebben geen inhoud die we zouden kunnen denken in onze van de zintuigen afgewende innerlijke activiteit, die niet steeds weer onszelf bevat. Alles wat we denken zijn we steeds weer zelf. 

De Phoenix uit de as…

Het ik kan zich losmaken van zijn eigen scheppende activiteit en het geschapene bekijken. Het bekijken is dan tegelijk een waarnemen én een denkend begrijpen. De mens die dit punt in zijn bewustzijn daadwerkelijk heeft gevonden – dus niet alleen als voorstelling brengt datgene aan het licht, wat anders wél al het overige belicht, doch zelf altijd in de duisternis blijft. Wanneer het licht van het denken zichzelf beschijnt, wordt het uit de duisternis, waar het steeds als schijn wordt beleefd, verlost en tot een nieuwe waarneembare substantie, die immaterieel is, dus niet tastbaar met de lichaamszintuigen, maar wel tastbaar met het zintuig dat het ik is. Het denken als metamorfose van het ik wordt tot Zijn.

Bij de beesten af…

Natuurlijk is het altijd mogelijk om het tegengestelde van een bewering te doen – en dan nog steeds de waarheid te spreken. We zouden heel goed kunnen zeggen: mensen denken helemaal niet, de dieren zijn betere denkers dan de mensen. Kijk eens naar de bijen, wat een wonderbaarlijk zuiver denken spreiden zij ten toon door hun bij-wezen te doen. De handelingen van de dieren tonen een gecompliceerd denken. Maar voor hen is er uiteraard geen mogelijkheid tot een vrij denken. Dieren voeren het denken uit dat hen gegeven is als instinct.

Vrij worden – deel 2

Denken is een zuiver menselijke eigenschap. Het bewustzijn is gevuld met gedachten, zij gaan door, door, door, ze maken ons gelukkig, ze brengen stress, ze maken ons verdrietig. In de nacht gaan ze door, hoewel ons bewustzijn ervan verdwijnt. Alleen in dromen nemen we waar dat ze er nog steeds zijn, hoewel ze zich tonen in min of meer fantastische beelden. Op het moment van wakker worden gaat de stroom van gedachten verder, maar ze bevestigen zich aan de zintuigwaarnemingen – ze worden daardoor bijeengehouden, concentreren zich.