De Schepping volgens Plato

Volgens Plato hadden alle menselijke schepselen dezelfde kwaliteiten van het begin af aan, er was geen onderscheid. Maar omdat ziel en lichaam zijn samengevoegd ontstaat er onzekerheid en chaos, en alle begin is moeilijk. Het is een groots leerproces om het meest religieuze te worden van alle met ziel begaafde schepselen. En in de handen van de mens zelf werd gelegd om alle geschonken mogelijkheden op de beste wijze te ontwikkelen – maar er is tevens een mogelijkheid gegeven om niet al het beste te geven – en zo zet een neergaande spiraal in. Geeft het oorspronkelijk beste menselijke wezen niet het beste, dan wordt hij in alle volgende incarnaties steeds minder, en wel eerst wordt hij een vrouw(!), omdat hij in deze incarnatie niet gegeven heeft wat het beste was.

De boom der kennis – Onze zwerftocht weg van de Hof van Eden

De macrokosmos vindt de representatie in de mens, als microkosmos. De kosmische gedachten worden in het menselijke gerepresenteerd – niet in de inhoud van het denken weliswaar, maar in de levende activiteit van het denken – waarin ruimte en tijd in elkaar verweven zijn, dynamisch, instaat tot uitbreiding en inkrimping, en tot een zacht golvende beweging…

Genesis 3: De val van de mens

Dit beeld is de grondslag voor de idee van het Boze in de westerse cultuur. Het lijkt allemaal heel duidelijk te zijn, al is het een beeld, maar wanneer we de tekst bestuderen dan bevindt zich daarin een groot mysterie. De slang is het werkelijk verleidende wezen in dit beeld en het wordt niet duidelijk wie dit wezen nu eigenlijk is. Dat het een slang is, moet een diepe imaginatieve betekenis hebben. Deze slang heeft een vorm van wijsheid die tegengesteld is aan de wil van God, en de slang wil dat de mens aan zijn wijsheid deel heeft en dat zijn ogen open gaan, opdat er een van God onafhankelijke kennis van goed en kwaad mogelijk wordt. In de hof van Eden had de mens geen bewustzijn van goed en kwaad. Nu komt de verleiding om die wijsheid te ontdekken die daarmee samenhangt, waardoor de fysieke ogen open gaan. Dit betekent nu, dat de ogen ook open gaan voor het principe van goed en kwaad in Gods schepping. Onduidelijk blijft waar het Boze zijn oorsprong vindt – het is er eenvoudig.

De verbinding in de oneindigheid

Wat ik u nu nog als een abstractie voor ogen heb gevoerd, dat ligt in de Zarathoestra-aanschouwing ten grondslag aan datgene wat hij bedoelde met ‘Zaruana akarana’. We kijken naar de ene kant wat betreft de tijd naar de toekomst, naar de andere kant naar het verleden, maar de tijd sluit zich tot een cirkel. Alleen ligt deze verbinding pas in de oneindigheid. En deze zichzelf vindende slang der eeuwigheid, die uitgebeeld kan worden door de slang die zichzelf in haar staart bijt, daarin is zowel de kracht van het licht verweven, die voor ons steeds lichter en lichter straalt wanneer we naar de ene kant kijken, als ook de kracht van de duisternis die ons naar de andere kant steeds donkerder en donkerder te zijn schijnt. En wanneer we zelf midden daarin staan, hebben we zelf licht en schaduw  Ormuzd en Ahriman door elkaar gemengd. Alles is verweven in de zichzelf vindende oneindige stroom van de tijd: ‘Zaruana akarana’.

Het Boze in de leer van Zarathoestra

Zoals de mens, die slechts het zintuiglijke in het oog heeft, zich met zijn fysieke processen in het gehele wereldproces gesteld voelt – zelfs wanneer hij materialistisch denkt, maar dan toch begint te voelen – een heilige schroom kan hebben wanneer hij bijvoorbeeld door de spectraalanalyse ervaart: dezelfde stoffen die hier op de aarde zijn, bestaan ook op de verste sterren, zo voelde zich de mens in de zin van Zarathoestra met zijn geestelijke deel in de geest van een hele wereld verzonken, voelde zich daaruit geboren. En daarin ligt het betekenisvolle van zulk een geestelijke leer. (GA 60, Zarathustra 1911/01/19, vertaling MM)

Het onderscheid tussen het Goddelijke en het Demonische

Krishna beschrijft hier een toestand die er nu eenmaal is, namelijk de scheiding tussen goddelijk en demonisch. Deze feitelijke toestand is het uitgangspunt voor een innerlijke ontwikkeling naar het goddelijke, ofwel een afglijden naar het demonische.

Het Boze in de Bhagavad Gita

Als eerste ga ik te rade bij de Bhagavad Gita. Hier ligt het Boze geheel en al in de menselijke ziel, in het menselijke wezen. En we krijgen de indruk dat dit menselijke wezen tevens de mogelijkheid heeft om zich in de richting van het zuivere en het goede te ontwikkelen. In het veertiende hoofdstuk wordt gezegd:

Het Boze

Vorig jaar heb ik in deze weken in januari geschreven over het Boze. Nu komt dat thema opnieuw op door de vragen daarover van een goede vriend. Als we kijken naar de gebeurtenissen op het wereldtoneel en proberen te voelen wat mensen moeten lijden die in minder comfortabele omstandigheden zijn dan wij in Europa – ondanks alle problemen die we hebben, ook hier – zou de vraag kunnen opkomen: Waarom schiep God deze wereld met alle ellende en lijden? Zou het niet mogelijk zijn geweest voor de Almachtige God om een beter begrip te vormen en wereld te scheppen waarin we onszelf zonder een zo vergaand lijden zouden kunnen ontplooien?

Gewoon God

Ik ‘ontmoette’ hem voor het eerst toen ik ongeveer tien jaar was, misschien zelfs eerder. We brachten elke oudejaarsavond door bij mijn grootouders die al een televisie hadden. Op een van deze avonden werd er een show op de televisie uitgezonden. Het was een ‘one man show’, we genoten er van. Het was één man, begeleid door een klein orkest, die een groot theaterpubliek gedurende enkele uren vermaakte – en we lachten vanuit het oude jaar het nieuwe jaar in. Ik leerde deze vorm van humor liefhebben, een vorm die niet politiek en ook niet kritisch was. Het was een soort tragi-komische blik op de mens in het leven van alledag. De man was een grote imitator, maar hij imiteerde het leven van alledag. Hij trachtte ook om aan zijn publiek een reeds verdwijnende levensvreugde, een dankbaarheid om te mogen leven, over te dragen. Hij deed dit met een enorme energie. Zijn humor was helemaal niet intellectueel en ondanks zijn geweldige succes – de straten waren leeg wanneer hij met een theatershow op televisie te zien was – vonden sommige mensen zijn humor saai, juist vanwege deze eenvoudige humor – die ik meesterlijk vond.

De wijze oude en de pasgeborene

We kunnen aan het eind van het jaar onszelf eens de vraag stellen: Hoe ervaar ik dit einde van het oude jaar? Het oude jaar is versleten en kan ons niets meer geven – het nieuwe heeft nog geen gebeurtenissen in zich, het zal ons heel veel brengen, sommige dingen zullen we vredig ondergaan, andere dingen kunnen we bewust in vrijheid zelf voortbrengen. Maar de vraag is: maak het enig verschil of we van 18 naar 19 augustus gaan- om maar een datum te noemen, of van 31 december naar 1 januari?