De hemel op aarde

Gedurende de Advent tijd zijn de tekenen van deze komst al te beleven. Maar op Kerstavond, wanneer de sterren helder schijnen aan de nachthemel, kunnen we voelen, gewaarworden, dat de hemel voor ons open gaat, dat de hemel tot ons komt, zich vermengt met het duister en dit verlicht. De ziel, met al haar licht, baart de geest. Zowel in de innerlijke, als ook in de uiterlijke wereld komt de hemel op aarde. Het is de beste tijd die er is om een meditatie te vervullen die gebouwd wordt op dit machtige aanwezig zijn van de hemel op aarde.

Winter

De weekspreuken geven de menselijke ziel de mogelijkheid om de zuivere gevoelens gewaar te worden die behoren bij de veranderingen in de seizoenen. Er zijn waarlijke pieken daarin, waar de ziel diep de waardigheid van het menselijke wezen en de grootsheid van het samenleven met de natuur op aarde kan voelen, een samenleven ook met de wereld van de elementen, van de ziel, van de geest – met de wereld van de kosmos, de planeten, de sterren. In deze week voor de week waarin Kerstmis wordt gevierd klinkt een Prelude op het Kerst-gebeuren.

Advent

In de weekspreuken van Rudolf Steiner vinden we spreuken voor elke week van het jaar. Dank zij deze kunnen we met de seizoenen meeleven en we kunnen leren om te voelen, te ervaren, hoe de mens – ik zelf dus – eveneens vier seizoenen per jaar doorleeft. Hoewel het lichaam dit niet toont – onze bladeren vallen niet in de herfst en komen weer uit in de lente – kunnen we heel duidelijk in onze ziel als bemiddelaarster tussen geest en lichaam, maar ook tussen het levende mensenwezen en de natuur, de veranderingen in de seizoenen voelen. Zo beleven we in de lente en de zomer hoe de ziel steeds losser raakt van de gebondenheid aan het lichaam en zich steeds meer overgeeft aan de kosmos, totdat ze zo wijd is als de kosmische wereld en zo waardig kan worden dat ze een waarachtig kleed voor de geest kan worden. Ze kan dan het geestgeschenk in zich ontvangen.

Hoe vind ik de vrijheid?

In deze beschrijving wordt het heel duidelijk dat we niet alleen de mogelijkheid hebben om te denken over uiterlijke objecten, maar dat we daarnaast in staat zijn om de activiteit van ons denken nog eens met het denken te doordringen, alsof ons eigen actieve denken een object is – hoewel het een subjectieve activiteit is, dat wil zeggen, uitgaand van het subject. Op het moment dat het actieve denken object wordt dat met het denken doordrongen wordt, kunnen we gewaar worden hoe we worden verheven tot een hoger plan van het bestaan, hoe het lichaam wordt ‘vergeten’, en een denken zich ontplooit dat vrij is van het lichaam. Het is een machtige stroom van bevrijd denken, het geeft een gebied waar de ‘intuïtie’ leeft.

Schenkende deugd

Het lijkt een moraal-vrije innerlijke daad, dit vatten van de innerlijke activiteit van het denken door het denken. Het lijkt een technische, filosofische vaardigheid die kan worden verworven wanneer je maar hard genoeg poogt. Niets is echter minder waar. Om onszelf los te maken van ons innerlijke middelpunt en een plaats in te nemen op een omtrek die ook nog steeds in beweging is, vraagt om een overwinning op de angst voor het bewust verlaten van het lichaam – dat is iets wat werkelijk in overeenstemming met het sterven is. Natuurlijk is het niet de dood die erop volgt, maar het gevoel is wel zo – het verlaten van de hersenen die ons houvast zijn in het denken, in het bewustzijn. Het is de eerste afgrond die moet worden overbrugd en we hebben deugden nodig om dat te kunnen.

Het bereiken van de geest door middel van het denken

De beide andere beelden die de engel in onze ziel weeft hebben we in de afgelopen weken getracht te beleven: broederlijkheid ten aanzien van het lichamelijke leven, begrip voor het religieuze leven, ook als dit vreemd is, voor de ziel. In dit laatste rust reeds de overgang naar het denken dat de mogelijkheid in zich draagt om naar de geest te geleiden, omdat het geestelijke in de mens is. Door het denken kunnen we de werkelijkheid van de geest bereiken. Dat is een volkomen nieuw beleven. Het is niet een intellectuele bezigheid met geestelijke inhoud, niet alleen een studie van de geesteswetenschap. Hoewel deze studie noodzakelijk is betekent dit beleven nog niet een beleven van de werkelijkheid van de geest. Het is een zintuigvrij denken – een denken dat in activiteit wordt voortgebracht en dat uitsluitend in de zuivere gedachten zelf leeft – maar toch geen beleven van de geest.

Kijk naar de engelen die beelden weven in onze ziel!

In zijn profetie over de nabije toekomst geeft Steiner een tweede waarschuwing met betrekking tot wat zal gebeuren, wanneer we het werk van de engelen in onze ziel zullen verslapen. Het eerste wat hij beschreef waren de veranderingen in het gebied van de wil, waardoor geen broederlijkheid, maar juist een strijd tussen de mensen zou opkomen, de ene mens tegenover de andere. Geen liefde maar haat zou dan het leidende principe worden.

Beweging en emotie

Het is de ‘bekering’ waarover ik schreef in de blogs van de afgelopen twee weken. Niet een uiterlijke beweging is nodig; een innerlijke beweging hebben we nodig, die de diepste Christelijke emotie zal blijken te zijn, omdat deze de Logos in Zijn wederopgestane toestand ziet. De innerlijke blik op het denken moet worden gericht op het denken zelf. Daar waar het uiterlijke licht ondergaat, gaat het innerlijke licht op.

Blik op de geest

De ideeën bestaan altijd in ons omdat we ze hebben gevormd, maar het ding dat wordt waargenomen en waarover wordt gedacht blijft buiten ons denken. Als we echter het denken zelf waarnemen, wat dan tevens betekent dat we het begrijpen, dat we de idee ervan hebben, dan is het ding dat waargenomen is en gedacht is geheel en al een en het zelfde als onze geest. Het is in onze geest, het is onze geest.

De Idee van de Idee

Maar zoals de scheppende natuurkrachten “na duizendvoudige planten” er nog één voortbrengen die “alle overige bevat”, zo brengen zij ook na duizendvoudige ideeën nog één idee voort die de gehele ideeënwereld bevat. En deze idee vat de mens wanneer hij aan de aanschouwing van de andere dingen en processen ook nog die van het denken toevoegt. Juist omdat Goethes denken steeds met de voorwerpen van de aanschouwing vervuld was, omdat zijn denken een aanschouwen, zijn aanschouwen een denken was: daarom kon hij er niet toe komen het denken zelf tot voorwerp van het denken te maken. De idee van de vrijheid verwerft men zich echter slechts door de aanschouwing van het denken. Goethe heeft het onderscheid tussen denken over het denken en aanschouwing van het denken niet gemaakt. Anders was hij tot het inzicht gekomen, dat men juist in de zin van zijn wereldbeschouwing het wel afwijzen kan over het denken te denken, dat men echter toch tot een aanschouwing van de gedachtewereld zou kunnen komen. Aan het tot stand komen van alle andere voorwerpen van de aanschouwing heeft de mens geen deel. In hem komen de ideeën van deze aanschouwingen op. Deze ideeën zouden er echter niet zijn, wanneer in hem niet de productieve kracht aanwezig was om ze tot verschijning te brengen. Ook al zijn de ideeën de inhoud van datgene wat in de dingen werkt; tot een verschijnend bestaan komen ze door de menselijke activiteit. De eigen natuur van de ideeënwereld kan de mens dus slechts kennen wanneer hij zijn activiteit aanschouwt. Bij elke andere aanschouwing doordringt hij slechts de werkende idee. Het ding waarin gewerkt wordt, blijft als waarneming buiten zijn geest. In de aanschouwing van de idee is het werkende en het bewerkte geheel in zijn innerlijk aanwezig. Hij heeft het gehele proces restloos in zijn innerlijk tegenwoordig. De aanschouwing verschijnt niet meer als voortgebracht door de idee, want de aanschouwing is nu zelf idee. Deze aanschouwing van iets wat zichzelf voortbrengt is echter de aanschouwing van de vrijheid. Bij het observeren van het denken doorschouwt de mens het wereldgebeuren. Hij behoeft hier niet naar een idee van dit wereldgebeuren te zoeken, want dit gebeuren is de idee zelf. De in het overige beleefde eenheid van aanschouwing en idee is hier beleven van de aanschouwelijk geworden geestelijke aard van de ideeënwereld. De mens die deze in zichzelf rustende activiteit aanschouwt, voelt de vrijheid.