Vrij worden…

De mensen hebben zich het denken langzaamaan helemaal afgewend en denken alleen nog met de gedachten van diegenen die ze als autoriteiten hebben. De mensen moeten weer zelf denken, moeten weer beginnen, ieder afzonderlijk, zelf te denken, anders worden ze, juist wanneer ze niets van de geestelijke wereld af weten, voortdurend daardoor beïnvloed, maar in slechte zin.
Waarom is het zo hard nodig om een zuiver en zelfstandig denken te ontwikkelen?

We denken niet met Aristoteles mee omdat we de inhoud zo nodig hebben. We denken zijn gedachten mee omdat we daardoor een denkvermogen leren kennen dat weliswaar uit de oudheid komt, dat de mensheid echter nog steeds niet zelfstandig heeft ontwikkeld. Wat Aristoteles kon, kunnen wij nog steeds niet. Waarom zouden we ook?
Over de wijsheid

De voorstelling die men van een wijs mens heeft is ten eerste dat deze alles weet wat maar mogelijk is, zonder de kennis van alle details te bezitten; ten tweede dat deze ook het moeilijke kan kennen, dus de dingen die voor de gewone mensen niet gemakkelijk te doorgronden zijn. De zintuigwaarneming alleen behoort daar niet toe; zij is voor alle mensen gelijk en dus gemakkelijk en heeft met wijsheid niets te maken. Verder dat in elke discipline diegene meer wijsheid heeft, wiens gedachten de strengere begripsvorm hebben en die meer geschikt zijn om anderen te onderwijzen. Verder vindt men dat die wijsheid die beoefend wordt vanwege haarzelf en vanwege het kennen zelf, meer wijsheid is dan die welke gezocht wordt vanwege de resultaten die ze oplevert. En dat wijsheid eerder de kennis is die leiding geeft, dan die dient. Want de wijze mens, zo meent men, moet niet de positie hebben van iemand die geleid wordt, maar moet die van de leidende hebben en niet van iemand anders zijn overtuiging ontvangen maar zelf aan mensen met minder inzicht zijn overtuiging overdragen.
De technische revolutie

In eerdere blogteksten heb ik Rudolf Steiner geciteerd met betrekking tot het werk van de engelen in onze ziel. Op 18 mei citeerde ik hem om de goede werkingen ervan te laten zien, op de 19e augustus 2015 gaf ik een citaat over het eerste effect dat zal ontstaan, wanneer wij die openbaringen van de engelen in onze ziel niet tot bewustzijn brengen. Op 28 oktober 2015 citeerde ik over het tweede effect.
Een boek lezen

Boeken lezen is een heel bijzondere bezigheid. Wanneer je een roman leest, die interessant is, dan duik je onder in een gedachten en gevoelswereld van een ander, van de schrijver die iets tracht weer te geven en van de personen en situaties die beschreven worden. Wanneer je een studieboek leest, bijvoorbeeld een boek uit de Gesamtausgabe van Rudolf Steiner, dan kan het aanvankelijk wat moeilijker zijn om ‘erin te komen’, maar dan word je toch ook meegenomen door de gewekte interesse in wat geschreven staat. Je kunt bemerken hoe die interesse je wijze van lezen verdiept en hoe je geleidelijk aan komt tot een beleven van de inhoud, zoals je bij een roman direct in de beleving komt. Een boek heb je in je handen, het is van papier en karton, het heeft een aantal bladzijden, je slaat die telkens om – en tenslotte heb je het uit. Als het goed is, is het jammer dat het uit is. Als het niet goed is, dan tel je de bladzijden die je nog te gaan hebt voordat het eindelijk uit is. Het boek ruikt naar papier, het voegt zich naar jouw leesarbeid, je kunt ervan houden en er een hekel aan hebben. Het is een materieel ding, maar het heeft een de ziel en/of de geest wekkende werking, die ver uit gaat buiten het ding, buiten het papier en het formaat.
Homo Sapiens en de Smartphone

De filosofische reflecties van dit blog begonnen met reflecties over de mens. Als we de gedachten van de evolutietheorie willen volgen, vinden we een mens die weet kan hebben van zijn wereld en van zichzelf. Voor zover hij een kennend wezen is, kunnen wij hem Homo Sapiens noemen; Voor zover hij de mogelijkheid heeft zichzelf te kennen, kan hij Homo Sapiens Sapiens worden genoemd.
Hoe kunnen we in evenwicht leven in de wereld zoals die is?

In een commentaar op de tekst van de vorige week werd de volgende vraag gesteld: Waarnemen van het denken is dus wat het evenwicht brengt, tussen zintuigwaarneming en gewoon denken. Is er een manier om op deze wijze in het uiterlijke leven actief te zijn? Dat wil zeggen actief in uiterlijke handelingen, waar zintuigwaarneming en gewoon denken een onvermijdelijk deel zijn van het uiterlijke bezig zijn met klusjes en dergelijke?
Een reflectie op het Boze

In de afgelopen maanden heb ik meerdere religieuze en filosofische gedachten geciteerd, zoals deze zijn opgeschreven in het verloop van vele eeuwen. Als we de mogelijkheid hadden om op hetzelfde moment alles tegelijk te denken, zouden we waarschijnlijk een compleet idee hebben van het Boze in zijn wezen, en we zouden ook een idee hebben hoe de aanschouwingen met betrekking tot het Boze veranderd zijn in het verloop van de tijd. Maar we kunnen alleen het ene na het andere denken, niet alles tegelijk. Het gehele, overzichtelijke beeld blijft een geheim….
De ziel, het ik en de geest

De mens is niet alleen begiftigd met een ziel, hij of zij heeft ook een andere instantie, een wezensdeel dat op aarde ontwikkeld moet worden, dat nog ‘jong’ is, maar dat tegelijkertijd ook een instantie is die kan oordelen en vormen. Deze instantie kan het ‘ik’ worden genoemd, maar alleen wanneer wij het niet vermengen met het voornamelijk egoïstische ‘ik’, dat een deel van de ziel is. Het ‘ik’ wat hier bedoeld wordt is nog niet het hogere zelf, maar het is ook niet het lagere zelf. Het is het wezen dat zich kan losmaken van de ziel en een puur denken kan vormen, dat uit de ziel komt, maar dat ook een innerlijke toeschouwer is, een denken van de gedachte op zich, en een macht die ontstaat uit dit zelfbewuste denken dat zich naar de ziel kan omdraaien en haar zo vormen, dat ze verandert.
De ziel

Woorden hebben veel verschillende betekenissen en associaties. Ik zal proberen de betekenis van het woord ‘ziel’ te geven zoals ik deze gebruik. In het leven op aarde hebben we een helder bewustzijn van het bestaan van ons lichaam – zo lang als we niet slapen. Zelfs als ik nooit filosofische reflecties heb, dan heb ik toch besef van mijn bestaan als een levend lichaam. Ik heb niets anders dan dit weten. Ik moet de dood vrezen – want het betekent het einde van mij. Het blijft een onopgelost raadsel waar mijn bewustzijn vandaan komt, en wanneer ik deze vragen aan de wetenschap stel, krijg ik geen duidelijke antwoorden. Ik had eens een openbare discussie met een professor aan de universiteit, die beweerde dat het menselijk bewustzijn niet verschilt van het ‘bewustzijn’ van een computer, van een robot. Het enige wat een mens dan zou zijn, is een ‘smart’ lichaam met slimme hersenen. Technici proberen deze slimheid te ‘lezen’ en kopiëren die zo perfect als mogelijk – en het is slechts een kwestie van tijd, totdat dit perfecte stadium zal zijn bereikt – zo menen zij. In deze opvatting over de mens is er geen plaats voor een ziel, deze heeft geen enkele zin.