Wat de Engelen in onze ziel doen

De engelen vormen in het menselijke astraallichaam beelden, beelden die men met het tot helderziendheid ontwikkelde denken bereiken kan. Kan men deze beelden, die de engelen in ons astraallichaam vormen vervolgen, dan blijkt dat deze beelden naar heel bepaalde impulsen, naar heel bepaalde principes gevormd worden en ze worden zo gevormd, dat in de wijze waarop deze beelden ontstaan als het ware krachten voor de toekomstige ontwikkeling van de mensheid liggen.

Nietzsche en het boze

Het boze is voor Nietzsche alles wat de krachten van de mens verzwakt, alles wat hij niet uit zijn instinct maar onder vreemde dwang denkt of doet. Wanneer de mens goed gedijt, dan overheerst het goede. Door deze opvatting ontstaat bij Nietzsche het beeld van de Übermensch die, wanneer men hem niet gedifferentieerd begrijpt, tevens een onmens kan zijn, een mens die alleen voor zichzelf en zijn eigen welzijn leeft en die geen benul heeft van andere mensen en hun belangen.

De idee van het Boze bij Solowjow en Tolstoi

In de reflecties over het Boze heb ik citaten gegeven uit het werk van de verschillende auteurs en tevens citaten van Rudolf Steiner. Volgende week zal ik deze reflecties afsluiten met een beschouwing van het Boze bij Nietzsche. Vervolgens zal ik de vraag nog eens stellen: Wat doet de Engel in onze ziel? Weeft hij daar morele intities?

Luther vanuit een spiritueel gezichtspunt

‘Maar toch: niemand kan Luther goed begrijpen, die niet weet dat het bewuste vatten van wat men vanuit de geest van zijn tijd de duivel noemt – wij noemen het nu Lucifer en Ahriman – voor hem werkelijke geestelijke belevenissen zijn, niet alleen op die ene plaats, de Wartburg., maar overal waar Luther over deze dingen spreekt. Tracht u maar eens om deze dingen in hun samenhang te vatten, dan kunt u niets anders dan tot de overtuiging komen: Zo spreekt slechts een mens over de duivel die hem gezien heeft, die hem geschouwd heeft, en die daardoor weet: ‘Het volkje heeft de duivel nooit in de gaten, ook al heeft hij hem bij de kraag.’

Het kwaad bij Luther

Wij moeten daarenboven op het kwade, dat deze boze en ons vijandige mensen ondervinden, letten, ons daarin niet verblijden, maar medelijden met hen hebben. Zij zijn daarin ongelukkiger dan wij, dewijl zij buiten die geestelijke gemeenschap leven in welke wij ons door Gods genade in het geloof bevinden, zodat het kwaad dat wij lijden niet te vergelijken is met het hunne. Zij zijn toch in hun zonden en ongeloof gevangen in de strik des duivels en zijn slaven. Als wij dit bedenken, hoe groot wordt dan Gods goedheid over ons, welke wij in zijn dienst, door het geloof bij de kleine uitwendige bezwaren, zo mild mogen smaken. Inderdaad, deze onzaligheid onzer vijanden en van de boze mensen, moet een godvruchtig hart zo leed doen en bekommeren, dat hij zijn eigen lijden daar bij niets rekent. Ja, hij moest zich daar door laten bewegen voor hen te bidden, en zo te doen 6 gelijk Christus gedaan heeft, zijn eigen smart, recht en onschuld te vergeten, en slechts bezorgd zijn, hoe hij zijn vijanden van die jammeren zal bevrijden, door welke zij veel zwaarder gefolterd worden, dan hij ooit door zijn lichamelijk lijden kan gedrukt worden.

Thomas van Aquino en het Boze

‘Geen wezen [nulla essentia] is op zich slecht.’ (ScG III Hoofdst.7).  Een toelichting: ‘Het slechte is namelijk, zoals gezegd (III, 6), niets anders dan de ontbering van datgene waartoe men van nature aangelegd is en wat men hebben moet. Zo is bij allen het gebruik van het woord ‘slecht’. De ontbering (privatio) is echter geen wezen, maar het is ‘een negatie in de substantie’ (Aristoteles). Het slechte is dus geen wezen in de dingen.'(ScG, III, hoofdstuk 7)

De zonde zoals Paulus die beschrijft in zijn Brief aan de Romeinen

In de reeks overwegingen over het boze komt deze tekst als tekst voor Pasen. Het is de eerste visie op het boze vanuit het christendom. Paulus brengt de zonde in verband met Adam en met de Wet. De overwinning op de zonde is slechts mogelijk voor hen die in Christus zijn, in de Opgestane.

Het ware en het onware bij Aristoteles

Het begrip van het zijnde en van het niet zijnde wordt bepaald naar de vormen van de categorieën en verdere modificatie van het begrip brengt het onderscheid van potentialiteit en actualiteit voort die aan de afzonderlijke categorieën of aan hun tegendelen optreedt. De hoogste en meest beslissende bepaling van het zijnsbegrip berust echter op het onderscheid van het ware en het onware. Dit laatste onderscheid geldt van de objecten, al naargelang daarin een verbinding of een scheiding voltrokken is. Het ware heeft diegene, die het gescheidene als gescheiden en het verbondene als verbonden denkt; het onware begrijpt diegene die juist deze verhouding anders opvat dan deze in werkelijkheid is. Zo ontstaat dan de vraag: wanneer is het aan de orde wat wij waar of verkeerd noemen en wanneer niet? Deze vraag moeten we nog beantwoorden.

Aristoteles en het boze

Voor Aristoteles is de actualiteit het goede. De potentialiteit bevat naast het goede tevens de verschillende mogelijke afdwalingen.