Het bezingen van de Waarheid

In de achttiende en negentiende eeuw trad er een omvorming op van deze oude Vedanta filosofie. De Bhagavad Gita werd niet alleen in de oorspronkelijke vorm in de westerse wereld geïntroduceerd, hij kwam ook tot verschijning in een meer verborgen vorm in de filosofieën van Hegel en Fichte. De wijze waarop in de Bhagavad Gita gesproken wordt over de waarheid kunnen we terugvinden in de idealistische filosofie waar gesproken wordt over een ‘Oer-Idee’ en in de ‘Ik-filosofie’ van Fichte. De Oer-Idee is de Idee die niet een van de begrippen is die we denken, maar het is de Idee die het begrip is, de alomvattende Idee van de Idee, van het denken zelf. Deze is nog niet onderscheiden in de vele begrippen die we kennen, maar draagt alle begrippen en hun verbindingen in zich. Deze omvattende idee is als het zaad in vergelijking met de volgroeide en bloeiende plant.

Het hart als een zintuig

Om de zuiverheid of de valsheid te ‘horen’ moet het hart erbij komen. Dit is eveneens een soort zintuig, het is het orgaan van het gevoelsleven, in samenhang met de ademhaling. Alleen het voelen kan ons wijzen op de waarheid, het hart moet de waarheid waarnemen. Met een zuiver hart weten we of iets waar is of niet.

Begrip

In de kennistheorie heeft in de 20e eeuw een enorme ommekeer plaatsgevonden. Daarvoor was er nog steeds enig vertrouwen in het vermogen van de mens om de waarheid te vinden. In de 20e eeuw werd met dit geloof geheel gebroken. De mens voelt zich van de waarheid gescheiden, of hij voelt zich als een schepsel in een wereld waarin waarheid helemaal niet bestaat. Niet iedereen is een filosoof uiteraard, dus denkt niet iedereen over deze vragen. Maar de wereldgedachten, de wereld van het denken is universeel en wat wordt gedacht is in zekere zin eigendom van iedereen. We gaan dus naar school, misschien ook naar de middelbare school en zelfs de universiteit – en ons wordt geleerd dat waarheid niet bestaat, of dat die niet binnen het bereik van de mens ligt. Ook als het niet expliciet wordt gezegd, leren we dat toch, omdat het in onze wijze van verwerven van kennis besloten ligt. De enige tijdelijke waarheid is dat wetenschap gevormd wordt door bewijs dat berust op het experiment. Evidence based science noemen we dat. Die waarheid is tijdelijk, want er kan altijd bewijs worden gevonden dat de waarheid die we dachten te hebben toch niet waar is.

Liefde voor de schoonheid

Want wie tot zover in de dingen der liefde is opgeleid, terwijl hij stap voor stap op de juiste wijze het schone aanschouwt, zal eindelijk, genaderd tot de laatste wijding, in de liefde plotseling iets van nature wonderlijk schoons ontwaren, juist dat, Socrates, wat het doel was van alle voorafgaande moeite, iets dat in de eerste plaats eeuwig is, dat niet ontstaat of vergaat, dat noch toeneemt noch afneemt, dat verder niet in één opzicht schoon is en in een ander opzicht lelijk, niet nu eens schoon, dan weer niet, niet schoon in verhouding tot het éne, maar lelijk in verhouding tot het andere, niet op de ene plaats schoon, maar op de andere plaats lelijk. Ook zal het schone zich aan hem vertonen niet als een gelaat of als handen of iets anders waar het lichaam deel aan heeft, niet als een woord of een wetenschap, het zal niet ergens zijn in een tweede ding bijvoorbeeld in een levend wezen of op de aarde of in de hemel of in iets anders, maar op zichzelf met zichzelf steeds eenvormig. Al de overige schone dingen hebben daar deel aan op zulk een wijze, dat terwijl die andere dingen ontstaan en vergaan, dit niet vermeerdert noch vermindert en geen enkele verandering ondergaat’ – ‘Om tenslotte te komen tot die wetenschap die de wetenschap is van niets anders dan van dat éne schone zelf’.

Actief voelen

De moderne mens heeft deze kennis helemaal verloren, hij weet nog alleen maar iets over twee soorten van gevoelens: sympathie en antipathie, of vreugde en verdriet, of lust en onlust. Dat zijn allemaal subjectieve gevoelens die ons overkomen, terwijl we een object zijn van deze gevoelens. Maar er is een wereld van gevoelens die behoren tot de polariteit sympathie – antipathie, en die we kunnen bestuderen door ze mystiek te leren voelen. We moeten daarvoor een vermogen ontwikkelen om deze gevoelens te versterken, ze te overdrijven, maar dan terwijl we ze volledig in de hand hebben. Want wanneer we trachten de gevoelens te vatten lijken ze altijd vaag te zijn, niet zo welomschreven als een gedachte. Zijn we eenmaal wakker geworden in een actief denken dat volledig vrij van onszelf uitgaat, dan kunnen we ook de gevoelens vatten en ze tot rijping brengen.

Engelen of duivels

In de tekst van 22 juli heb ik geciteerd over het werk van de engelen in ons astraallichaam, waaruit bleek hoe zij morele idealen in ons oproepen. Onze eigen opgave is echter om deze impulsen te leren lezen, om volledig daarvan bewust te zijn, helder erover te denken, ze tot eigen idealen te maken die we in vrijheid kunnen uitwerken. Vrijheid is er alleen dan, wanneer we weten wat we denken, voelen en doen. Wat zal er gebeuren wanneer we niet willen ontwaken voor deze ideeën, als we verder zouden slapen en de engelen hun werk zouden laten doen zonder ons medeweten?

Zuiver denken

In dezelfde tijd kwam het tot een soort opstanding van het zuivere denken. Steiner schreef zijn eerste boeken in een vorm van denken die wij werkelijk zuiver denken moeten noemen. Wanneer we de woorden ‘zuiver denken’ letterlijk nemen, dan is zuiver denken denken – en niets anders. Geen waarneming met werkingen van de zintuigen, geen herinneringen, geen associatieve gedachten, maar een denken in ideeën, dat in een logische wijze wordt gevormd en geleid wordt door de Rede. Het is een denken dat vrij van zintuiglijke indrukken is en dat door de denker zelf geïnitieerd wordt, elke idee wordt met wil gevormd.

De waarde van het denken

Wanneer we ’s morgens wakker worden, uit de slaap komend, misschien een droom passerend, dan worden we ons bewust dat er een wereld om ons heen is en we worden ons bewust dat we er zelf zijn. We worden niet alleen door de zintuigwaarneming wakker; onze zintuigwaarnemingen zijn altijd met gedachten doordrongen. Als dat niet zo was, dan zouden we wel zien, horen, voelen enzovoort, maar we zouden niet weten wat we zien, horen, voelen… Het wetende bewustzijn is onzere wakkere toestand. Toch zijn we niet helemaal wakker, want het associatieve denken vermengt zich onmiddellijk met het zuivere denken in de zintuigen. Dit zijn de oordelen, herinneringen, sympathieën en antipathieën, gedachten over wat we hebben gedaan, wat we zullen gaan doen – enzovoort. We zouden heel veel winnen wanneer we deze gedachten tot zwijgen konden  brengen en alleen zuivere gedachten konden denken die op de waarneming met de zintuigen berusten. We zouden nog steeds een sluier over de geestelijke wereld hebben, maar we zouden zuiver menselijk zijn, met een begripsdenken in alle zuiverheid in de zintuigwaarneming. We zouden de waarde van het denken erkennen, de schoonheid van het denken, de schoonheid van de wereld en van het zelf.

Sociaal pessimisme

In de voorgaande teksten heb ik vanuit een optimistisch gezichtspunt de sociale verhoudingen beschreven. Het is een idealistische, maar ook een realistische mogelijkheid om waarachtige liefde tussen de mensen te ontwikkelen. Maar het is uiteraard even goed mogelijk om een pessimistisch standpunt in te nemen en duisternis te zien in de sociale toestand die je globaal waarneemt. Innerlijk kunnen we heel goed voelen dat we talent hebben om als mensen in broederlijkheid, in gelijkheid en in vrijheid naast en met elkaar te leven. Maar we zien natuurlijk wel dat dit innerlijk gevoelde ideaal niet bepaald uiterlijk wordt gerealiseerd. Het leven van alledag levert allerlei gebeurtenissen op die het onmogelijk maken om de rustige ziel te bewaren die nodig is voor deze verwerkelijking.

Het drievoudige spirituele ideaal van de mens

Het menselijke ik is de geest op aarde, het is het enige spirituele wezen dat ieder mens in zichzelf draagt en dat kan worden erkend met de vaardigheden van de wil, het gevoel en het denken van alledag. Het kan zowel in het eigen ik als ook in dat van de ander worden erkend. Zo heeft ieder mens een spirituele wijze van kennen, ook al is hij de meest overtuigde materialist. Het verschil tussen een materialist en iemand met een spirituele overtuiging is het feit dat de materialist helemaal vergeten is dat zijn ik een spirituele entiteit is, terwijl de spirituele denker dit nog weet.