De Burcht van de Visserkoning 2018

De burcht is een beeld voor de grot waarin de ‘gewonde mens’ verblijft, het lijkt een imaginatie van de menselijke schedel te zijn. Daarin woont de visserkoning, le roi pecheur, deze gewonde mens, en zijn vader, die van de hostie leeft. Hierin vind je het beeld voor de menselijke tegenstelling: de gewonde mens en de reine mens. Perceval komt tijdens zijn omzwervingen per ongeluk bij de burcht, die niet te benaderen is. Hij heeft de weg niet gezocht, de burcht niet gezocht, maar vindt hem. Hij wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de maaltijd. Hij ziet een stoet binnenkomen, een schoon meisje draagt een gouden schaal bezet met edelstenen, ‘un graal’. Daarin ligt een hostie voor de oude vader, die men niet ziet. Ook wordt in de stoet een bloedende lans meegedragen.

Natura spreekt 2018

‘Ik ben degene die de natuur van de mens met het oog op de gelijkenis met de wereldbouw als model vorm heb gegeven, opdat de mens in zijn natuur als in een spiegel de schrift van de wereld zelf kan vergelijken. Zoals namelijk de eendrachtige tweedracht, de eenvormige veelvoudigheid, de wanklinkende harmonie, de niet overeenstemmende overeenstemming van de vier elementen de structuur van het koninklijke paleis, van de wereld, verzoent, zo voegt de gelijksoortige ongelijkheid, de niet gelijkende gelijkendheid, de vormloze gelijkvormigheid, de onderscheiden onderscheidloosheid van de vier eigenschappen het gebouw van het menselijke lichaam samen. En de eigenschappen die als bemiddelaarsters tussen de elementen optreden zijn dezelfde als die tussen de vier temperamenten een blijvende vrede brengen. En zoals tegen de vastgestelde beweging van het firmament het leger van de bewegende planeten strijdt in weersprekende loop, zo ontdekt men in de mens een blijvende vijandschap tussen lust en rede.

Rudolf Steiner over Troxler

Vanuit zulke vooronderstellingen vermoedt Troxler een ‘hogere mens’ in de mens, die zichzelf ervaart in de zintuiglijke wereld; deze ‘hogere mens’ ligt ten grondslag aan de zintuiglijke mens en behoort tot de bovenzinnelijke wereld; en in deze visie voelt Troxler dat hij in harmonie is met wat Friedrich Schlegel tot uitdrukking bracht. En zo, zoals al eerder het geval was met Friedrich Schlegel, worden de hoogste kwaliteiten en activiteiten die de mens in de zintuiglijke wereld manifesteert voor Troxler de uitdrukking van vermogens van de bovenzinnelijke mens.

Troxler en Lavater

‘Het gaat om de in de aard en de essentie verschillende kennis. Betekenis en geest van alle goddelijke openbaring kan alleen door een hogere, innerlijke, boven apriori en a posteriori, boven werkelijk rationeel inzicht en puur zintuiggeloof verheven, ik zou zeggen bovenzinnelijke geest en bovengeestelijke zin van de menselijke natuur worden begrepen.

Een vergeten stroming in het Zwitserse geestesleven

Ongeveer 35 jaar geleden ligt mijn stormachtige ontmoeting met de anthroposofie. Het gebeurde in een nacht. Mijn man was naar een bevalling, die duurde de hele nacht (we waren toen huisartsen en ik was thuis en beantwoordde de telefoon). We hadden een aantal boeken van Rudolf Steiner gekocht, in de hoop bij hem een verklaring te vinden hoe het mogelijk is dat homeopathisch verdunde middelen effectief zijn – wat we ontdekt hadden door het gebruik ervan in de praktijk.

Over het voortbestaan van de ziel na de dood

In de dood en bij het lichamelijke verval is deze terugval nu voltooid, waarin de wetten van de anorganische chemie aan het lichaam volledig hun recht krijgen en zij de algemene wereldstoffen weer als zelfstandig daaruit doen voortkomen, die tijdelijk door organische kracht in hun dienst waren gedwongen. Dit samengestelde vormsel is volledig verdwenen, zonder dat in het minst het waarachtig substantiële verloren is gegaan, noch de zielesubstantie die het organiseerde, noch de stoffen waaruit deze werd gevormd.

Een vergeten stroming in het Duitse geestesleven

Zo komt in Johann Gottlieb Fichtes zoon Immanuel Hermann Fichte, een denker naar voren die probeert om dieper in het geestelijke door te dringen dan zijn vader, en dan Schelling en Hegel. Iedereen die een dergelijke poging waagt, zal niet alleen van buiten de tegenspraak van alle in wereldbeschouwelijke vragen angstige mensen horen; hij zal deze tegenspraak, wanneer hij een bezonnen denker is, ook duidelijk vanuit zijn eigen ziel waarnemen. Is er echt een manier om kenvermogens in de menselijke ziel vrij te maken die leiden naar gebieden van waar de zintuigen geen aanschouwing bieden? Wat kan de realiteit van zulke gebieden garanderen, wat het verschil van een dergelijke werkelijkheid met de producten van fantasie en dromerij? Hij die op geen enkele manier steeds aan zijn zijde de geest van deze tegenspraak als de trouwe metgezel van zijn bezonnenheid heeft, zal gemakkelijk struikelen met zijn pogingen tot geesteswetenschap; wie deze echter heeft, zal daarin een hoge levenswaarde herkennen. Wie zich verdiept in de uiteenzettingen van Immanuel Hermann Fichte zal in staat zijn te vinden hoe een geetes-aard van diens grote voorgangers in hem is overgegaan, die zijn stappen in het rijk van de geest net zo krachtig maakt,als hem bezonnenheid in de aangegeven zin verleent.

Een prelude op de anthroposofie

‘Antropologie heeft tot haar uiteindelijke doel een grondige zelfkennis van de mens, die slechts in de uitputtende erkenning van de geest ligt. Zo wordt zij verheven tot ‘anthroposofie’. Echt grondig of doorgrondend echter, zoals is aangetoond door alle partijen, kan de menselijke geest zich niet kennen, zonder daarbij de aanwezigheid en de betrouwbare vaststelling van de goddelijke geest in zich te ontvangen. Het enige bevredigende oogpunt van zelfbeschouwing is dan ook om het menselijke zelf zijn waarheid te laten vinden in het door het zelf heen-schrijdende werken van God. Wanneer de mens zichzelf wil begrijpen, kan hij zichzelf alleen in God begrijpen. Want dat is het tastbare wonder, het openbare mysterie van de goddelijke aanwezigheid in de mens dat hij, de zo eindige en verzinnelijkte, kan worden gegrepen door een enthousiasmerende kracht die hem boven zichzelf verheft en hem, vernietigend in zijn eigenzinnigheid, juist daarmee zich toch zeker maakt van zijn eigen wezen. Dat God bestaat en dat hij in ons werkt, is geen abstracte, vervaagde, hypothetische filosofische stelling; Het is een feit dat in elke enthousiaste kennende en willende daad die de barrières van zelfzucht overwint ons tegemoet treedt, die midden in de wereld van de eindigheid en menselijke zwakte een meer als menselijks ons voor ogen brengt. En dit is ook het hoogtepunt van het filosofisch bewijs; want we moeten die geestelijke, heiligende macht in ons juist filosofisch God noemen.

Epifanie 2018

In de heilige Nachten kwam ik tot in de spirituele diepten en nu wordt mijn ziel gevuld met de vuurkracht van het Wereldwoord, waar anders de lege waan van de eigenheid leeft. Dit is een waarachtige imaginatie van Epifanie. Het is een verlichting die klinkt.