Uitvoeren van het denken

Gedachten zijn reflecties, ze ‘vallen in het bewustzijn’, ze worden niet uitgevoerd. Wanneer een acteur zijn rol uit het hoofd leert, heeft hij veel gedachten in zijn geest. Maar dan beginnen de repetities en wat eerst gedachten waren, moet nu worden uitgevoerd. We moeten acteurs worden in de wereld van het denken zelf – en een meditatie zoals die van de afgelopen week is een soort repetitie om een tot echte prestatie te worden. Dit is de ‘rol’, ik herhaal het citaat:
Denken en tijd

Het is belangrijk om te onderscheiden tussen gedachten met wil en het brengen van de wil in de gedachten. Er is twee met elkaar samenhangende meditaties die Rudolf Steiner gegeven heeft.
Abstract denken

Dus is het aan de tijd om in onze gedachten wakker te worden. Natuurlijk ‘zien’ we ze. We weten wat we denken. Maar we zien ze als beelden die wel veel met ons te maken hebben, maar ook buiten onze wil om er lijken te zijn. En als we echt beginnen te denken, als we gedachten, begrippen en samenhangen vormen, dan zijn we nog steeds buiten de gedachten. Daarom noemt Rudolf Steiner gedachten lijken, dode lichamen, ingenieuze structuren zonder een levende ziel daarin. Ze zijn er, maar er is niemand thuis. Iedereen leeft er buiten.
Lezen met de wil

‘De mensen nemen anthroposofie op, nemen haar in eerste instantie zo op, zoals de moderne mens dat nu eenmaal gewend is, namelijk met het passieve denken. Men kan de antroposofie immers begrijpen, wanneer het mensenverstand maar gezond is, men behoeft niet alleen maar geloof toe te passen. Wanneer het mensenverstand maar gezond is kan men de gedachten begrijpen. Maar men leeft dan toch passief daarin, zoals men in de uiterlijke natuurgedachten passief leeft. Dan komt men en zegt: ja, ik heb deze gedachten uit het antroposofische onderzoek: ik kan daar echter zelf dan niet voor instaan, want ik heb ze alleen maar opgenomen – zoals zo velen dat vandaag de dag graag zeggen: ik heb ze opgenomen van geesteswetenschappelijke zijde. We horen dat immers zo vaak benadrukken: de natuurwetenschap zegt dit en we horen dan dit of dat van geesteswetenschappelijke zijde. Wat wil dat zeggen, wanneer iemand zegt: Ik hoor dat van geesteswetenschappelijke zijde? Dat wil zeggen dat hij erop wijst, dat hij steken blijft in het passieve denken, dat hij ook de geesteswetenschap slechts in het passieve denken wil opnemen. Want op het moment waarop hij besluit de gedachten die hem de antroposofische onderzoekingen bieden, zelf in zich te ontwikkelen, raakt hij ook in staat om met zijn gehele persoonlijkheid voor de waarheid daarvan in te staan. Want hij beleeft daardoor de eerste trede van haar waarheid.
Gedachten en denken

Gedachten komen en gaan, ze vullen het bewustzijn de gehele dag door. Wanneer we kennis willen verwerven komt er een beetje concentratie aan te pas, wat meer aandacht en wilskracht. Maar echt denken is nog iets anders. Kennis vergaren doen we door het intellectuele denken. In onze westerse cultuur lijken we te zijn geboren en te zijn opgevoed om intellectuele denkers te worden. Rudolf Steiner wees erop dat we, door dit intellectuele denken overdag, ’s nachts in het niets leven. Dat betekent dat we vervolgens overdag niets in ons denkende bewustzijn hebben wat tekenen uit de geestelijke werelden zijn.
Metamorfose van het denken II

Het kan een tragische ontdekking worden in het leven hoe passief wij moderne mensen in ons innerlijk leven zijn. Het lichaam kan natuurlijk ook passief zijn, maar het is niets vergeleken bij de passiviteit van het innerlijke leven. Er is een grap die Rudolf Steiner vertelde aan de jonge leraren van de Vrije School:
De metamorfose van het denken

Het centrale punt in de geesteswetenschap, de ‘anthroposofie’, is de metamorfose van het denken. In openbare voordrachten heeft Rudolf Steiner vaak een fundering voor zijn wetenschappelijke werk gegeven. Hij beschreef dan de natuurlijke denkcapaciteiten van de mens, om dan verder te gaan en de punten in dit denken te beschrijven die daarin te vinden zijn en die verder ontwikkeld kunnen worden tot een denken, dat de geestelijke wereld kan onderzoeken.
Uit vroegere tijden…

Het denken van het denken is niet een nieuwe uitvinding. Het werd al in de griekse filosofie door Aristoteles beschreven, en in de scholastiek door Thomas van Aquino
Het ontwikkelen van een helder en onderscheidend denken

Zijn we er eenmaal van overtuigd dat het denken in de moderne Europese cultuur gespiritualiseerd moet worden en weten we dat het gespiritualiseerde denken een waarachtige cultuurfactor zou moeten worden, zonder welke we niet gewaar kunnen worden wat de engelen in onze zielen weven, dan komt de vraag: Hoe kunnen we een dergelijk denken ontwikkelen? Ons moderne intellectuele denken is niet bepaald gespiritualiseerd, het heeft juist alle spirituele wezen verloren en is een materieel denken geworden, een denken van ‘dingen’.
Wat ‘zien’ wij, wanneer we onze blik richten op ons eigen denken?

Als eerste moeten we ons herinneren wat we deden, we kunnen niet het denken zien terwijl we denken. We moeten oefeningen doen om actief te denken en vervolgens te herinneren wat we precies deden toen we dachten. Hetzelfde ‘zintuig’ dat het mogelijk maakt om herinneringen te hebben geeft ons de kracht om te herinneren hoe we hebben gedacht – ook al vergt het meer innerlijke energie om dat te doen. Het heeft tijd nodig om ons denken te wekken. De gedachten zijn over wanneer we onze blik op het denken richten. Maar proberen om het proces van het denken te vatten terwijl we denken, wekt een nieuw zintuig, het ‘innerlijke zintuig’. Een ding is absoluut zeker: het zintuig dat de akt van het denken waarneemt in het heden – meer dan van de herinnering – is ook denken. Het ‘oog’ waarmee we het denken zien als een activiteit is het denken zelf.