Het ware Zelf

In het afgelopen weekend hebben we met een groep in ‘Samaya in Werkhoven’ drie dagen gewerkt aan het thema ‘Karma en Reïncarnatie’. Als oefening in de zoektocht naar het ware Zelf gaf ik de volgende tekst van Rudolf Steiner, om door het doen ervan op de weg daarheen te worden geleid.
Rudolf Steiner in Weimar

Natuurlijk is Weimar ook een ‘Rudolf Steiner stad’. De gewone waarnemingen met de zintuigen en de gedachten van het verstand overschaduwen de indrukken die we van deze tijden in het verleden zouden kunnen ontvangen. De geschriften van Agrippa van Nettesheim over de occulte filosofie tonen zeer interessante standpunten over deze processen. Hij zegt dat alle gebeurtenissen, woorden, gedachten zich in de lucht afdrukken, wat resulteert in bepaalde stemmingen die we waarnemen wanneer we daar zijn. Zintuigen en gedachten overschaduwen deze stemmingen, maar onder de bewuste overwegingen leven deze stemmingen voort. Zo kunnen we ons bewuste leven meer in stemmingen proberen te leven en deze ‘geschriften in de lucht’ waarnemen, die er net zo zeker zijn als de gebouwen en beelden.
Tussen Berlijn en Nürnberg

Onderweg van Berlijn naar Neurenberg, bezochten we Weimar – niet voor de eerste keer. Het eerste wat ons tijdens onze stadswandeling trof, was het Goethe-Schiller Monument, voor het Theater.
De mens en Pasen

Met Pasen voelen we ons als opgestaan uit onze vage lichamelijke gedachten. In de lente schijnt de zon heel helder en al warm en al onze zintuigen lijken te worden verhelderd en verwarmd door de lentezon. De zon lijkt vanuit de verten van de kosmos tot al onze zinnen te spreken en we voelen geweldige vreugde daardoor. Die vreugde juicht in de diepten van onze ziel en we kunnen leren voelen hoe deze oprijst tot aan de stralen van de zon en zich ermee verenigt. Ik kan mijzelf voelen, ingebed in de warme zonnestralen en ik antwoord met grote vreugde, die uit mij komt, uit mijn gewaarworden.
Hoe kan het denken tot oog worden om de geest te zien?

Het gewone denken is vooral verschijning, zonder enige substantie. Denken heeft altijd een inhoud, maar we begrijpen erdoor. We kunnen struikelen over gedachten, omdat ze onwaar zijn of onsympathiek, maar we krijgen er geen blauwe plekken van. Gedachten zijn zonder enkele kracht of macht; ze dragen evenmin veel licht, omdat gedachten duister zijn – ook al brengen ze in zekere zin licht wanneer ze tot inzicht leiden.
Kunstmatig Intellect

In 1989 publiceerde Roger Penrose een boek getiteld ‘The Emperor’s new Mind’ (De nieuwe geest van de keizer. Om de titel te kunnen begrijpen: lees het sprookje van Andersen, De nieuwe kleren van de keizer). Hoewel de technische ontwikkelingen enorm zijn vooruitgegaan, is het boek nog steeds het lezen waard. Waar kunnen we informatie vinden over processen die het begin zijn van wat ‘artificial intelligence’, kunstmatige intelligentie, genoemd wordt? Het is te verwachten dat die geest, die er baat bij heeft wanneer mensen verslaafd raken aan een andere intelligentie dan die van henzelf, geen interesse heeft om ons te informeren over wat de elementen van het ‘denken’ van de computer zijn en van alle ontdekkingen die daarmee verbonden zijn. In het boek van Penrose wordt het echter heel duidelijk, hoe kunstmatige intelligentie werkt.
De Grondsteen

De omstandigheid, dat het ik door vrijheid zichzelf in activiteit kan brengen, maakt het hem mogelijk om uit zichzelf, door bepaling van zichzelf, de categorie van het kennen te realiseren, terwijl in de overige wereld de categorieën door objectieve noodzaak met de ermee corresponderende dingen verbonden blijken te zijn.’
De jonge Rudolf Steiner

In Antwerpen had ik de gelegenheid om een hele dag te werken aan het thema ‘De jonge Rudolf Steiner’. Uitgangspunt was het niet tijdens zijn leven gepubliceerde artikel ‘Einzig mögliche Kritik der atomistischen Begriffe’ door de jonge Rudolf Steiner (1882), geschreven voor Friedrich Theodor Vischer.
Persephone − Natura

‘Let er goed op, hoe in deze wereld, vergelijkbaar met de edele stad van een republiek, een heerschappij met verstandige beheersing wordt ingericht. De eeuwige heerser heeft in de hemel namelijk, zoals in de burcht van een menselijke stad, heersend zijn zitting. Van hem kwam voor eeuwig de konde dat de kennis van de afzonderlijke dingen in zijn boek van de voorzienigheid opgeschreven staan. In de ruimte van de lucht, zoals in het midden van de stad, strijden de hemelse heerscharen van de engelen en bieden als plaatsvervangende vertegenwoordigers de mens hun bescherming aan. De mens echter, die als een vreemde in de benedenstad van de wereld woont, wijst het niet af om aan het leger der engelen gehoorzaamheid te bewijzen. In deze republiek dus is God heersend, de engel werkend, de mens gehoorzamend. God schept bevelend de mens, de engel brengt hem werkend voort, de mens vernieuwt zich gehoorzamend. God voorziet de wereld orde met volmacht, de engel leidt deze door de daad bij elkaar, de mens voegt zich naar de wil van de werkende. God beveelt door het leerambt met volmacht, de engel werkt door het dienstambt met de daad, de mens gehoorzaamt aan het geheim van de vernieuwing.
Natura spreekt

‘Ik ben degene die de natuur van de mens met het oog op de gelijkenis met de wereldbouw als model vorm heb gegeven, opdat de mens in zijn natuur als in een spiegel de schrift van de wereld zelf kan vergelijken. Zoals namelijk de eendrachtige tweedracht, de eenvormige veelvoudigheid, de wanklinkende harmonie, de niet overeenstemmende overeenstemming van de vier elementen de structuur van het koninklijke paleis, van de wereld, verzoent, zo voegt de gelijksoortige ongelijkheid, de niet gelijkende gelijkendheid, de vormloze gelijkvormigheid, de onderscheiden onderscheidloosheid van de vier eigenschappen het gebouw van het menselijke lichaam samen. En de eigenschappen die als bemiddelaarsters tussen de elementen optreden zijn dezelfde als die tussen de vier temperamenten een blijvende vrede brengen. En zoals tegen de vastgestelde beweging van het firmament het leger van de bewegende planeten strijdt in weersprekende loop, zo ontdekt men in de mens een blijvende vijandschap tussen lust en rede.