Barmhartige Samaritaan

In de eerste wereldoorlog kreeg Rudolf Steiner de vraag of hij raad kon geven aan de verplegers/sters van de oorlogsgewonden. Hij gaf toen een cursus, die de titel kreeg ‘Samariter-Kurs’. In deze cursus gaf hij een spreuk, die uitdrukt wat de hoofdzaak is. Deze spreuk klonk tevens in de voordracht van 13 september 1914 in München, waarin enerzijds gesproken werd over een samenhang met de volksgeest – die in oorlogstijd scheidend werkt tussen de verschillende volkeren – anderzijds over deze alle scheidende impulsen overstijgende verenigende Christus-kracht, uitgaande van de verhouding van het ene ik met het andere ik.
Vertrouwen

Maar wat gebeurt er wanneer ik oog in oog met een vluchteling komt te staan? Hij of zij is ook een ‘ik’, is een menselijk wezen zoals ik er een ben. Er zijn films en boeken genoeg om in verhaalvorm te beleven in welke ellende vluchtelingen terecht kunnen komen – niet in de laatste plaats omdat ze verraden worden door de mensen die ze tegenkomen terwijl ze onderweg zijn. Wat als ik een vluchteling tegenkom op zijn weg naar een voorgestelde veiligheid? Wat als ik vergeet alle nationale, economische, religieuze, politieke theorieën, en wanneer ik alleen maar geconfronteerd ben met dit ik tegenover mij?
De gouden doek van de liefde…

Er is een prachtige legende, verteld door Selma Lagerlöf in het boek ‘Christus Legenden’, De kaarsvlam. Francesca in de stad Florence – in de Middeleeuwen – trouwt met haar geliefde Rainiero di Rainieri, zij houden heel veel van elkaar. Het is de tijd van de kruistochten. Maar Rainiero is een opschepper en hij denkt niet veel na over de morele aspecten van zijn daden. Daardoor doet hij zijn geliefde keer op keer pijn. In het begin vergeeft ze hem want ze houdt zoveel van hem. Maar dan krijgt ze imaginaties van haar liefde, die ze schouwt als een gouden stralende doek, en ze ziet dat die niet oneindig is. Telkens wanneer Rainiero haar gevoelens kwetst is er een klein stukje stof verdwenen, de doek wordt kleiner en kleiner. Ze wordt bang dat haar liefde compleet zal verdwijnen en ze verlaat Rainiero, opdat dat niet gebeurt. Ze gaat terug naar haar vader.
Sociaal optimisme

Liefde is: steeds weer opnieuw beginnen, zonder herinnering aan al de pijn die er geweest is, steeds weer alle zorgen en verdriet vergeten – alleen maar opnieuw beginnen met al het optimisme van het jonge kind en de wijsheid van de oude wijze man of vrouw… De eerbied, de verwondering, het open vragen terwijl je luistert en kijkt, het absolute vertrouwen in de vervulling van de hoogste liefde die tussen mensen mogelijk is zijn de instrumenten om de substantie vorm te geven. Zo groeit een onoverwinnelijk sociaal optimisme – omdat alle ervaringen in het leven die dit optimisme tegenspreken toch nooit tot pessimisme leiden. Elk moment ontstaat er een nieuwe kans – tegemoet getreden met eerbied, verwondering, open vragen en absoluut optimistisch vertrouwen.
Sociale kunst

Hoe zou een sociaal leven, gebaseerd op spirituele inzichten eruit zien? Het zou een sociale kunst zijn. Het materiaal dat deze kunst gebruikt zou de ontmoeting zijn. Het waarachtige gesprek, maar ook de zwijgende ontmoeting. Dit is een spiritueel medium dat tussen mensen werkt. Het kan op een kunstzinnige wijze worden ingezet.
Innerlijke activiteit

Wanneer wij tot actie overgaan, moeten wij onze wil inzetten. Of deze actie tot stand komt door een persoonlijke wens of door een gebod, maakt voor het wezen van het willen geen verschil. Als we het hier over het willen hebben, dan bedoelen we het in actie komen. Als we het voelen al kracht hebben genoemd, dan is het willen dat in nog veel sterkere mate. De kracht verdicht zich hier tot mijn wezen, wat ik met ‘Ik’ aanspreek. Elke handeling die ik verricht, beleef ik als mijn oereigen activiteit. Ook al word ik tot werken gedwongen, dan nog ben ik degene die mijn lichaam in gang moet zetten, ook al is het met tegenzin, en het resultaat van het actief worden is mijn werk. In mijn willen leef ik als ik, daar beleef ik de werkelijkheid van mijn zijn. Er komt niets tot stand als ik niet actief word. Toch ligt juist dit gebied van de wil het diepst in mijn bewustzijn verscholen. De resultaten van mijn willen zijn concreet, werkelijk, tastbaar. Het willen zelf verslaap ik volledig. Hoe het willen tot stand komt onttrekt zich aan mijn bewustzijn. Daar leven wel de voorstellingen van wat ik wil, wat ik moet. Er leven de voorgestelde gevoelens die de wil al dan niet ondersteunen, maar de wezenlijke kracht van de wil zelf ontgaat mij volledig. Met deze drie gebieden in het bewustzijn is mijn menselijke onmacht gekarakteriseerd: wat ik bewust weet, dat doe ik niet, en wat ik doe daarvan heb ik geen bewust weten. Tussen beide polen leeft mijn wisselende vreugde en mijn leed.
Waarnemen van het innerlijk (innerlijke zelfwaarneming)

Als wij willen komen tot een waarnemen van ons innerlijke leven, dan moeten wij ons waarnemingsvermogen richten op het bewustzijn. We hebben echter het uiterlijke karakter vastgesteld van de zogenaamde innerlijke ervaringen. Onder innerlijk waarnemen verstaan wij daarom het richten van de innerlijke blik op ons bewustzijn. Dit richten van de blik op het bewustzijn is een voor de mens specifiek vermogen, dat geoefend kan worden. Het is van nature als mogelijkheid gegeven, maar de exactheid en intensiteit waarmee het gebruikt wordt, hangt direct samen met het in gang zetten ervan. Wie dit leest kan er bij het lezen van het vervolg van dit werk niet meer volstaan met eenvoudig door te lezen. Hij zal dan verveeld raken door het abstracte karakter ervan en merkt niet dat hij verzuimd heeft de stap naar de werkelijkheid echt méé te zetten. Men kan dus vanaf nu weliswaar uiterlijk in de luie stoel blijven zitten, innerlijk zal men in beweging moeten komen, wil men verder genoegen en werking kunnen beleven. Het gaat er nu niet om een beschrijving te geven van de resultaten van het waarnemen van het bewustzijn; het gaat erom dit waarnemen zelf te voltrekken. In ons bewustzijn stuiten wij direct op ons voor- stellingsleven. Wij treffen een grote rijkdom aan voorstellingen aan die zich kleden in innerlijk gesproken woorden en in beelden, die, als we ons niet inspannen, zich als vanzelf aan elkaar rijgen en ons een beeld geven van onszelf zoals wij versmolten lijken te zijn met de wereld. Ons gedachteleven laat ons bij de eerste aanblik zien dat we weliswaar onze zintuigen kunnen sluiten voor de wereld – we kunnen onze ogen sluiten, de stilte opzoeken enzovoort – maar dat ons bewustzijn dan toch nog gevuld is met reminiscenties aan de buitenwereld, ja uitsluitend daarmee gevuld is. We nemen een bonte mengeling waar van herinneringsvoorstellingen, kennis, voorstellingen over wat we willen gaan doen, wat we voelen, wat we wensen enzovoort. In eerste aanblik is ons bewustzijn gevuld met voorstellingen, niet met gevoelens of met daden, maar met voorstellingen. Al deze voorstellingen leven in beelden ontleend aan de wereld. Ikzelf leef in die beelden in activiteit of in lijdzaamheid; ik ben degene die in die beelden iets bewerkt, iets ervaart, iets herinnert, alles betrekt zich op mijn ik, terwijl ik tegelijkertijd beleef dat de voorstellingen zich buiten mijn wil aan elkaar rijgen. Moeten wij altijd blijven meedraaien op deze carrousel in een bonte kermis?
De intuïtie van het ik

In de filosofie zijn er heel wat gedachten gevormd over het ‘ik’. Maar we kunnen er feitelijk niets van waarheid over zeggen als we onze gedachten niet vormen vanuit de werkelijke waarneming van het eigen ik. Hoe zou ik ooit iets over dit merkwaardige kleine punt kunnen weten, dat tevens het meest belangrijke in mijn leven is, als ik nooit probeer het ware wezen ervan te ervaren?
De vrijheid van het denken

Wanneer we het heden willen doorstoten zo, dat we bewust in aanraking komen met de woord-wereld van de levende Logos, dan moeten we leren in het inzicht te leven. Maar het inzicht is iets geheel anders dan het abstracte begrip. Daar ligt een grote moeilijkheid. Daar nu juist ligt dit onvoorstelbare, omdat de mens in het gewone begrijpen de ogenblikken van inzicht geheel en al verslaapt, omdat ze liggen in het wilsgebied van het denken, waarin de mens gewoonlijk niet wakker is.
Wat is een kind?

Wanneer we met een kind spelen of het verzorgen kan het moeilijk zijn om deze heilige krachten die rondom het kind zijn en het opbouwen waar te nemen. Maar door de meditatie hebben we de kans, de genade, dat we in staat zijn om zelf imaginaties te vormen. In de meditatie kunnen we meer opmerkzaam en geconcentreerd zijn, en deze imaginatieve activiteit leidt naar de werkelijke krachten in het werkelijke kind…