De Inwijding: Zelfopvoeding!

De vorige keer heb ik over de inwijding gesproken, en dat wil ik ditmaal nog voortzetten. Eigenlijk raakt men daar natuurlijk nooit over uitgesproken. De tijd waarin wij leven is een heel bijzondere, wanneer wij ons op de inwijding betrekken, want wij kunnen in onze tijd werkelijk zelf beslissen of wij de weg van de inwijding willen gaan, en dat is werkelijk iets bijzonders. Want wij moeten ons voorstellen: als wij aan oude tijden denken, waarin er mysteriën waren, waar men ingewijd kon worden; daar werden de leerlingen werkelijk daarvoor uitverkoren, en zij hadden zware beproevingen te doorstaan om ook te mogen blijven. De inwijding zelf werd in de school voorbereid, maar wanneer de leerling of de leerlinge dan zover was dat de inwijding voltrokken kon worden, dan werd dat aan de leerlingen voltrokken.

 

Nu is het natuurlijk altijd zo dat men zichzelf niet inwijdt, maar er was als het ware altijd een Meester aanwezig die de inwijding voltrok. En wanneer wij dat vergelijken met onze tijd, dan mogen wij nu zeggen: De mens kiest zichzelf. En wanneer hij dat misschien ook met wat overmoed doet – dat kan immers gebeuren, dat men meent iets te kunnen en het eigenlijk nog helemaal niet kan – maar wanneer dat gebeurt, dan is dat ook niet erg, want iedere leerling draagt iets bij aan de wereldontwikkeling. Dus ook wanneer iemand begint de weg naar de inwijding te gaan met nog zeer weinig volmaaktheden, dan is het toch zo dat die ene onvolkomenheid, die dan in een volkomenheid omgevormd wordt, een grote verandering in de wereld tot stand brengt.

 

Dus dat geeft ons heel veel moed om werkelijk in onze tijd de weg te betreden. En wij kunnen dus zelf beslissen of wij dat willen of niet. Maar dan is het natuurlijk wel belangrijk dat wij ook min of meer weten wat inwijding eigenlijk is en wat er dan van ons verwacht wordt, wat wij aan het begin zouden moeten doen, wat wij op de weg zouden moeten doen en wat dan uiteindelijk wellicht de werkelijke inwijding betekent. Men kan zeggen dat de inwijding betekent dat men leert herkennen hetgeen altijd al aanwezig is, maar wat niet herkenbaar is omdat het in de duistere diepten van de wereld verborgen blijft, occult blijft, omdat het voor de mens in zijn gewone bewustzijn niet mogelijk is om datgene wat in deze donkere verten en werelden verborgen ligt, met het gewone bewustzijn te onderzoeken en te verdragen – dat gaat niet.

 

Dus moet er eerst een voorbereiding plaatsvinden. En juist de voorbereiding is zo belangrijk voor de wereld. Want wat doen wij in de voorbereiding? Daar louteren wij eerst de ziel, later ook het levenslichaam en uiteindelijk zelfs het fysieke lichaam. En deze loutering is van het allerhoogste belang voor de vooruitgang in de wereld, dus niet alleen voor onszelf, maar men kan werkelijk zeggen dat elke stap die door mensen gedaan wordt, waardoor een onvolkomenheid overwonnen wordt, een geweldige kracht is. En wanneer wij dat zouden geloven, dan zouden, denk ik, veel mensen de weg naar de inwijding inslaan. Men meent echter dat het moeilijk is of saai is of misschien verboden is of onnodig is of gevaarlijk is. Maar deze misverstanden kunnen wij overwinnen doordat wij de inwijdingswegen leren kennen die Rudolf Steiner heeft getoond.

 

Want deze wegen zijn er juist toe geschikt dat de mens, die zichzelf heeft uitverkoren, deze weg zonder gevaar en zonder al die angsten die men heeft betreffende de inwijding, kan gaan. En is het niet iets wat in alle menselijke levens ooit eens optreedt, dat men moet bekennen – misschien niet altijd geheel bewust, maar toch moet bekennen – dat men eigenlijk van hetgeen het uiterlijke leven te bieden heeft, ik wil niet zeggen genoeg heeft, maar dat dat zo ongeveer wel voldoende is, en dat men eigenlijk iets meer verwacht van het leven dan wat het leven uiterlijk te bieden heeft. En wij zien dan in de wereld dat de mensen steeds ingewikkeldere wegen zoeken om deze behoefte te bevredigen.

 

Wat kan men niet allemaal nog in de uiterlijke wereld zoeken dat opnieuw spanning geeft. Ik hoef dat niet op te sommen. Men kan zelf heel goed overdenken wat wij in onze tijd allemaal hebben om onze behoeften aan iets anders te bevredigen. Maar eigenlijk zijn al deze behoeften behoeften naar die ene, werkelijk, naar dat gebied in de donkere verten van het occulte. Men voelt in onze tijd – en ik geloof dat ieder mens dat heeft – men voelt de geest, men weet alleen niet wat dit gevoel eigenlijk is. En de geest roept ons met luide stem toe: Zoek mij, ik zal jullie vinden. Wij horen dat, maar de interpretatie die wij hebben, die klopt niet. Wij maken dan reizen naar verre landen, of wij springen van bergen omlaag, of wij klimmen juist de bergen omhoog en staan dan op een duizelingwekkende top of zoiets.

 

Dat zijn allemaal uiterlijke grenzen aan de geest. En daar stokt het eigenlijk. Dat heeft men ook in de kennis. Men kan in de kennis steeds verder en verder gaan en het gevoel hebben dat er nooit een einde komt aan wat men kan onderzoeken. Maar diep beneden in de ziel weet men dat dit einde bestaat en dat men eigenlijk al lang deze grens bereikt heeft, en dat ook een kennishonger aan deze grens leeft en dat wij diep in onze ziel voelen: Ik heb zo’n grote verlangen naar de wereld van de geest. Maar tegelijk geeft deze wereld van de geest mij zoveel vrees. Ik durf niet ermee te beginnen. Ik zou ook niet weten waarheen. Er zijn natuurlijk allerlei instituten en scholen en meesters en misschien ingewijden die zeggen dat zij het zijn.

 

Maar aan hen wil ik mij niet overgeven. Want wat dan? En wanneer ik dan zo of zo de antroposofie vind, dan hangt het geheel van mijn karma af of ik daar ja tegen zeg wanneer ik inhoud opneem, wanneer ik bijeenkomsten bezoek, voordrachten misschien, of dat ik zeg: oh nee, dat wil ik helemaal niet. Dus enerzijds hebben wij in onze tijd de mogelijkheid zelfstandig de inwijding te zoeken – en ik ben ervan overtuigd dat dit als een diepe verlangen in bijna alle mensen levendig aanwezig is. Anderzijds is er zoveel dat daartegen werkt dat vele mensen er niet eens toe komen op het idee te komen dat er een inwijding bestaat. Waar hoort men daarvan? Niet op school. Misschien op de vrijeschool, daar wordt wellicht iets over de verleden inwijdingswegen verteld.

 

Misschien wordt ook hier en daar op huidige situaties gewezen. Maar eigenlijk is dat voor heel jonge mensen ook niet zo’n prioriteit. Pas wanneer men ouder is en het leven geproefd heeft en weet wat er allemaal in de wereld bestaat, ja dan, dan komt dit verlangen dat groeit en tot bloei komt. En wanneer dan niet iets van warmte en zon komt, waardoor de bloei ook vrucht kan dragen, dan krimpt alles ineen en is er eigenlijk in het leven deze verlossing niet die men wél vindt wanneer men ontdekt dat de uiterlijke wereld niet begrensd is zoals wij dat beleven, maar dat de uiterlijke wereld tot aan een grens gaat en dat wij zo soepel zouden moeten zijn dat wij aan deze grens voelen: Hier is iets anders mogelijk dan wat ik tot vandaag beleefd heb. En ik zou nu dit diep in mij levende verlangen geleidelijk kunnen leren bevredigen wanneer ik steeds weer in mijzelf hoor dat ik zoveel verlangen heb naar de geest. En wat is dan eigenlijk de eerste stap wanneer men zich wil omvormen zodat ooit eens het punt van volmaaktheid van de ziel bereikt wordt waarop men waardig wordt de geestelijke wereld te aanschouwen? Wat moeten wij doen? Het eerste wat wij zouden moeten doen is ons bewust worden dat wij een aantal onvolkomenheden hebben en dat het heel, heel moeilijk is om deze om te vormen. Het zou echter voldoende zijn, om te beginnen, om één echte onvolkomenheid ernstig in te zien en zich dan voor te nemen deze in een positieve eigenschap om te vormen. Ik herinner me dat wij dat vroeger op oudejaarsavond zo deden. Dat was min of meer een gewoonte, dat men op oudejaarsavond voornemens maakte voor het nieuwe jaar. Dat was natuurlijk vaak: Ik zal geen alcohol meer drinken of ik zal niet meer roken. En na twee, drie dagen raakte dat dan ook weer verdwenen. Maar het zou ook kunnen dat men zich werkelijk wilde bezinnen op: wat zijn nu eigenlijk mijn onvolkomenheden, en deze dan omvormen. Dat is eigenlijk de allereerste stap. Dat is hetgeen wij allereerst zouden moeten verlangen: slechts één onvolkomenheid. En deze onvolkomenheid niet wegwerken, want dan neemt zij een andere gedaante aan, maar omvormen in een positieve eigenschap. Dat is de eerste stap op de weg naar de inwijding.

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wie is Mieke Mosmuller?

Mieke Mosmuller is arts, schrijfster en filosofe. Zij schrijft over actualiteiten die raken aan haar filosofisch-spirituele ontwikkelingsweg die zij startte in 1983…

Recente artikelen

Na de video van vorige keer met de titel 'Onafhankelijk Oordeel', kreeg ik natuurlijk reacties. Die staan niet alleen onder de video, maar ik krijg...
De vorige keer heb ik over de inwijding gesproken, en dat wil ik ditmaal nog voortzetten. Eigenlijk raakt men daar natuurlijk nooit over uitgesproken. De...
Ik zit heerlijk in de herfstzon tussen twee regenbuien in en bezin me op de afgelopen week, toen in Nederland de verkiezingen waren. Die hebben...

Volg Mieke Mosmuller

Meest recente video

Te dragen geestlicht in de wereldwinternacht
Daarnaar streeft zalig de drijfveer van mijn hart,
Dat lichtend zielenkiemen
In wereldgronden wortelen,
En goddelijke Woord in het zintuigdonker
Verlichtend al het Zijn doorklinkt.

 

Volgende seminar

30.03.2026 – 01.04.2026
In der Woche vor Ostern besuchen wir unter der Leitung von Mieke Mosmuller die Kathedrale von Chartres.