Enkele weken geleden kwam er een nieuw boek van mij uit, dit, ‘de lotusbloemen en de apocalyps’. En ik wil dat vandaag, ja, met een blik daarop presenteren. Normaal kent men de apocalyps als de openbaring van de eindtijd. En in deze zin lijkt zo’n boek zeer actueel te zijn, want het woord apocalyps vinden wij veel in onze tijd, wij horen het veel, wij lezen het veel, want het heeft in deze woeste tijd waarin wij leven de schijn dat het een eindtijd is.
Maar van de geestesonderzoeker Rudolf Steiner weten wij dat de apocalyps niet alleen een openbaring van de eindtijd is, eigenlijk is het dat niet, het is een openbaring van de mensheidsontwikkeling. En wij kunnen dat in een heel groot perspectief zien, zodat wij de mensheidsontwikkeling zo ver mogelijk terug volgen en zo ver mogelijk in de toekomst naar binnen bekijken. Rudolf Steiner heeft dat zo gedaan.
En hij heeft toen een voordrachtenreeks in Nürnberg gehouden en daarin heeft hij veel van de geheimen die in de apocalyps liggen, geopenbaard. En veel later, dat was in het laatste jaar van zijn leven, heeft hij voor de priesters van de Christengemeenschap ook een cursus gegeven over de apocalyps en daarin neemt hij eigenlijk veel meer een kleinere epoche, waarin wij ons nu kunnen terugvinden. Wij hebben in het verleden een hele reeks seminars in Zwitserland gegeven en op een gegeven moment kwam tot mij de vraag om ook eens een seminar over de apocalyps te wagen.
Dat hebben wij toen gewaagd, samen, met de hele groep, en dat hebben wij twee keer gedaan, een grote apocalyps en een kleine. Maar terwijl ik daarmee bezig was, ontdekte ik dat ik in de nog verder terugliggende verleden ook een boek gelezen had over de apocalyps, werkelijk als inwijdingsboek. Dat heb ik toen teruggevonden en heb op een dag toen geprobeerd dat weer te geven.
Nu, in de huidige tijd, hebben wij toen met een groep geprobeerd dit, wat ik toen op één dag gedaan heb en later nog iets uitgebreider, om dat eens werkelijk heel intensief door te leven. En dat is dus, dat wij de openbaring van Johannes ook kunnen beleven als inwijdingsboek. En dan, wanneer wij de inwijding kennen, dan weten wij dat deze samenhangt met de ontwikkeling van de chakra’s, die in de ziel rusten, gedeeltelijk al gevormd zijn, maar wachten daarop dat de mens uit vrijheid zich beslist om deze chakra’s verder te ontwikkelen.
En zo kan men in de apocalyps terugvinden waar deze ontwikkeling van de lotusbloemen zich bevindt. Dus, wij kunnen in de apocalyps, wanneer wij deze tekst meditatief volgen, kunnen wij vinden dat in drie grote stappen de ontwikkeling tot volmaaktheid van de lotusbloemen, dat zijn de chakra’s, in ontwikkeling gebracht wordt. En wij vinden dan dat in de fase in de apocalyps waarin de zegels geopend worden, dat wij een weg gaan naar de ontwikkeling van de imaginatie.
Dat wij, wanneer de bazuinen geblazen worden, wat meer een gehoorervaring is, dat dat de weg is naar de inspiratie. En dat uiteindelijk, wanneer de liefde van God in de vorm van schalen van toorn over de mensheid wordt uitgegoten, dat wij het dan met de ontwikkeling van de intuïtie te maken hebben. En met behulp van gnostische literatuur kunnen wij dan leren begrijpen dat de eerste stap, de stap van de imaginatie, uiteindelijk daartoe leidt dat het hoogste chakra, dat zich in de kruin bevindt, eigenlijk op de plaats van de epifyse, dat dit chakra, wanneer dat in de eerste stap ontwikkeld wordt, ertoe leidt dat men, en dat is natuurlijk beeldend gesproken, daar een diamant ontwikkelt.
De tweede fase, die leidt ertoe dat in het hoogste chakra de opening van de ark van het verbond plaatsvindt. Dat vinden wij ook in de apocalyps terug. En uiteindelijk is het voltrekken van de ontwikkeling tot de hoogste volmaaktheid van het hoogste chakra, deze ontwikkeling leidt ertoe dat men de heilige graal vindt.
Dat is wat ik met behulp van mijn geestesvrienden geprobeerd heb uit te spreken, in een veel uitgebreidere vorm natuurlijk, en dat hebben wij toen in een boek samengebracht. Niet alleen de transcripties, maar ook mijn auteursreferaten en ook enkele citaten, bijvoorbeeld uit ‘Hoe verwerft men kennis van de hogere werelden’ van Rudolf Steiner. Deze citaten zijn ook daarin, omdat het mij belangrijk was om het verband met de antroposofie duidelijk te maken, dat datgene wat ik in dit boek beschrijf, dat dat geen afwijking van de antroposofie is, maar eerder een benadering daarvan, dat wij in onze innerlijke ontwikkeling, wanneer wij de inwijding zoeken, dat wij daar een mogelijkheid hebben om met de beelden van de apocalyps te begrijpen hoe de lotusbloemen in onze ziel in ontwikkeling gebracht kunnen worden.
En het wonderlijke is dat daar ook een begrip ontstaat voor deze geheimzinnige kracht die kundalini heet. Er bestaat uit de tijd van Rudolf Steiner een boek van Arthur Avalon, en die heeft oude oosterse geschriften vertaald en geeft daarop ook zijn eigen commentaren. En een vertaling is over kundalini als volgt:
Daarboven straalt de slapende kundalini zo fijn als de vezels van de lotussteel. Zij is degene die de wereld het leven geeft, en zij bedekt de mond van Brahma en doet dat geheel zelfstandig. Zoals de spiraal van een schelp gaat haar stralende, slangachtige vorm drie en een halve keer om het ruggenmerg heen, en haar glorie is als de glorie van een heel jonge, maar sterke bliksem.
Haar zoete spreken klinkt als het ononderscheiden gebrom, zoals van een zwerm bijen die geheel verliefd is. Zij produceert een melodieuze poëzie en alle andere composities in proza of verzen, in heerlijke reeksen en andere wijzen in alle talen. Zij is het die alle wezens in de wereld door inademing en uitademing verlicht.
Zij straalt in de holte van de wortel. Zij straalt als een keten van stralende lichten.
En Rudolf Steiner heeft deze wonderbare poëzie eigenlijk min of meer in een filosofisch-spirituele vorm samengevat, en hij zegt: “Op het ogenblik van het ontwaken van kundalini wordt het passieve denken actief, en de actieve wil wordt passief. Het ogenblik van het ontwaken kan men daardoor aanduiden dat het wezen een actief, dat wil zeggen productief denken, en een passieve, dat wil zeggen ontvangende wil krijgt.”
Dat is een formule voor meditatie. En zo heb ik in dit boek geprobeerd zoveel mogelijk enerzijds de geesteswetenschap van Rudolf Steiner te volgen, en anderzijds dit ontwaken van kundalini terug te vinden in de openbaring van Johannes.
Het blijft natuurlijk altijd een onvolmaakte aangelegenheid om zoiets te doen, maar anderzijds hebben wij allemaal ervaren dat dit proberen een soort van volmaaktheid in zich draagt. Niet het resultaat, maar het streven. Ik heb in mijn romans de hoofdpersonen Johannes vaak, ja hoe zal ik het zeggen, laten zeggen: er bestaat geen volmaaktheid, geen menselijke volmaaktheid, alleen het streven naar volmaaktheid kan in zekere zin volmaakt zijn.
En zo proberen wij ons streven zo volmaakt mogelijk te maken, opdat wij ooit helemaal aan het einde van de tijd van de grote apocalyps ook werkelijk een soort van volmaaktheid zullen bereiken.




2 Reacties
Dank je wel Mieke. Het boek is heerlijk om mee te werken, te doen. Zo fijn.
Hartelijk dank Mieke! Ik voel wat je schrijft en dat is fantastisch geloofwaardig. Voor mij was vooral de meditatie rond het onpersoonlijke hogere zelf iets wat me weer vooruit brengt. Lezen, opnieuw lezen en integreren dus….wat een verrijking!
Tine