Michaël. We leven naar het feest van Michaël toe op 29 september. En ik moet zeggen dat ik, voordat ik de antroposofie leerde kennen, dit feest niet kende. Ik heb het vooral op de vrije school leren kennen, omdat de kinderen daar naartoe gingen. En natuurlijk ook uit het werk van Rudolf Steiner. Het zou bij je kunnen opkomen dat Rudolf Steiner dat feest zelf in gang heeft gezet, maar dat is helemaal niet zo. Het is een heel bekend feest, wat eigenlijk in een heel groot bereik van religies gevierd wordt. Ook echt op 29 september.
Het heeft vooral de katholieke en orthodox-christelijke achtergrond. Maar toch ook bij het protestantse geloof en in de Anglikaanse kerk wordt het feest in bepaalde gevallen wel gevierd. Mij is het dus nooit opgevallen. Het is natuurlijk wel zo dat je, wanneer je andere landen bezoekt, en ook in je eigen land, dat je bij het bezoeken van kerkgebouwen vaak afbeeldingen ziet van Michael met de draak, Joris met de draak. Dus het principe, de symboliek, dat mag ik eigenlijk niet zeggen, is wel bekend geweest. Maar de datum 29 september was mij onbekend. Maar dat is inmiddels al vele tientallen jaren geleden. En wanneer je dan het wezen van Michael leert kennen, en dat leer je natuurlijk vooral kennen door het werk van Rudolf Steiner in zijn boeken en voordrachten, wanneer je dat wezen leert kennen, dan wordt het heel duidelijk dat dat beeld van de aartsengel die de draak bevecht, dat dat beeld een beeld is wat moed geeft.
Het zou ook angstwekkend kunnen zijn, maar dat is het niet. Het is een beeld waardoor je een indruk krijgt dat datgene wat in de wereld tegenwerkt bestreden wordt en dat het ook overwonnen kan worden. Maar wat is nu eigenlijk dan wat voor ons mensen in de moderne tijd de betekenis is van dit wezen van Michaël? We komen uit een tijd waarin de zomerwarmte heel sterk is geweest, dit jaar bij uitstek. En wanneer je de weekspreuken van Rudolf Steiner volgt, dan heb je beleefd dat je, wanneer je in die zomerwarmte meegaat, dat ga je onbewust in feite altijd, dus ook als je niet in die dingen gelooft, gebeuren ze toch. Wanneer je meegaat met die zomerwarmte, dan ga je eigenlijk uit jezelf. Dan ben je niet meer zo helemaal verankerd in jezelf als je dat in de winter bent.
Nee, je gaat echt met licht en warmte mee de kosmos in. Maar ja, dan komt augustus en dat is de tijd waarin ook de meteoorregens zijn. Die zou je kunnen zien als het zwaard van Michaël. Dan komt dus langzamerhand de tijd dat je voelt: ik ga weer meer terug naar mezelf. Maar in feite ga je dan terug naar een huis dat een lange tijd min of meer verlaten is geweest. En in dat huis, wat dus niet onder jouw heerschappij heeft gestaan, een tijdlang, kan van alles gebeurd zijn. Ik moest, toen ik hier aan dacht, heel sterk denken aan Odysseus, die na een lange afwezigheid terugkeert naar huis. De terugreis is al moeilijk, maar de aankomst thuis is wel echt een ontgoocheling. Dat is een beeld voor wat wij ieder jaar meemaken, wanneer we uit de zomerwarmte en het licht weer terugkeren in onszelf.
Daar is een hele hoop gebeurd waar we niet bij waren in die zin. Dus ook als je niet gelooft in dezedingen, dan zeg ik, en dat hoef je natuurlijk dan ook niet te geloven, dat het toch zo is, dat hangt niet met geloof samen, dit. Dit zijn een soort van jaarverloopwetmatigheden. Je komt dus terug, en daar bevindt zich in een zekere nesteling de draak die ons bedreigt. En dan heb je een kracht nodig om jezelf weer terug te brengen bij jezelf. En daarom is het Michaelfeest op 29 september natuurlijk precies de goede tijd, want in deze tijd van het jaar hebben we die kracht van hem zo hard nodig. Het is moed die je nodig hebt om je met, niet alleen met jezelf, maar ook met dat hele aarde bestaan waar we zo mee zitten te worstelen vaak, dat je je daar weer mee uiteenzet, maar ook mee verenigt in zekere zin. Dus niet dat je er half buiten blijft staan omdat je zegt: het is zoiets ellendigs, ik wil er eigenlijk niks meer mee te maken hebben, maar dat je de moed opbrengt om het allemaal toch weer aan te gaan. Ik vond dat vroeger ook altijd heel fijn als het schooljaar, of later het academische jaar, weer begon; dat je ook zo’n gevoel kreeg van: ik ben terug, ik moet weer aan het werk. Het was mooi, deze zomer, vakantie en zo, nu gaan we weer aan het werk. En ja, je moet een bepaalde kracht inzetten om dat dan toch weer te gaan doen. Dat is de kracht van Michaël die we nodig hebben, maar er is ook nog een niet aan het jaargetijde gebonden kracht van Michaël, maar aan een tijdverloop gebonden Kracht. We leven sinds het laatste derde deel van de negentiende eeuw in een Michaëltijd. Michaël is de aartsengel die in onze tijd de leidende geest is. En nu is het altijd zo geweest dat een aartsengel ook werkelijk leidend optreedt. Hij neemt de leiding, en beïnvloedt dus in feite daarmee het verloop van de gebeurtenissen, maar in onze tijd is tegelijkertijd de periode van de vrijheid begonnen en dat is met elkaar in strijd.
Je zou niet kunnen zeggen dat je vrij bent wanneer de heersende aartsengel je beïnvloedt terwijl je het niet weet. En daar houdt Michaël zich heel strikt. aan, maar dat betekent dat hij niet tot in het fysieke alledaagse bewustzijn inspirerend werkzaam is. Hij laat ons vrij en dat wil zeggen dat we onze wil moeten tonen, dat we ook werkelijk met hem dit tijdperk, waarin hij de leidende aartsengel is, dat we dat tijdperk ook werkelijk in zijn zin willen mee vormgeven. Dat moet je dus als het ware met je wil bevestigen. En Rudolf Steiner heeft ons duidelijk gemaakt dat we in het denken, dat is niet het gedachteleven, dat zijn niet de associatieve gedachten, dat zijn niet de herinneringsgedachten, maar dat is het denken waarmee je kent, waarmee je begrijpt, waarmee je wetenschap bedrijft. dat in dat denken de doodsheid het allermeest is ingetreden.
Dat is een akelig gebeuren; dat kent u misschien ook wel uit uw leven. Wanneer je terugkijkt, dan weet je dat er vanuit je jeugd naar de volwassenheid geleidelijk aan een overgang is naar een soort afstand die er ontstaat ten opzichte van datgene wat in de natuur bijvoorbeeld levend is. Een afstand die je eerst niet had en die steeds duidelijker wordt, versterkt nog door alle abstracte leerprocessen waar je doorheen moet. Die doodsheid is iets heel akeligs. Maar aan de andere kant is juist dat het element van de vrijheid, want als het bewuste denken niet doods zou zijn, als daar alle mogelijke levende invloed zich in zou tonen, als je daarin niet zelf degene zou zijn die de gang van de gedachten bepaalt, dan zou je niet vrij kunnen zijn.
Dus die doodsheid is tegelijkertijd ook de bron van de vrijheid. Daar kunnen we met ons begrip, met ons kenvermogen, begrijpen dat in onze tijd het noodzakelijk is dat je je zelf weer opwerkt naar het gebied waarin Michaël wél inspirerend kan werken. Dus de vrijheid ligt in het je opwerken naar een denkgebied waarin die inspiraties wél ontvangen kunnen worden, omdat je met dat opwerken naar dat denkgebied aangeeft dat je in dat gebied wil zijn en dat je dus met de geestelijke wereld samen mee wil werken aan de vormgeving van de verdere mensheidsontwikkeling. Dus dat is voor mij een heel belangrijk punt in het besef van wat Michaël nou eigenlijk te betekenen heeft. Dat punt is dat hij niet vanzelf inspirerend ingrijpt, maar dat we ons eerst moeten opwerken naar een ander, een gespiritualiseerd denken, waarin dat wel kan.
En door die daad, dat je je opwerkt naar dat gespiritualiseerde denken, door die daad laat je zien dat je vrij bent en dat je uit vrije wil met hem samen vorm wil geven. Vorig jaar is een boek verschenen met de titel Zo Verschijnt Michaël, dat is van mijn hand, maar het is een verslag van een seminar een aantal jaren geleden, dat we hebben gehouden in Zwitserland. En daarin heb ik natuurlijk veel uitvoeriger kunnen onder woorden brengen wat we nou eigenlijk ons moeten voorstellen bij het wezen van Michaël en hoe we met hem samen kunnen vormgeven. Er zijn twee citaten uit het werk van Rudolf Steiner die zou ik graag hier willen geven, omdat die allebei laten zien dat het de moed is waar het om gaat.
Je hebt ook moed nodig om dat dode denken te willen spiritualiseren. Het gaat echt niet vanzelf. En die kracht die je daarvoor nodig hebt, dat is de kracht van de moed. Rudolf Steiner heeft bij vele gelegenheden gesproken over de moed die we moeten hebben of ontwikkelen wanneer we met Michael samen willen werken. Het eerste citaat is het citaat uit 1923. Het staat in de Gesamtausgabe 223 op bladzijden 103 en 104. Daar spreekt Rudolf Steiner over Michael en zegt: “Het was zo dat Michael altijd zelf ingreep in de menselijke natuur, opdat de mens niet al te veel omlaag zou zakken. Maar in het laatste derde deel van de negentiende eeuw was het zo dat het Michaelbeeld in de mens zo sterk werd, dat het alleen als het ware door de goede wil van de mens, dat het daarvan afhing om naar boven voelend bewust zich te verheffen tot het Michaelbeeld, opdat het drakenbeeld zich voor hem zou vormen, maar dan in een niet-verlicht gevoelsbeleven, en dat aan de andere kant in een geestelijke schouw, en dan toch niet in een noodzakelijk helderziend bewustzijn, de lichtgestalte van Michaël voor het ziele-oog staan kan. Zo kan voor de mens een gemoedsinhoud ontstaan, en dan zeg je tot jezelf: in mij werkt die drakenkracht, die me naar omlaag wil trekken. Ik kan die niet schouwen, maar ik voel die kracht als datgene wat me naar omlaag wil brengen. Maar ik schouw in de geest de lichtende engel wiens kosmische opgave het altijd geweest is om de draak te overwinnen. En dan komt, als het ware, een oefening die je zou kunnen. doen in deze tijd. Ik concentreer mijn gemoed op deze lichtgestalte. Ik laat het licht in mijn gemoed binnenstralen.
Ich konzentriere mein Gemüt auf diese Leuchtgestalt, ich lasse ihr Licht in mein Gemüt hereinstrahlen: Dan wordt het op die wijze het verlichte en verwarmdergemoed; dan zal dat de Michaelkracht in zich dragen. En in een vrij besluit zal de mens in staat zijn, door zijn verbond met Michael, de drakenkracht in zijn ondermenselijke te overwinnen.”
In deze paar zinnen kun je eigenlijk het hele principe van Michael, van zijn wezen beleven. En een jaar later spreekt Rudolf Steiner dan in soortgelijke woorden, GA 237, maar toch weer anders en zegt dan: “De ernst der tijden; de moed die nodig is om op de juiste wijze zich te verenigen met spirituele stromingen, kan men zich bewust worden wanneer men zich verdiept in het Michael wezen. Maar wanneer men dan deze dingen in zich opneemt, terwijl men zich zegt: gij mensenziel, ge kunt ertoe geroepen worden wanneer ge begrijpt om mee te werken aan de verzekering van de Michaëlheerschappij. Dan kan tegelijkertijd ontstaan wat men zou willen noemen een innerlijke jubel van de menselijke ziel in overgave, daarover dat je zo krachtvol mag zijn. Ik zeg het nog eens in het Duits: Du Menschenseele, du kannst dazu berufen werden, wenn du verstehst, mitzuwirken an der Sicherung der Michael-Herrschaft – kann zu gleicher Zeit das entstehen, was man nennen möchte
einen hingebenden inneren Jubel der menschlichen Seele, so kraftvoll
sein zu dürfen. Daar is moed voor nodig om vol kracht te zijn. Dat lijkt vreemd; je zou zeggen dat het prettig is om vol van kracht te zijn, dat je daar geen moed voor nodig hebt. Maar wanneer je je daar iets verder in verdiept, dan is het wel duidelijk: wanneer je in deze tijd leeft en je wil stand houden, in wat je als waar, schoon en goed beleeft, dan heb je kracht nodig en die kracht staat gelijk aan moed. Dat is Michaël. Dat kunnen we als mensen niet alleen. Daarvoor heb je geestelijke wezens nodig die achter je staan, waar je op kunt vertrouwen dat ze je niet in de steek laten wanneer het moeilijk wordt, dat je altijd de moed van Michaël zelf kunt putten uit het verbond met hem. Dat wilde ik graag zeggen voor 29 september, zodat we verenigd met elkaar en verenigd met Michaël de moed kunnen vatten om ook echt krachtig te durven zijn.




3 Reacties
Een reactie die ik eens plaatste over Michael wil ik hier toch weergeven ,
Het komt erop aan dat wij leven in de werkelijkheid , en niet in inhoudloze woorden . Ook niet in idealen ,want die zijn vaak lege woorden en zonder enige inhoud …ik denk aan de paradijselijke idealen van sommige politici , bijv. de groenen en green deal die allesbehalve werkelijkheid zullen worden en slechts ahrimanische schijn en illusies vertegenwoordigen .
In het ene wil hij volgens mij zeggen , voordat je een daad stelt moet je die denken in woorden ,maar alleen een echte wilsdaad kan zonder woorden omdat ze direct gebeurt vanuit het geestelijke en onbewuste .
Nu botste ik toevallig weer op een stukje dat hierover gaat , in een boek van Steiner over Michael .Het gaat er voornamelijk om , over een nieuwe ziele-gesteldheid die wij moeten aankweken en in onszelf opnemen want de aardeevolutie gaat bergaf sinds een zekere tijd ( 1500 n C ) en wil de mens het sociale vraagstuk oplossen kan dit uitsluitend via deze andere gesteldheid en het opnemen van de weg naar de Michaelopenbaring.
Wij dienen ZELF de weg naar Michael te openen en hem toe treden . Dit kon vanaf 1870 ( Michael tijdsgeest) gebeuren .
Waar het om gaat is dat de mensen van nu de oude denkbeelden moeten loslaten en niet meer verder denken in oude bewustzijnstoestanden etc…dwz niet meer denken in de trant van ‘ Ik denk dus ik ben ‘ . Dat is verkeerd !
Men moet goed beseffen dat het denken slechts een “afspiegeling ” is van een voorstelling- of gedachtenwereld , niets meer . En wij hebben er niets aan ivm de werkelijkheid omdat Lucifer degene is die er belang bij heeft in ons denken door te dringen om deze gedachten als bedriegelijke schijn voor te spiegelen voor hetzelfde als de Werkelijkheid .
Steiner zegt daar :” Moest het denken de werkelijkheid zijn , dan zouden wij er niets aan hebben .”
De Michaelische weg houdt in de eerste plaats in het bovenzinnelijke te leren zien of schouwen in de werkelijkheid van de zintuigelijke wereld . In de tweede plaats komt het er dan ook op aan de Christusimpuls te vinden .
In je reactie staat:
Men moet goed beseffen dat het denken slechts een “afspiegeling ” is van een voorstelling- of gedachtenwereld , niets meer………
Ik kan me niet voorstellen dat Rudolf Steiner dit zo bedoelt……of geschreven heeft. Of schrijf jij het?
volgens mij:
Denken (de denker)produceert juist denkbeelden , ideeen en gedachtes. en
door te denken verkrijg je (hopelijk) inzicht. Als je niet denkt dwarrelen er sowieso duizenden gedachtes door je heen, gratis.zonder inspanning.
En voor een handeling beslist een idee nodig, een motief zo je wilt. Wat is handelen anders dan IETS ten uitvoer brengen, anders dan zomaar zonder te denken of idee iets te willen doen?
De filosofie der vrijheid is een spannend boek dat je een hoop helderheid hierin kan geven , maar ook mooie ervaringen.Namelijk wat de werkelijkheid is.Die bereik je niet zonder denken
Dat is ook gratis maar vereist wel wilskracht…..
Het staat er wel degelijk zo :
” Ik denk , dus ik ben – Dat is het tegendeel van de waarheid.
Als we denken zijn we er niet want in het denken bestaat slechts een afbeelding .Als het denken niet slechts een spiegelbeeld zou zijn , maar ons in de werkelijkheid zou doen leven , zouden we er niets aan hebben . ”
Door van de spiegeling die het denken is van de werkelijkheid bewust te worden kunnen wij de invloeden van Lucifer tegenwerken , die grijpt in het denken in .
Het gewone ‘combinerend denken’ dat de mens heeft is een ruimtelijk denken met klokkentijd , die is ook ruimtelijk .Daar kan men gemakkelijk van het ene begrip of beeld naar het andere overgaan.
Dit lukt niet in het tweede hogere ‘organisch -morfologische denken ‘, dat vloeiend werkt in ‘gestalten’ ( dit zijn innerlijk samen hangende vormen ) en in zichzelf zeer innerlijk bewegend is .
Dan is er nog een derde hogere denken , het ‘omgestulpte denken ,dat leidt naat het echte geestelijke.
Prokofieff geeft daar meer uitleg over in een bijlage zijn boek over het Michaël -Mysterie .Drie vormen van denken , “Wegen tot inzicht in hogere werelden “(GA 79,26.1921)
Over het motief of de reden tot handelen . Een mens die handelt vanuit het idee/ of motief , die handelt dwangmatig en onvrij .Zolang hij niet geschoold is in de wil ivm;zijn ik-ontwikkeling. Slechts wanneer het motief van handelen deel is geworden van onszelf en/of één geheel vormt met die mens zijn wil en bijgevolg belicht is door de zelfkennis dan is die wil door het motief bepaald . Na een omvorming van een onvrij willen naar een willen met het karakter van vrijheid en die is er pas na geestelijke wedergeboorte ; hiervoor is een ontwaakt zijn nodig als tweede Ik , de tweede mens .