| Weekspreuk 35, 1 – 7 december |
Weekspreuk 18, 4 – 10 augustus |
|
| Kan ik het Zijn kennen, Opdat het zich weervindt In de scheppingsdrang van de ziel? Ik voel, dat mij macht wordt verleend, Om het eigen zelf als onderdeel Bescheiden in te leven in het Wereldzelf. |
Kan ik de ziel wijd maken Opdat zij zich zelf verbindt Met het ontvangen Wereld-Kiemwoord? Ik voorvoel dat ik kracht moet vinden Om de ziel waardig vorm te geven Zich tot Geesteskleed te vormen. |
|
| Kann ich das Sein erkennen, Dass es sich wiederfindet Im Seelenschaffensdrange? Ich fühle, dass mir Macht verlieh’n, Das eigne Selbst dem Weltenselbst Als Glied bescheiden einzuleben. |
Kann ich die Seele weiten, Dass sie sich selbst verbindet Empfangnem Welten-Keimesworte? Ich ahne, dass ich Kraft muss finden, Die Seele würdig zu gestalten, Zum Geistes-Kleide sich zu bilden. |
|
Het wezen van de wereld ligt voorbij het bewuste kennen. Wanneer de mens zich erin inleeft door zich bewust te worden van de categorie van het zijn, herkent hij het als zijn eigen wezen, dat pas werkelijk wordt als de ziel wil scheppen. Dan leeft het bescheiden zelf zich in de wereld in, bewust van het eigen zelf en van de wereld.

Deze weekspreuken zijn door Rudolf Steiner gegeven in 1912 / 1913: Anthroposophischer Seelenkalender.
Scheppingsdrang van de ziel door Mieke Mosmuller



