In augustus voelden we hoe ons eigen wezen, wanneer het beperkt zou blijven tot een eenzaam bestaan, de dood in zichzelf zou kunnen vinden. De ziel heeft het bestaan van de wereld nodig om zelf te kunnen bestaan. Nu, in november, voelen we het omgekeerde. We voelen hoe de wereld niet zou kunnen bestaan, hoe deze zou moeten sterven, als de menselijke ziel niet met de wereld zou meeleven. De wereld moet zichzelf in de menselijke ziel opnioeuw kunnen scheppen; zondere deze macht zich te openbaren in de zielen zou zij in zichzelf de dood vinden.
Deze weekspreuken zijn door Rudolf Steiner gegeven in 1912 / 1913: Anthroposophischer Seelenkalender.



