Ja, in onze tijd wordt opnieuw zo duidelijk hoezeer de wereld de antroposofie nodig heeft als cultuurfactor. Natuurlijk kan men zeggen: ja, de antroposofie is eigenlijk al over de hele wereld bekend geworden en is in die zin wereldwijd in vele gebieden toch een cultuurfactor door vrijescholen, door heilpedagogische instituten enzovoort. Maar dat is niet wat ik bedoel. Er zijn ook zeer veel mensen die enthousiast zijn over het werk van Rudolf Steiner en die met veel elan de inhoud opnemen en zelfs weer doorgeven, erover schrijven, de inhoud zelf uitbreiden enzovoort. Dat is allemaal niet wat ik bedoel.
Voor mij is het zo duidelijk dat datgene wat het wezen Anthroposophia is, dat zij, dit wezen, eigenlijk helemaal niet verschijnt. Zij is niet een wezen dat in de eerste plaats met inhoud te maken heeft. Zij is ook geen wezen dat in de eerste plaats met instituten of besturen of scholen of wat ook te maken heeft. Zij is een wezen dat op aarde in onze tijd nog nauwelijks verschijnt. En dat is wat ik zo graag steeds opnieuw wil uitspreken: dat het werkelijk tijd is en noodzakelijk is dat dit wezen verschijnt. En zij kan dat niet uit eigen beweging, want zij is een wezen dat onmiddellijk met de mens te maken heeft. En zij kan dus niet uit zichzelf verschijnen wanneer de mensen haar niet de gelegenheid daartoe geven.
In mijn Nederlandse video heb ik erop gewezen dat eigenlijk alles steeds hetzelfde blijft. Dat is zo in de politiek, dat is zo in de wetenschap en zelfs in de techniek, waar het lijkt alsof er een geweldige ontwikkeling plaatsvindt, blijft eigenlijk alles steeds hetzelfde. En dat heeft ermee te maken dat dit wezen, Anthroposophia, dat een transformerend wezen is, niet gewild wordt. Ik moet dat werkelijk zo zeggen. Ik kan niet zeggen dat zij niet herkend wordt, maar zij wordt niet gewild. En dat heeft te maken met de oneindige innerlijke luiheid van ons mensen. Wij zijn helemaal niet zo lui wanneer het om uiterlijke arbeid gaat, natuurlijk. Er zijn ook werkzaamheden die wij niet zo graag doen en er zijn ook mensen die daarin lui zijn. Maar wanneer wij bijvoorbeeld aan sport denken: ja, wanneer men werkelijk sport wil beoefenen, dan kan men uiterlijk niet lui zijn, dan moet men werkelijk actief worden. Dus de mens heeft de mogelijkheid tot een grote ontplooiing van activiteit. Dat is het probleem niet.
Het probleem ligt in de innerlijke activiteit. En het is ook begrijpelijk. Wanneer wij terugdenken aan onze schooltijd, aan onze studietijd, dan zullen wij ons zeker herinneren hoe moeilijk het was om onszelf tot studeren aan te vuren. Er kwam een examen aan en men moest studeren en men had daar helemaal geen zin in. Alles liever dan deze boeken openen en eindelijk eens beginnen. En wanneer het dan ook nog zo moet zijn dat men de dingen die men leest innerlijk moet reproduceren — wat men eigenlijk wel moet doen wanneer men iets in het geheugen wil opnemen — dan wordt het al gauw behoorlijk saai en moeilijk om eraan te beginnen. En juist deze innerlijke activiteit, die wij bij het studeren moeten inzetten, wordt van ons in nog veel sterkere mate verlangd wanneer wij een toneel of een veld willen scheppen waarop het wezen Anthroposophia kan verschijnen. Zij is het wezen van de innerlijke activiteit en de menselijke zonde van de luiheid ligt vooral op dit gebied. En dat leidt ertoe dat de mens eigenlijk helemaal geen zin heeft om Anthroposophia in het leven toe te laten.
Ik kan mij herinneren dat ik, toen ik met de antroposofie kennismaakte, met De filosofie van de vrijheid ben begonnen te studeren. En dan komt men in een heel ander denken terecht dan men gewend is, hoewel het denken eigenlijk hetzelfde blijft. Het wordt geen ander denken, maar het lijkt zich op een ander niveau te voltrekken. En men zou kunnen menen dat men daarmee al aan de eis van innerlijke activiteit heeft voldaan wanneer men zo’n boek als De filosofie van de vrijheid bestudeert of bestudeerd heeft. Rudolf Steiner spreekt in zijn voordrachten vaak over dit boek uit zijn jeugd, De filosofie van de vrijheid. En hij spreekt er dan over dat men door het juiste bestuderen van De filosofie van de vrijheid een zuiver denken ontwikkelt. En wanneer men de antroposofie als inhoud, als zelfstudie opneemt, dan moet men zich natuurlijk de vraag stellen wat hij daarmee eigenlijk bedoelt, met het zuivere denken. Ik geloof dat hij ook soms gezegd heeft dat hij in De filosofie van de vrijheid over het zuivere denken spreekt of schrijft. Ik moet dat nog eens nakijken, maar ik geloof niet dat hij deze woorden ook werkelijk zo gebruikt heeft.
Maar wat natuurlijk wel zo is, is dat wanneer men het denken van De filosofie van de vrijheid gedurende langere tijd door meerdere hoofdstukken volgt, men dan in een denken terechtkomt dat geen zintuiglijke inhoud meer in zich heeft. Men kan het ook anders lezen. Men kan ook zo lezen dat men het lezen voortdurend onderbreekt door eigen inzichten ertussen te mengen. Of dat men zich afvraagt: wat bedoelt hij nu eigenlijk? en dan met eigen opvattingen komt. Ik geloof niet dat men dan kan komen tot datgene wat Rudolf Steiner het zuivere denken noemt. Ik meen dat hij eigenlijk gehoopt heeft dat er mensen zouden zijn die werkelijk paragraaf voor paragraaf zouden meedenken. Niet zozeer nadenken, niet erover denken, maar ook denken. Zoals het daar staat, ook zo denken. En ik heb door de jaren heen met zeer veel mensen gewerkt aan De filosofie van de vrijheid. En het is eigenlijk altijd zo geweest dat — ja, ik wil niet zeggen alle mensen, want dat is natuurlijk niet waar — maar dat velen die De filosofie van de vrijheid willen studeren, zichzelf eigenlijk tegenhouden doordat zij voortdurend de denkstroom onderbreken met eigen gedachten. En het is natuurlijk merkwaardig dat men een boek zo zou moeten lezen dat men zelf zwijgt. Dat wil de mens eigenlijk niet. Hij wil zich daarin altijd laten gelden. Maar dan wordt het op gang brengen van de innerlijke activiteit voortdurend gestopt. Het is alsof men als fietser elke vijf meter stopt en dan toch meent dat men een wedstrijd zou kunnen winnen. Dat gaat natuurlijk niet. Wanneer men zichzelf telkens afremt, wordt het onmogelijk om in een stroom te komen.
En juist dat is wat een boek als De filosofie van de vrijheid zou kunnen geven: dat men in een stroom van denken komt die geheel door het zuivere denken vervuld is. Dus zuivere gedachten die elkaar opvolgen op een manier waardoor men in een voortdurend vormend denken terechtkomt. Daar verschijnt Anthroposophia voor het eerst. En dat zal men dan ook gewaarworden. Maar zo ver komt het meestal niet, omdat men helemaal geen idee heeft dat zoiets noodzakelijk zou zijn om een gedachtegang werkelijk van begin tot einde onzelfzuchtig mede vorm te geven. Dat is een vermogen dat dan ontstaat, een vermogen dat het mogelijk maakt dat men uiteindelijk een denkstroom in zichzelf ontwikkelt die niet meer in de oude vormen wil leven. Een denkstroom, een stroom die het mogelijk maakt dat men geheel nieuwe gedachten ontvangt. Dat is natuurlijk een sprong die ik nu maak. En ik zal een volgende keer graag verder ingaan op deze sprong.
Maar het eerste wat ik vandaag zo graag wil uiteenzetten is dat Anthroposophia niet in de wereld kan verschijnen wanneer er geen mensen zijn die de innerlijke activiteit zo liefhebben dat zij mogelijkheden zoeken om innerlijk actief te worden. En dan is een boek als De filosofie van de vrijheid inderdaad een geweldig boek daarvoor. Maar er zijn natuurlijk ook andere mogelijkheden. Een meditatie, zoals de antroposofie die geeft, leidt door sterke concentratie ook tot innerlijke activiteit. Maar ik geloof niet dat deze antroposofie al werkelijk in de wereld verschijnt. Er zijn veel antroposofen en zij spreken en schrijven veel omdat zij de antroposofie in de wereld willen brengen. Maar daardoor komt de antroposofie niet in de wereld. Anthroposophia kan alleen in de innerlijke activiteit verschijnen. En dan wordt ook de antroposofische inhoud getransformeerd. Daarover wil ik nog vele malen spreken.




2 Reacties
Het zal dus met wilskracht en innerlijke streven te maken hebben ofdat men het wezen van de Antroposofia zal kunnen aanraken , zo gezegd . Het heeft met een in zich zelf ontwikkelend bewustzijn te maken , en in een zich vormend veld van broederlijkehid , gemeenschappelijkheid tot eenheid bij de mensen , die nu in de bewustzijnsziel hun ervaringen opdoen opweg naar het volgende hoger bewustzijn , het Geestzelf dat wij maar eerst naar het zesde na-Atlantische toe tijdperk ( 3500 nC. ) gaan beleven . Het is een volgende stap in de zielsontwikkeling , want Antroposofia is gelijk aan het Geestzelf , het is hetzelfde als de Heilige Geest die ook de apostelen met pinksteren ontvingen .
Rudolf Steiner kwam tot het schrijven van de Filosofie der vrijheid nadat hij zelf in zijn jeugd al verschillende ervaringen doorleefde , eerst een ervaring van het hogere Ik op de leeftijd van 19 jaar ( brief in 1881 ) en dat na zijn interesse die hij koesterde voor de studie van de geometrie , hij beleefde eerst het fenomeen van de ruimtelijkheid en dan achter dit raadsel van de ruimte zocht hij naar het raadsel van de tijd , namelijk het fenomeen van de verschillende tijdstromingen , de voor en achterwaarts lopende tijdstromingen ( Manuscript van Barr ) , evolutie en involutie en later ook de derde tijdstroom , deze van de eeuwigheid .Dit leidde tot de centrale ervaring in zijn leven , de ervaring van Golgotha rond zijn 33 ste levensjaar , waardoor hij tot het schrijven van de filo der vrijheid kon komen , daarmee legde hij eerstens de grondslag omdat hij daarvoor eerst de krachten in zijn etherlichaam zou vinden . En vanuit deze geestelijke bron kon hij de antroposofie of moderne geesteswetenschap op aarde grondvesten , omdat hij toegang had tot de morele intuities , die zelf uit de sfeer van de Eeuwigheid komen , de sfeer van het ‘scheppen uit het Niets ‘ .Deze sfeer ligt tussen de oude Saturnus in het verleden en de toekomstige Vulcanus- toestand .Dan zal de mens zich ook hebben verenigd met het grote Al en de gehele kosmos in zijn eigen wezen opnemen en vooral de hele goddelijke wereld . De mens zal dan ook de ‘ Ik Ben de alfa en de omega ‘ zijn uit de Apocalyps van Johannes .
Wat een prachtig stuk!
Met een groep van 9 mensen zijn wij met elkaar alinea na alinea de vertaling van P. Los – Wiercks van de Filosofie van de vrijheid aan het lezen o.l.v. Joke van der Wolf.
Voor mij persoonlijk voelt de wijze waarop wij dit doen zoals Rudolf Steiner het bedoeld heeft.
Wij kregen dit stuk van Joke ter voorbereiding van onze bijeenkomst vandaag en ik heb er persoonlijk nog even op gewezen.
Hartelijke groet Yvonne