Gloria in Excelsis Deo

Gedurende de Advent tijd zijn de tekenen van deze komst al te beleven. Maar op Kerstavond, wanneer de sterren helder schijnen aan de nachthemel, kunnen we voelen, gewaarworden, dat de hemel voor ons open gaat, dat de hemel tot ons komt, zich vermengt met het duister en dit verlicht. De ziel, met al haar licht, baart de geest. Zowel in de innerlijke, als ook in de uiterlijke wereld komt de hemel op aarde. Het is de beste tijd die er is om een meditatie te vervullen die gebouwd wordt op dit machtige aanwezig zijn van de hemel op aarde.
Wereldwinternacht

Maar toen kwam de tijd dat er een kind geboren werd, in deze midwintertijd – midwinter voor het betreffende halfrond. Het werd geboren om ons voor altijd en altijd te beschermen, in alle tijd van eenzaamheid van de aarde en de mens, zo lang als zij beiden zullen samen leven. Sindsdien zijn de nachten dertien in aantal geworden, vanaf de avondschemering op 24 december tot aan de volle dag van 6 januari. Zij zijn heilig geworden, want Christus en de aarde zijn in deze dagen en nachten het dichtst bijeen.
Offer

Nu begin ik gewaar te worden waar de inspiratie voor mijn scheppingsdrang ontspringt. Het Wereldwoord zelf is dit, dat zich openbaren wil doordat ik mij offer, door mijn werken met Hem te vervullen. Kan Hij zich openbaren door mijn werk heen?
Scheppingsdrang van de ziel

Het wezen van de wereld ligt voorbij het bewuste kennen. Wanneer de mens zich erin inleeft door zich bewust te worden van de categorie van het zijn, herkent hij het als zijn eigen wezen, dat pas werkelijk wordt als de ziel wil scheppen. Dan leeft het bescheiden zelf zich in de wereld in, bewust van het eigen zelf en van de wereld.
Het oud-bewaarde

De innerlijke kracht wordt sterker wanneer het winter wordt. We voelen dit in het innerlijke leven en deze krachten worden in onze daden uitgegoten. Door mijn bewuste daden vorm ik de uiterlijke wereld om en door dit te doen druk ik mij als het ware af in het uiterlijke bestaan.
Het meebeleven door mijn ziel

In augustus voelden we hoe ons eigen wezen, wanneer het beperkt zou blijven tot een eenzaam bestaan, de dood in zichzelf zou kunnen vinden. De ziel heeft het bestaan van de wereld nodig om zelf te kunnen bestaan. Nu, in november, voelen we het omgekeerde. We voelen hoe de wereld niet zou kunnen bestaan, hoe deze zou moeten sterven, als de menselijke ziel niet met de wereld zou meeleven. De wereld moet zichzelf in de menselijke ziel opnioeuw kunnen scheppen; zondere deze macht zich te openbaren in de zielen zou zij in zichzelf de dood vinden.
Mijzelf aan de wereld schenken…

De eigen kracht wordt nu steeds meer voelbaar. In de zomer was het een vreemde macht die werd gevoeld, nu is het de eigen kracht. In de zomer werd deze vreemde macht ons gegeven, nu geven we onze kracht aan de wereld. We kunnen ons eigen wezen als kracht ontplooiend leren beleven, een kracht die zich zo ontvouwt dat we steeds duidelijkere doorschouwen hoe het karma weeft in de wereld.
Levenswilskracht

Het licht is nu zodanig verinnerlijkt, dat het vanuit de geest naar buiten kan stralen. In deze tijd van het jaar is de actieve bewuste voortbrenging van het denken werkelijk actueel. We voelen hoe het wil is, die zich in het denken ontplooit, hoe die wil geestelijk wordt. En met die levens-wilskracht kunnen we de wereld van de zintuigen verlichten. Daardoor komen zuiver menselijke scheppende krachten uit het menselijk geestelijke, uit de drijfveren van de ziel, en verbinden zich met de handelingen die de mens verricht, tot in het ‘werk’, dat de mens schept.
Omstulping

De spreuk in de week van het Michaelfeest, nr. 26, is één van de omwentelingen in de weekspreuken. Hier stulpt de spreuk om, wat buiten was wordt binnen, wat binnen was wordt buiten. In deze dertigste week wordt dit heel duidelijk, wanneer we deze spreuk vergelijken met de spreuk nr. 23. We zouden heel precies moeten onderzoeken wat er gebeurt. In het begin van september werd onze blik gericht op het begin van de herfst in de natuur en de overgave van de zomer aan ons. Nu bereiken we een hoogtepunt daarin. In het licht van de ziel rijpen vruchten van het denken en ons gevoelsleven vormt zich om in de zekerheid van het zelfbewustzijn. Wat de herfst mij nu geeft is het ontwaken van de geest en het voorvoelen van de ziele-zomer die in de winter zal komen.
Rust van de herfst

De erfenis van de zomer is, dat we in staat zijn om het denken voor onszelf tot licht te doen worden, in ons innerlijke leven. Het is niet een passief ontvangen van gedachten maar een actief tevoorschijn brengen ervan, steeds weer, voortdurend, zodat het gaat stralen. Het wordt ons duidelijk dat ‘denken’ betekent dat we uit de krachtbron van de wereldgeest alles wat we beleven zinvol kunnen duiden. Maar we moeten het begrijpen actief tot stand brengen, krachtig, innerlijk. De begrippen stralen als een innerlijk vuur – zoals de zon straalt in de zomer. Zij zullen ons door de herfst en de winter dragen.