De ik-mens in het denken

‘Met andere woorden: In het algemeen is de mens er nog niet toe gekomen om de werkelijkheid, die hij in zijn slaap als een zelfstandige werkelijkheid ervaart, door de wilskracht van zijn waakleven in de gedachten van zijn waakleven te gieten. Als men anthroposoof wil worden op een zodanige wijze dat men de anthroposofische gedachten opneemt en zich er niet zomaar passief aan overgeeft, maar door een sterke wil, dat wat men elke nacht in een droomloze slaap is, in de gedachten laat binnenstromen, in de zuivere gedachten van de antroposofie, dan heeft men de eerste fase bereikt van wat men vandaag de dag met recht helderziendheid mag noemen, dan leeft men helderziend in de gedachten van de anthroposofie. Men leest een boek met de sterke wil dat men niet alleen het dagelijks leven in het anthroposofische boek meeneemt, dat men niet zo leest: een stuk van eergisteren, dan stopt het, gisteren, dan stopt het, dan stopt het, vandaag, dan stopt het, dan stopt het enz. Mensen lezen vandaag de dag alleen nog maar met één van hun levensdelen, namelijk alleen met hun dagelijks leven. Natuurlijk kun je Gustav Freytag zo lezen, je kunt Dickens zo lezen, Emerson kan zo gelezen worden, maar geen anthroposofisch boek. Als men een anthroposofisch boek leest, moet men met de hele mens mee erin gaan, en omdat men in de slaap bewusteloos is, dat wil zeggen, geen gedachten heeft – maar de wil blijft bestaan – moet men met de wil meegaan. Als je wilt wat er in de woorden van een echt anthroposofisch boek staat, dan word je door dit willen in ieder geval wat betreft de gedachten helderziend. En ziet u, deze wil moet nog In degenen die onze anthroposofie vertegenwoordigen binnen komen! Als deze wil als een bliksemschicht in de mensen die onze anthroposofie vertegenwoordigen binnendringt, dan kan anthroposofie op de juiste manier tegenover de wereld worden vertegenwoordigd. Het vereist geen magische kunsten, maar de energieke wil, die niet alleen de delen van het leven gedurende de dag in een boek binnendraagt. Tegenwoordig lezen de mensen trouwens niet eens meer met dit hele dagleven, maar vandaag volstaat het om bij het lezen van de krant een paar minuten van de dag levendig te maken om ervaren wat men daar heeft. Je hoeft niet eens de hele dag wakker te zijn. Maar als je je onderdompelt met je hele mens in een boek dat afkomstig is uit de anthroposofie, dan komt het in je tot leven.’

De Nachtmens in de Dagmens

Het citaat van de vorige week wordt in evenwicht gehouden door het hierna volgende. Met het puur intellectualistische denken kunnen we Rudolf Steiners werk natuurlijk niet verder denken, we moeten wel iets aan ons denken doen. Dat zal ik met dit citaat en dat van volgende week proberen te onderbouwen.

Onbeperkt verder denken over de teksten van Rudolf Steiner

Lang, lang, lang geleden las ik in een boek uit de Gesamtausgabe van het werk van Rudolf Steiner een passage die mij de moed gaf om zó intens en hartelijk warm na te denken over de inhoud van de antroposofie, dat ze in mijn eigen geestelijke activiteit kon beginnen te groeien en bloeien. Ik wist toen nog niet dat er binnen de antroposofische kringen mensen zijn die denken dat men zich alleen maar aan de woorden mag houden die geschreven zijn, en dat men niets verder mag denken. Het kan zelfs zo ver gaan dat je alleen mag reciteren. Ik zocht de passage, maar wist niet waar hij stond. Ik heb het standpunt nooit verlaten, ik heb altijd de moed gehouden om zelfstandig mee te denken en verder te gaan. Het maakt niet uit hoeveel weerstand er ook was…

Het andere halfrond

Begin mei was er een driedaags intensief seminar in Werkhoven, in Samaya. Nadat we in de afgelopen jaren ons verdiept hadden in het thema karma en reïncarnatie, hadden wij ons voor deze drie dagen voorgenomen ‘het andere halfrond’ te bekijken, dat wil zeggen het leven tussen dood en geboorte en het leven met de gestorvenen. In 2017 had ik ‘impressies uit de dood’ geschreven, een poging om indrukken uit het leven tussen dood en geboorte te beschrijven, in een vorm tussen proza en poezie in.

Vrijheid en liefde

‘Zoals u kunt zien, worden we steeds meer en meer innerlijk, door onze eigen kracht als wil in het denken te sturen, het denken als het ware volledig te laten doorstralen door de wil. We brengen de wil in het denken en bereiken zo de vrijheid. Dit bereiken we door steeds meer het handelen zo te ontwikkelen, dat we onze gedachten in deze handelingen binnen dragen. We doorstralen ons handelen, dat immers voortkomt uit onze wil, met onze gedachten. Aan de ene kant, naar binnen, leven we een gedachteleven; we doorstralen dit met onze wil en vinden zo de vrijheid. Aan de andere kant, naar buiten toe, vloeien onze handelingen uit de wil voort; we doordringen ze met onze gedachten.

Dionysius Areopagita

De tweede avond in Zeist was gewijd aan de omvorming van Eros in Agape. Opnieuw wilde ik tot uitdrukking brengen hoe onuitsprekelijk en onverklaarbaar de Liefde is en ik nam de geschriften van Dionysius Areopagita ter hand, om te laten zien dat de Liefde zoiets is als God zelf, die niet te begrijpen is met het gewone verstand en die niet te beschrijven is in de gebruikelijke taal. Van Dionysius Arteopagita wordt gezegd dat hij een rechter op de Areopagus te Athene was, waar hij een rede van de apostel Paulus hoorde. Hij werd zijn leerling. Hij is de leraar geworden van de etherische astronomie, dat is de leer van de negen Hemelse Hierarchien en hij kwam tot een uitleg van de Goddelijke Namen. Maar het diepst ontroerend is zijn mystieke theologie, ook wel negatieve theologie genoemd. Hij voert ons daar mee tot de hoogste begrippen waartoe de mens in staat is en laat ons daar de machteloosheid ervaren om dat nog te overstijgen. God – en daarmee ook de Liefde – is in alles meer dan onze begrippen kunnen vatten.

Socrates

De ongenode gast die dronken en wel na het gastmaal binnen komt is Alkibiades. Deze beklaagt zich over Socrates, maar roemt hem ook in alle toonaarden. Hij beklaagt zich erover dat Socrates op geen enkele wijze te verleiden was tot een lichamelijk liefdesspel, waardoor Alkibiades de afgewezen minnaar werd… Maar hij beschrijft hem tevens in al zijn glorie tijdens een gezamelijk krijgstoneel, en wel als volgt:

Eros

Tijdens de voorbereiding openbaarde het thema zich onmiddellijk als onuitsprekelijk. De liefde is de zin van de aarde ontwikkeling… Wie zou dat onder woorden kunnen brengen. Wie zou oefeningen in de liefde kunnen vinden? Hoe zou je een begrip van de liefde moeten geven? De apostel en evangelist Johannes zegt: Kinderen hebt elkander lief! Maar wat betekent dat?

Chartres – 4

In de Middeleeuwen bloeide de School van Chartres, waar grote religieuze geleerden leefde met de Platonische en Pythagorese idee dat de bemiddeling tussen God en de wereld ligt in de wiskunde, met name in de principes van de geometrie, maar die worden tevens bepaald door het begrip ‘grootte’, wat een arithmetisch begrip is, dat reikt tot in de geometrie. Deze geleerden zagen God als de Grote Geometer, die het Al naar deze principes heeft geschapen – zoals we dit ook in de Platonische dialoog Timaeus kunnen vinden. Dit leefde tot in de Middeleeuwen voort en deze leraren van Chartres hebben min of meer bewezen, dat de wiskundige principes geen grondbeginselen van luchtkastelen zijn, maar dat men er een kathedraal mee kon bouwen. Ingeburgerd is de uitspraak dat de kathedraal van Chartres ‘bevroren muziek’ is, omdat deze geheel geconcipieerd is naar de muzikale intervallen, met als grondplan een pentagon, waaruit de gulden snede werd genomen als afmeting waarmee de gehele kathedraal vervolgens werd uitgewerkt – en tenslotte ook werkelijk gebouwd, waarmee wel bewezen werd dat deze principes standvastig zijn tot in het gebruik van steen! Men zocht naar de overgang van de proporties van het menselijk lichaam naar de proporties in de kathedraal, waardoor tevens een overeenstemming en inzicht bereikt hoopte te worden in de proporties van de schepping in zijn geheel.

Chartres – 3

Bij een bezoek aan de kathedraal probeerden we eerst het West Portaal, het beroemde Koningsportaal, te ervaren. Als je de kathedraal door deze poort binnengaat, ga je de poort van het Nieuwe Jeruzalem binnen. Maar als we een realiteit willen ervaren, is dat niet de juiste ingang. Want de mens is verre van volmaakt genoeg om een overeenkomst te vertonen met de apocalyptische volmaaktheid.