Een paar pagina’s verderop in deze lezing van Rudolf Steiner vinden we:
‘Met andere woorden: In het algemeen is de mens er nog niet toe gekomen om de werkelijkheid, die hij in zijn slaap als een zelfstandige werkelijkheid ervaart, door de wilskracht van zijn waakleven in de gedachten van zijn waakleven te gieten. Als men anthroposoof wil worden op een zodanige wijze dat men de anthroposofische gedachten opneemt en zich er niet zomaar passief aan overgeeft, maar door een sterke wil, dat wat men elke nacht in een droomloze slaap is, in de gedachten laat binnenstromen, in de zuivere gedachten van de antroposofie, dan heeft men de eerste fase bereikt van wat men vandaag de dag met recht helderziendheid mag noemen, dan leeft men helderziend in de gedachten van de anthroposofie. Men leest een boek met de sterke wil dat men niet alleen het dagelijks leven in het anthroposofische boek meeneemt, dat men niet zo leest: een stuk van eergisteren, dan stopt het, gisteren, dan stopt het, dan stopt het, vandaag, dan stopt het, dan stopt het enz. Mensen lezen vandaag de dag alleen nog maar met één van hun levensdelen, namelijk alleen met hun dagelijks leven. Natuurlijk kun je Gustav Freytag zo lezen, je kunt Dickens zo lezen, Emerson kan zo gelezen worden, maar geen anthroposofisch boek. Als men een anthroposofisch boek leest, moet men met de hele mens mee erin gaan, en omdat men in de slaap bewusteloos is, dat wil zeggen, geen gedachten heeft – maar de wil blijft bestaan – moet men met de wil meegaan. Als je wilt wat er in de woorden van een echt anthroposofisch boek staat, dan word je door dit willen in ieder geval wat betreft de gedachten helderziend. En ziet u, deze wil moet nog In degenen die onze anthroposofie vertegenwoordigen binnen komen! Als deze wil als een bliksemschicht in de mensen die onze anthroposofie vertegenwoordigen binnendringt, dan kan anthroposofie op de juiste manier tegenover de wereld worden vertegenwoordigd. Het vereist geen magische kunsten, maar de energieke wil, die niet alleen de delen van het leven gedurende de dag in een boek binnendraagt. Tegenwoordig lezen de mensen trouwens niet eens meer met dit hele dagleven, maar vandaag volstaat het om bij het lezen van de krant een paar minuten van de dag levendig te maken om ervaren wat men daar heeft. Je hoeft niet eens de hele dag wakker te zijn. Maar als je je onderdompelt met je hele mens in een boek dat afkomstig is uit de anthroposofie, dan komt het in je tot leven.’

De ik-mens in het denken door Mieke Mosmuller



