De Aanleg als Getuigenis van de Individualiteit

In de vorige video heb ik geprobeerd, aan de hand van Rudolf Steiners Theosofie aan te geven hoe de ziel als middelste lid tussen lichaam en geest naar beneden, naar het lichaam toe, als gevoelsziel het astraallichaam doordringt, doorstraalt, en hoe van boven het geestelijke in de vorm van het geestzelf de bewustzijnsziel doorstraalt met het ware en het goede, en het schone is dan een gevolg. Rudolf Steiner voert dan de gedachtegang verder en er blijft natuurlijk nog een vraag: wanneer we zo in het leven staan en we hebben ons eigen mens-zijn en we hebben ook het mens-zijn van anderen, hoe onderscheiden we dan tussen bepaalde aanleg die iemand heeft, die uit de erfelijke aanleg komt, en de puur geestelijke aanleg? En in het volgende tekstgedeelte werkt Rudolf Steiner dat uit.

 

We moeten het zo proberen te zien, dat het geestzelf, dat het ware en goede meer of minder aan de ziel geeft, dat dit geestzelf ook ontvangt. Het geeft niet alleen, maar het ontvangt ook. De ziel is niet alleen waar en goed, zij heeft ook allerlei persoonlijke eigenschappen en die zijn niet altijd goed, maar die zijn vaak ook wel goed. De ziel wordt dus doorstraald door de bewustzijnsziel vanuit het geestzelf en het ware en goede vermengt zich zo min of meer met het overige deel van de ziel. Dat kunnen we ons goed voorstellen. En wanneer dan bepaalde ervaringen worden opgedaan, dan doet de ziel de ervaringen op en geeft deze min of meer aan het geestzelf, dat daardoor dus bevrucht wordt. De vruchten van de ervaringen geeft de ziel aan het geestzelf.

 

En dat zijn dan niet de waarnemingen en gedachten zelf, maar dat zijn de aanleg, die daardoor ontstaan, de talenten. Datgene wat men zich door leren verwerft. Dat is toch een prachtig beeld, dat wij als mens de mogelijkheid hebben om in ons leven, doordat we ervaringen verzamelen, ons zo te ontwikkelen dat deze ontwikkeling aan het geestzelf als een realiteit wordt meegedeeld, het geestzelf behoudt dan deze aanleg. En we moeten ons dan voorstellen, dat, wanneer we ons in een andere situatie bevinden en iets soortgelijks ervaren, dat dan het geestzelf ervoor zorgt dat we weten wat we eerder geleerd hebben. Dus door het soortgelijke waar te nemen of te ervaren, komt het vroegere weer naar boven. Dat is het proces van leren uiteindelijk. En wij mensen hebben dus niet alleen een soort leren die technisch is, maar het is ook het ware en goede, dat vanuit het geestzelf in de ziel inwerkt en meewerkt, wanneer we leren.

 

En deze vruchten krijgt het geestzelf min of meer voor de eeuwigheid. En zo kunnen we leren onderscheiden. Wanneer de mens dan weer terugkomt, dan draagt hij deze aanleg met zich mee en komt dan op aarde en heeft wonderbare aanleg die niet in deze incarnatie geleerd zijn. En daar ligt het verschil. Daar kan men onderscheiden. Het zijn aanleg die gelijkenis hebben met andere aanleg die men zich alleen door leren verwerft. Maar men heeft ze niet verworven in deze incarnatie. En men heeft ze toch. Rudolf Steiner geeft het voorbeeld van Mozart, die al op zesjarige leeftijd, wanneer hij een ingewikkeld muziekstuk hoorde, dat dan volledig kon opschrijven. Dat kan hij natuurlijk niet geleerd hebben. Dat is een aanleg waarmee hij in de wereld is gekomen en deze aanleg berust daarop dat hij iets zeer ingewikkelds in één keer kan overzien en doorzien.

 

Dat kan men in één incarnatie ook leren, door oefening. Maar wanneer een kind van zes deze aanleg al heeft, is dat iets totaal anders. Dat is natuurlijk een extreem voorbeeld. Zo zullen we het niet vaak meemaken. Maar zo kunnen we toch leren onderscheiden tussen aanleg die uit de erfelijkheid komen. En dat zijn veel meer voorwaarden ervoor dat men bepaalde dingen kan leren, en aanleg die men anders eigenlijk alleen door leren verwerft, maar die zonder deze leerprocessen al aanwezig zijn. Dat is toch iets wonderbaarlijks, wanneer men zich dit, dit fijne onderscheid weer bewust wordt, want er ontstaat daardoor enerzijds een soort zekerheid dat er wel reïncarnatie en karma moet zijn, want hoe zou men anders deze aanleg, die men alleen door leren verkrijgt en die men zonder iets geleerd te hebben toch heeft, hoe zou men die kunnen verklaren? Dan zou men toch op zijn minst in wonderen moeten geloven. Dat is het ene, dus men heeft daardoor eigenlijk een soort bewijs gekregen dat er meerdere aardse levens zijn. Maar het andere is, dat we dan in ons aardse leven ook een mogelijkheid vinden te onderscheiden tussen aanleg die er zijn, waardoor leren mogelijk wordt, en aanleg die er zijn, omdat men het ooit al geleerd heeft. En dan is het zo, dat wanneer het geestzelf bepaalde vermogens in zich opneemt voor de eeuwigheid en deze vermogens als vruchten worden meegenomen, dan is het de levensgeest, die er dan voor zorgt dat telkens, wanneer deze aanleg wordt aangesproken, dat zij zich ook kan uiten.

 

In het fysieke bestaan is het zo, dat het etherlichaam, het levenslichaam, ervoor zorgt dat de soort gelijk blijft, dat men als mens opnieuw een mens voortbrengt. Dat doet het etherlichaam. Zo zorgt de levensgeest ervoor, dat de menselijke geestelijke individualiteit zich steeds weer opnieuw in een nieuwe incarnatie voortbrengt. Is het niet iets wonderbaarlijks om te overdenken: de menselijke individualiteit, tot wie ik IK zeg, dat deze zichzelf aan de hand van verworven aanleg in volgende incarnaties steeds opnieuw voortbrengt, met deze aanleg daarbij. En zo groeien we van incarnatie tot incarnatie steeds verder.

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wie is Mieke Mosmuller?

Mieke Mosmuller is arts, schrijfster en filosofe. Zij schrijft over actualiteiten die raken aan haar filosofisch-spirituele ontwikkelingsweg die zij startte in 1983…

Recente artikelen

Ja, in onze tijd wordt opnieuw zo duidelijk hoezeer de wereld de antroposofie nodig heeft als cultuurfactor. Natuurlijk kan men zeggen: ja, de antroposofie is...
Ja, na enige tijd heb ik dan weer de moed gevat om hier te gaan zitten en het een en ander onder woorden te brengen....
IHet is vandaag vierde zondag in de Advent en Ik wil proberen iets over de Advent en over Kerstmis te zeggen, en ook over de...

Volg Mieke Mosmuller

Meest recente video

Ik voel kracht van het wereldzijn,
Zo spreekt gedachtenhelderheid,
Gedenkend het groeien van de eigen geest
In donkere wereldnachten
En neigt tot de nabije werelddag
De stralen van de hoop van het innerlijk.

Ich fühle Kraft des Weltenseins:
So spricht Gedankenklarheit,
Gedenkend eignen Geistes Wachsen
In finstern Weltennächten
Und neigt dem nahen Weltentage
Des Innern Hoffnungsstrahlen.

Volgende seminar

30.03.2026 – 01.04.2026
In der Woche vor Ostern besuchen wir unter der Leitung von Mieke Mosmuller die Kathedrale von Chartres.