Schermkinderen – Opvoeden van kinderen van 7-14 jaar

Jaren geleden heb ik een boekje geschreven over de opvoeding van het kind, vanaf de geboorte of misschien zelfs wel vanaf de conceptie, tot aan het zevende levensjaar, tot aan de tandenwisseling. Ik vond bij de dichter Novalis een zin die zo ongeveer tot uitdrukking brengt wat ik in dat boekje wilde zeggen, namelijk: Het kind is een zichtbaar geworden liefde. Prachtig! Zo heb ik dat boekje deze titel meegegeven. Dat is al jaren geleden en natuurlijk is vaker de vraag gekomen: Kun je niet ook iets schrijven over het kind in de tweede fase van de ontwikkeling, namelijk van de tandenwisseling tot aan de puberteit? Dat heb ik dan nu geprobeerd en wat ik altijd “doe”, als ik begin met het schrijven van een tekst, dan denk ik eigenlijk eerst erover: wat is nu eigenlijk kern van wat ik zou willen zeggen waarvan ik denk dat dat belangrijk is.

Nou ja, wanneer je aan kinderen denkt die naar de lagere school gaan, dan zie je ze als het ware al voor je met een ipad, een telefoon of ze zitten voor de tv.. Zo kwam ik op een soort totaalindruk van het probleem van de opvoeding in deze tijd; en ik heb dus deze keer het boekje de titel ‘Schermkinderen’ meegegeven, omdat mij lijkt dat dat in onze tijd de allergrootste uitdaging is. Hoe ga je nou toch daarmee om? En toen ik daarover begon te denken en te mediteren en natuurlijk ook in mijn herinnering keek, na de tijd dat ik zelf kleine kinderen had, toen was die techniek er nog niet, maar wel de tv. Waar gaat het eigenlijk over? het is duidelijk, tenminste mij is dat duidelijk, dat je kinderen niet buiten hun tijd kunt plaatsen. Het liefste zou je ze natuurlijk volkomen weghouden bij deze moderne communicatiemiddelen, maar dat zou betekenen dat je ze buiten de tijd plaatst en eigenlijk ook buiten de sociale samenhang, want andere kinderen hebben die dingetjes wel. Dus je moet op de een of andere manier een weg zien te vinden om in de eerste plaats het zo lang mogelijk uit te stellen, maar op een gegeven moment kun je dat niet langer en dan zul je er toch aan moeten geloven dat je het moet aanzien, dat zo’n ja, ik vind het een heilig kind dat naar de lagere school gaat, dat dat zichzelf innerlijk zo moet bederven met het bekijken van die afschuwelijke beelden die bijvoorbeeld in filmpjes en in spelletjes aan de kinderen “geschonken” worden. Wat kun je doen?

En wat mij dan duidelijk is, en dat berust op de spirituele aanschouwing van het kind die ik heb geleerd van Rudolf Steiner, wat duidelijk is, is dat het kind bij de tandenwisseling een heel belangrijke periode afsluit, namelijk dat het tweede lichaam wat het kind heeft, dus het eerste lichaam is dat wat je ziet, het fysieke lichaam. Maar dat fysieke lichaam heeft de vorm en het leven van een tweede “lichaam” wat je dan tussen aanhalingstekens moet zetten, want je ziet het niet als een lichaam, maar je kunt leren het te beleven in zijn werkzaamheid. Dat tweede lichaam, dat heeft in die eerste periode, tot aan de tandenwisseling, volledig de taak gehad om het fysieke lichaam de definitieve individuele vorm te geven, dus niet alleen uit de erfelijkheid, maar echt vanuit het kind zelf de individuele vorm te geven en de levensprocessen zo gezond mogelijk in werking te brengen, en dat proces is dan met de tandenwisseling afgesloten, je ziet dat dus eigenlijk aan het feit dat de tanden uitvallen. En als je dan weet dat een deel van dat etherlichaam, dat levenslichaam, dat vormende werkzame deel, wat in de eerste fase dus volledig ter beschikking van het lichaam had moeten zijn, dat dat nu bij het vrijkomen voor de individuele ontwikkeling van het etherlichaam, dat een deel daarvan voor de ontwikkeling van het denken ter beschikking komt, ja, dan wordt het wel duidelijk dat die ontwikkeling van het denken op de lagere school van het allergrootste belang is. Dat je daar niet krachten al neemt die in feite voor een veel latere fase in de ontwikkeling bestemd zijn. En je ziet natuurlijk. nu in onze tijd, omdat men daar niets meer van af weet, de grootste zonde tegen dit principe, wanneer bijvoorbeeld kinderen ertoe worden opgeroepen om een mening te vormen over zoiets als de politiek bijvoorbeeld of de wereldsituatie. Dat kunnen ze, maar dat vraagt krachten die ze eigenlijk nog helemaal niet ter beschikking hebben. En ik heb het gevoel gekregen: eigenlijk is het zoiets als je piano speelt, dan heb je twee balken. Boven zit meestal de melodie en onder zit de begeleiding. En het is natuurlijk de bedoeling dat je die twee balken op elkaar afstemt, dat die gelijk gespeeld worden. En je krijgt dan het gevoel dat die bovenste balk die dus eigenlijk het hoorbare melodieuze is, dat die in een enorme versnelling gebracht wordt tegenwoordig. Terwijl die onderste balk dat ritme en die begeleiding, dat gaat gewoon door zoals het hoort. Maar wat heb je dan?

In de eerste plaats is alles natuurlijk vals en onbegrijpelijk, maar in de tweede plaats is aan het eind van het pianostuk dan nog een heel stuk begeleiding over, terwijl de melodie allang klaar is. En dat gevoel krijg je, dat is wat met kinderen aan de hand is. Die moeten zo snel zich ontwikkelen, en dat kunnen ze ook, dat is het grote probleem: ze kunnen dat ook. Ze moeten zo snel vooruit dat het organisme waarmee ze het moeten doen, dat niet meedoet. En als het het wel mee zou doen, dan krijg je met ziekte te maken. Feit is dat voor het denken, de ontwikkeling van het denken, de ontwikkeling van het verstand, dat daar die levenskrachten ter beschikking komen en dat die dus eigenlijk ontwikkeld moeten worden. Dat is eigenlijk het thema van mijn boekje, want wat je ziet, is dat datgene wat kinderen aangereikt krijgen op school, maar ook thuis met hun iPads en hun iPhones en de televisie, wat ze aangereikt krijgen, is het tegenbeeld van het etherische.

Dus dat gene wat je als levenskrachten die zo onzegbaar fijnzinnig en schoon, kunstzinnig zijn; kijk maar in de natuur, dan zie je het: dat die krachten worden gematerialiseerd. En dus, in feite, worden bedorven door al die lelijke beelden die op het scherm zichtbaar zijn, om nog maar niet te spreken van de werkingen die uitgaan van de techniek op zich. Het is dus eigenlijk éen grote ramp. En wat je nou kan doen, want je kunt er niet onderuit, het is nu eenmaal zo, wat je kunt doen, is proberen een tegengewicht te scheppen tegen datgene waar je niet onderuit kunt. Maar dat vraagt natuurlijk heel veel inzet, en de meeste ouders hebben die inzet niet ter beschikking, omdat ze allebei werken, overbelast zijn, de kinderen als een soort bijverschijnsel hebben, hoewel het ook hoofdzaak is. Ze kunnen het niet, zoveel tijd en energie besteden aan het scheppen van een evenwicht, en als ze die tijd en die energie wel willen geven, dan hebben ze zelf vaak helemaal geen zin erin om dat soort dingen te doen die dan werkelijk een tegengewicht zijn. Want dat zou betekenen dat je je moet vertiepen in wat het etherische nu eigenlijk is. En dat zou betekenen dat je moet beseffen dat je de natuur in moet gaan, dat je de elementen moet opzoeken. Ik bedoel, het strand, het water, de lucht, de zon, de steentjes, de schelpen, de planten die in de duinen groeien of in het bos, de bomen, de paddenstoelen, de noten, alles. Dat moet je eigenlijk opzoeken en je moet het dan ook niet gewoon alleen maar opzoeken, maar je moet ook doordrongen zijn met de instelling dat je bezig bent het kind zich te laten herinneren dat dit eigenlijk de wereld is waar ze naartoe zijn gekomen. Dat dit het aardebestaan is en niet die beelden die zo heerlijk afleidend daarvan werkzaam zijn op de apparatuur. Daarover gaat het boekje grotendeels. Ik heb geprobeerd zo eenvoudig mogelijk indrukken te geven van hoe je als ouders de etherwereld kunt opzoeken voor het kind en die werkzaam kunt maken in het kinderleven. Maar verder hangen er natuurlijk allerlei andere dingen mee samen, namelijk het slapen, gezondheid. en ziekte, gedrag, omgang met andere kinderen, enzovoort. Dat wordt allemaal ook aangeroerd, maar centraal staat het schermkind.

 

Ik hoop dat veel mensen dit boekje gaan lezen en vooral dat ze zich daarmee kunnen doordringen, dat de mens niet alleen een zichtbaar fysiek wezen is, maar dat bij het kind op de lagere school dat heel subtiele, kunstzinnige, schone, tere, werkzame wezensdeel voor het denken ter beschikking komt. En dan zou je toch werkelijk heel graag ook aan dat denken iets aanbieden wat aangepast daaraan is en wat ook het juiste tempo heeft. En algemeen kun je zeggen: je kunt altijd vertragen, dan doe je het nooit fout, want alles gaat te snel. Dus vertragen is altijd goed, maar je moet toch ook zoeken naar tegenwicht. Ik zou hier nog uren over door kunnen praten, maar het is een video om erop attent te maken dat het boekje er is, dus ik sluit mijn pleidooi voor het etherische nu hierbij af.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wie is Mieke Mosmuller?

Mieke Mosmuller is arts, schrijfster en filosofe. Zij schrijft over actualiteiten die raken aan haar filosofisch-spirituele ontwikkelingsweg die zij startte in 1983…

Recente artikelen

Ja, in onze tijd wordt opnieuw zo duidelijk hoezeer de wereld de antroposofie nodig heeft als cultuurfactor. Natuurlijk kan men zeggen: ja, de antroposofie is...
Ja, na enige tijd heb ik dan weer de moed gevat om hier te gaan zitten en het een en ander onder woorden te brengen....
IHet is vandaag vierde zondag in de Advent en Ik wil proberen iets over de Advent en over Kerstmis te zeggen, en ook over de...

Volg Mieke Mosmuller

Meest recente video

Ik voel kracht van het wereldzijn,
Zo spreekt gedachtenhelderheid,
Gedenkend het groeien van de eigen geest
In donkere wereldnachten
En neigt tot de nabije werelddag
De stralen van de hoop van het innerlijk.

Ich fühle Kraft des Weltenseins:
So spricht Gedankenklarheit,
Gedenkend eignen Geistes Wachsen
In finstern Weltennächten
Und neigt dem nahen Weltentage
Des Innern Hoffnungsstrahlen.

Volgende seminar

30.03.2026 – 01.04.2026
In der Woche vor Ostern besuchen wir unter der Leitung von Mieke Mosmuller die Kathedrale von Chartres.