Vrij Denken

Na de video van vorige keer met de titel ‘Onafhankelijk Oordeel’, kreeg ik natuurlijk reacties. Die staan niet alleen onder de video, maar ik krijg af en toe ook e-mails met reacties. En één daarvan wees mij erop op het feit dat als je wat ouder bent en je kijkt terug naar je jeugd, dat je dan toch eigenlijk zou zeggen: in die tijd waren de mensen nog veel meer afhankelijk van het oordeel waarin ze werden opgevoed dan in de huidige tijd. We zijn veel vrijer in feite geworden om het te wagen iets te denken wat bijvoorbeeld een revolutionair karakter heeft. En dat bedoel ik niet revolutie in de grote zin. Maar, revolutie in de zin van dat je echt iets anders wilt dan wat er gebeurt. Dat te denken, dat is iets wat in de moderne tijd toch in feite steeds meer mogelijk wordt, wanneer je denkt aan de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Toen waren de kerken nog behoorlijk invloedrijk, en je groeide als kind op in een milieu waarin de ouders het nog echt voor het zeggen hadden, en dat maakte natuurlijk ook uit, mede wat je aan meningen en oordelen vormde. En ook op school, dat is natuurlijk nog zo, maar je kunt niet zeggen dat dat slechter geworden is, dat dus het vormen van het eigen oordeel, dat dat minder zou zijn geworden in de moderne tijd dan vroeger. Want het is eigenlijk, als je zo kijkt, meer geworden. En wanneer ik dan zo’n reactie krijg, dan denk ik altijd weer, ja, wat mooi is dat toch, dat je eigenlijk altijd je woorden ook weer moet omkeren om uiteindelijk langs allerlei wegen dan uiteindelijk misschien te hebben gezegd wat je nou eigenlijk zeggen wil.

Want dat bedoelde ik in feite niet met de afhankelijkheid van het oordeel van de uiterlijke wereld Ik kijk naar iets waarvan ik zie dat het wel degelijk steeds, ja laat ik maar zeggen slechter wordt, waar je niet kan zeggen, nou we worden toch een heel stuk zelfstandiger, maar waar je moet zeggen, nou we worden toch steeds meer afhankelijk van datgene wat de wereld dicteert. Alleen is het inhoudelijk niet zo duidelijk, maar als proces is het zo duidelijk. En wat bedoel ik dan nou eigenlijk? Wanneer je jezelf beschouwt in het dagelijkse leven, maar ook in het leven van het wetenschappelijke denken, dan is het eigenlijk altijd zo dat het denken, zowel in alledag als ook in meer wetenschappelijke zin, dat dat denken altijd verloopt aan de hand van zintuiglijke indrukken.

Ga maar eens kijken, dan zie je dat in jezelf. Wanneer je een dag terugdenkt en je kijkt dan specifiek naar je gedachteleven, dan zie je dat dat gedachteleven eigenlijk vol zit met alle mogelijke inhoud die met de zintuiglijke werkelijkheid te maken heeft. Ook natuurlijk herinneringen, daar zou je van kunnen zeggen, ja dat is niet direct van wat ik nu vandaag allemaal gezien, gehoord, geroken en geproefd heb, nee, maar die herinneringen zijn wel vol van dat soort inhouden die indertijd, toen je het meemaakte, wel echt zintuiglijke indrukken waren. En daar heb ik niks tegen zintuiglijke indrukken; ik wil alleen laten zien dat het denken, wat in feite uit zich niet een zintuiglijk iets is, dat het denken helemaal aanleunt tegen het zintuigelijke waarnemen en dat je, wanneer je niet wakker zou worden in het denken, dan zou je je hele leven lang als een soort wezen op sleeptouw van datgene wat de zintuigen je te bieden hebben doorbrengen.

Zo brengen bijna alle mensen hun leven dus door; zo is het nu eenmaal geschapen in ons dat we ons denken ontplooien aan de hand van de zintuigelijke indrukken. Dat bedoelde ik, en dat wordt sterker omdat de impuls in de mens om tot een echt vrij denken te komen steeds meer en meer vergeten wordt. Die impuls is niet belangrijk; die wordt niet geacht, daar is geen verlangen naar, tenminste niet bewust. Eigenlijk is het zo dat je de meeste kans hebt dat je dat verlangen wel bewust wordt wanneer je een mens bent die, wanneer je ouder wordt, en dan bedoel ik dus eigenlijk in de volwassenheid, je dan merkt dat de betovering van de zintuigelijke indrukken steeds minder wordt en dat je dus in een steeds nuchterder zintuigelijk bestaan je voelt en dat je op een gegeven moment een verlangen krijgt naar dat wat je als herinnering, als reminiscentie, nog aan je kindertijd hebt, toen dat niet zo was. Toen het zintuigelijke bestaan nog met volle verwondering kon worden opgenomen omdat het iets betoverends had. Dat raak je in de volwassenheid compleet kwijt, en ik geloof dat dat, als je je dat nu maar bewust wordt, en ik denk dat heel veel mensen, die moeten zich dat toch bewust worden, dat dan ook de vraag naar het denken komt. En je ziet dan ook dat in de moderne tijd het denken de schuld krijgt. Dat dus de vervlakking van de zintuigelijke indrukken geweten wordt aan het feit dat je voortdurend met gedachten de zintuigelijke indruk bederft, als het ware. Ofwel omdat je in gedachten zit, dus in bijvoorbeeld zorgen of herinneringen, ofwel omdat je zo’n abstracte denker geworden bent, dat het niet anders kan dan dat je de romantiek van de zintuiglijke wereld compleet kwijt bent. Dat, zou ik me kunnen voorstellen, zou de sterkste drijfveer zijn om naar het denken te kijken.

Maar al gauw komt dan weer vanuit de buitenwereld een impuls die door heel veel mensen wordt gevolgd, namelijk een meditatief leven te beginnen, waarin je het denken zoveel mogelijk uitschakelt. Omdat het denken de schuld krijgt. Wanneer je de anthroposofie leert kennen, dan valt een heel ander licht op deze ontwikkeling en dit probleem. En dan kom je er langzamerhand toe te erkennen dat het feit dat het denken de schuld krijgt, samenhangt met het feit dat het denken nooit op zichzelf staat. Wanneer je het zou beleven als een op zichzelf staand geheel, dan zou je daar de verwondering wel hebben en dan zou je vanuit die verwondering ook de verwondering in alledag terugvinden. Maar het denken op zich is onbekend. In de anthroposofie niet. Je hoeft maar de eerste boeken van Rudolf Steiner te lezen en je leert de kennistheorie van hem kennen en dan leer je kennen wat denken is wanneer het op zichzelf staat. Dat is iets wat vanzelf eigenlijk nooit voorkomt. Wanneer je zo’n boek leest van Steiner, dan, terwijl je aan het lezen bent, rukt zich als het ware het denken los uit de zintuigen, want er staat niets zintuiglijks in en je moet dus wel met je denken een tijd lang leven in inhouden die niet zintuiglijk zijn. Heel veel mensen beleven dat als vervelend, of moeizaam, of saai. Ik heb weleens een keer iemand gesproken die zei: Ik wil het boek wel in de haard gooien, zo vervelend is het.

Maar dat heeft dan te maken met het feit dat je niet doorzet en dat je dus eigenlijk niet die sprong maakt van het zintuigelijk doordrongen denken naar het zintuigvrije denken. Zou je dat wel doen – dan heb je dus echt een sprong gemaakt – dan zou je de bevrijding voelen die ontstaat wanneer het denken zich bevrijdt uit de buitenwereld. En dan moet je niet denken: ja, dan word je een filosoof in een kamertje vol met boeken en dan verlies je de wereld. Dat is helemaal niet het geval, want dat op zichzelf staande denken heeft de tendens in zich om terug naar de wereld te willen, maar dan vanuit die zuiverheid van de zelfstandigheid. Wanneer je een boek als de Filosofie der Vrijheid van Rudolf Steiner leert kennen, dan leer je juist dat kennen; dan leer je kennen dat het denken op zich bevrijd kan worden, doordat het een tijd lang leert zichzelf in stand te houden als denken, los van de zintuigelijke wereld.

Dat is een bevrijding; dat is ongelooflijk Alleen als je zover niet komt, dat je dus in de worsteling blijft steken en dus in feite met je hang van het denken naar de zintuigen blijft volharden en er niet in slaagt om het langer vol te houden, dat het denken zintuigvrij is, dan zal je er niet achter komen natuurlijk wat dat voor een bevrijding is. Maar deze onafhankelijkheid van het denken heb ik voor ogen, en je ziet dat die onafhankelijkheid in feite steeds minder wordt. Je hoeft maar te denken aan al onze digitale middelen die we hebben, die ik zelf ook gebruik. Als je op jezelf let terwijl je het gebruikt, dan kom je ertoe om te zeggen: mijn iPhone is een verlengstuk van mijn hersenen, in feite; ik leg het daar neer op tafel, maar in feite is dat wat mijn denken nog is. Ik ben dat eigenlijk zelf helemaal niet meer. Kijk, in de tijd dat dat niet bestond, was het in ieder geval nog zo dat wanneer je zintuigelijk dacht, dat je dat in ieder geval zelf deed. Maar dat is nu niet meer het geval. Je laat je denken door datgene wat aan mogelijkheden voorhanden is. En dat zou op zich ook nog niet erg zijn. Als je maar het tegenwicht zou weten te cultiveren, dan zou het mogelijk worden om echt tot een onafhankelijk oordeel te komen, omdat je dan hebt geleerd te denken vanuit een denkimpuls die vrij is. En dan kun je natuurlijk zeggen ja, maar zo’n boek als de Filosofie der Vrijheid komt ook van buiten. Dat ben je ook niet zelf. Je hebt dat zelf niet bedacht. Dat zijn gedachten van Rudolf Steiner. En waarom zou dat je dan een gevoel van vrijheid geven? Dat heeft ermee te maken dat in dat boek gedachten staan die algemeen menselijk zijn en die dus ieder mens kan denken vanuit de zekerheid dat het je eigen gedachten zijn. Het duurt natuurlijk even voordat je dat door hebt. In het begin kan je denken, nou ja goed, ik bedoel dat is Steiner die dat allemaal zegt en ik heb wel in studiegroepjes gezeten waarin je verzandt in de discussie over of dat wel waar is wat hij zegt. Ja, zo gaat dat natuurlijk, maar wanneer je het volhoudt om mee te denken wat er staat, dan kom je er op den duur echt wel achter dat dat algemeen menselijke gedachten zijn die je bevrijden uit de hang aan de zintuigen, eenvoudigweg doordat die zintuigindrukken daar niet zijn en het denken volledig op zichzelf staat.

 

Een andere mogelijkheid is om toch nog de zintuigelijke inhoud te gebruiken terwijl je wel zelf denkt, en dat is de bekende eerste oefening van het zesvoudige pad. Dat zijn oefeningen die bijdragen tot de vorming van de lotusbloem van het hart. Die eerste oefening is controle van het denken. Wat je dan doet, is een zintuigelijk object nemen. Je neemt niet de Filosofie der Vrijheid of een boek van Hegel of zoiets dergelijks; je neemt een eenvoudig zintuigelijk object, maar je gaat dan vervolgens helemaal op eigen kracht, laten we zeggen vijf minuten, denken over dat zintuigelijke object. Je pakt niet je telefoon en kijkt wat dat zintuigelijke object voor productieproces heeft of zoiets. Dat doe je allemaal niet. Je fantaseert zelf hoe bijvoorbeeld het bekende potlood tot potlood geworden is, maar ook bijvoorbeeld wat je met een potlood allemaal doet.

Dat zijn gedachten die weliswaar helemaal zintuigelijk zijn, maar je denkt ze zelf En dat is een andere mogelijkheid om tot die wonderlijke ontdekking te komen dat het ook mogelijk is om het denken zelf in gang te zetten en stap voor stap te voltrekken. Dat is onafhankelijk denken. En dan kun je, je kunt daar bij wijze van spreken nog allerlei dingen denken die in de richting zijn van wat men zogenaamd behoort te denken, maar daar kun je zelf over denken. Dan hoef je niet eerst een programma te zien en dan daardoor te weten wat iets is. Je kunt ook dat programma wel zien en daardoor weten wat iets is, maar vervolgens ga je het dan zelf denken Dat kun je met alles doen, en doordat je dat doet, doordat je een onderwerp helemaal zelf in het denken gestalte geeft, leer je kennen wat het is om tot een onafhankelijk denken te komen. Een denken dat niet op sleeptouw genomen wordt door wat er in de buitenwereld allemaal is, niet alleen inhoudelijk, maar ook qua proces. Je vindt een denken dat zich, de Duitsers zeggen gestaltet, dat zich vormgeeft, helemaal vanuit jouw wilskracht. Dat zou onafhankelijk denken zijn, zelfs wanneer je vanuit dat onafhankelijke denken zou hebben geconstateerd, ik stem op D66.

Een reactie

  1. Ik heb enige jaren geleden eens deel 1 van de Filo der Vrijheid gelezen en dat ging wel met enige moeite toen , en heb nu gisteren eens Hfd 4 herlezen over ‘de wereld als waarneming ‘. Hier gaat het nog niet echt over het vrije denken. Nu las ik ook dat de reden waarom de Filo der Vrijheid zo slecht is begrepen eigenlijk ligt in juist het feit dat om dat goed te kunnen begrijpen daarvoor deze tweede vorm van hoger vrije denken zoals hier tersprake ‘ het zintuigvrije denken of omvormende denken ‘ nodig is . Dus mensen die nog niets van Steiner gelezen hebben zullen daar maar weinig aan hebben denk ik . Nu las ik ook wel ergens dat als je de overige werken en voordrachten leest van Steiner het niet nodig is om de Filo der Vrijheid te lezen , enwel omdat je dan al genoeg meeneemt naar de geestelijke wereld ,ook nadat je er niet meer bent , want Steiner liet ergens horen dat je genoeg had aan het lezen van dat boek om reeds geholpen te worden in het hiernamaals , want wat je meeneemt is een kiem van je ontwikkelde wil op aarde , dat is ook de betekenis van onze wil . Het vrije denken in haar tweede vorm zou ook een brug zijn naar de derde vorm , het kwalitatieve of omgestulpte denken ,waar men in werkelijkheid van de geest binnen raakt . Zo vernam ik dat bijvoorbeeld Goethe reeds mee bekend was met deze tweede vorm van vrije denken en alzo de oerplant kon aanschouwen , maar in die tijd nog niet in de verdere derde vorm kon belanden ,want anders zou hij werkelijk voor het groepszielewezen der planten gestaan hebben ! Ook Hegel kon daar niet geraken in het tweede ,ook vrije imaginatieve denken genoemd , al had hij wel de gedachtenkracht tot het hoogste niveau in die tijd verheven . Steiner bereikte reeds vroeg deze trap toen hij de Filo der Vrijheid schreef aan 33 jaar , en nadat hij een rozekruiser meester had ontmoet die hem inwijdde oa. over Fichte . Daar is niet zoveel van geweten althans . Ik las ook dat hij een van de Opgestegen Meesters of Bodhisattvas ontmoet heeft .Deze hebben ook doorheen hem gewerkt anders had hij nooit zulke hoogte als ingewijde visionair bereikt . Steiner vertelt ook over wat hij de nieuwe Yoga Wil of de Licht Yoga noemt in andere voordrachten . Dat komt eigenlijk een beetje op hetzelfde neer omdat de yoga van het Oosten en die meditatievormen vaak niet meer voldoen in een zielescholing die voor het Westen nodig is . Het gaat voornamelijk over de lucht die wij inademen en de Ouden van vele duizenden jaren die bereikten direct via hun ademghaling en stem mantras het hoge bewustzijn van de geestelijke werelden en contact met de wezens en goden . Dat kwam omdat er toen wel nog zielekracht of prana in de lucht hing en nu is dat niet meer zo , wij ademen vandaag wel lucht in maar zonder die prana . Daarom is de Licht -yoga als meditatie nu nodig waarin wij onze wil versterken en dat gaat via het waarnemen en denken zonder te denken en op die tweede hogere zuivere wijze ” waarbij wij ons innerlijke onbewuste of wat daar de wil naar buiten komt in verbinding brengen of kruisen met de wereldgedachten die de goden ooit aan de mensen schonken . Zo komen wij bij wat Michael wil en waar Hij op wacht als teruggave van de ooit geschonken kosmische intelligentie aan de mensheid in de 8 ste eeuw .
    Een mooie meditatiespreuk : ” Ik voel mijn denken één met de stroom van het wereldgebeuren “.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wie is Mieke Mosmuller?

Mieke Mosmuller is arts, schrijfster en filosofe. Zij schrijft over actualiteiten die raken aan haar filosofisch-spirituele ontwikkelingsweg die zij startte in 1983…

Recente artikelen

Ik heb vorige keer gezegd, alles blijft altijd hetzelfde. Het is natuurlijk duidelijk dat dat niet over de inhoud gaat, want inhoudelijk zijn er natuurlijk...
Ja, in onze tijd wordt opnieuw zo duidelijk hoezeer de wereld de antroposofie nodig heeft als cultuurfactor. Natuurlijk kan men zeggen: ja, de antroposofie is...
Ja, na enige tijd heb ik dan weer de moed gevat om hier te gaan zitten en het een en ander onder woorden te brengen....

Volg Mieke Mosmuller

Meest recente video

Wanneer uit de wereldwijdten
De zon spreekt tot de mensenzin
En vreugde uit de zielendiepten
Met het licht zich verenigt in het schouwen,
Dan trekken uit de omhullingen van het zelf
Gedachten in de ruimteverten
En verbinden dof
Het mensenwezen met het zijn van de geest

Wenn aus den Weltenweiten
Die Sonne spricht zum Menschensinn
Und Freude aus den Seelentiefen
Dem Licht sich eint im Schauen,
Dann ziehen aus der Selbstheit Hülle
Gedanken in die Raumesfernen
Und binden dumpf
Des Menschen Wesen an des Geistes Sein.

Volgende seminar

30.03.2026 – 01.04.2026
In der Woche vor Ostern besuchen wir unter der Leitung von Mieke Mosmuller die Kathedrale von Chartres.