Schermkinderen – Opvoeden van kinderen van 7-14 jaar

Jaren geleden heb ik een boekje geschreven over de opvoeding van het kind, vanaf de geboorte of misschien zelfs wel vanaf de conceptie, tot aan het zevende levensjaar, tot aan de tandenwisseling. Ik vond bij de dichter Novalis een zin die zo ongeveer tot uitdrukking brengt wat ik in dat boekje wilde zeggen, namelijk: Het kind is een zichtbaar geworden liefde. Prachtig! Zo heb ik dat boekje deze titel meegegeven. Dat is al jaren geleden en natuurlijk is vaker de vraag gekomen: Kun je niet ook iets schrijven over het kind in de tweede fase van de ontwikkeling, namelijk van de tandenwisseling tot aan de puberteit? Dat heb ik dan nu geprobeerd en wat ik altijd “doe”, als ik begin met het schrijven van een tekst, dan denk ik eigenlijk eerst erover: wat is nu eigenlijk kern van wat ik zou willen zeggen waarvan ik denk dat dat belangrijk is.

Michaël

Michaël. We leven naar het feest van Michaël toe op 29 september. En ik moet zeggen dat ik, voordat ik de antroposofie leerde kennen, dit feest niet kende. Ik heb het vooral op de vrije school leren kennen, omdat de kinderen daar naartoe gingen. En natuurlijk ook uit het werk van Rudolf Steiner. Het zou bij je kunnen opkomen dat Rudolf Steiner dat feest zelf in gang heeft gezet, maar dat is helemaal niet zo. Het is een heel bekend feest, wat eigenlijk in een heel groot bereik van religies gevierd wordt. Ook echt op 29 september.

Hartedenken

Wij hebben in de antroposofie een soort verwarring met betrekking tot het denken. Het denken is in onze tijd natuurlijk helemaal abstract, en wij kunnen soms ook het gevoel hebben dat het ook harteloos is. En dat leidt ertoe dat wij een verlangen voelen, om over het denken heen te komen naar iets wat weer met het hart vervuld is. Of misschien zonder het te merken, dat wij er niet overheen komen, maar dat wij terugglijden in iets wat tot het verleden behoort. En dat wil ik vandaag proberen iets duidelijker te maken. Antroposofie is een weg tot kennis, en kennen doet men met behulp van het denken. En dat is, geloof ik, ook iets wat de antroposofie niet zo populair maakt, dat wij daarvoor ons denken sterk moeten inzetten.

De engelen in de Ziel

Ik heb een aantal weken geleden een voorstel gedaan om als mensen die andere visies hebben op hoe het met de wereld in de toekomst zou moeten gaan en met de wereld en met de mensheid dat we als zulke mensen concreet zouden worden in onze gedachten. Misschien kunnen we het ook opschrijven hoe we ons dat dan zouden voorstellen. Toen kreeg ik een vraag om zelf daarover iets concreter te worden en onmiddellijk wist ik wat het allerbelangrijkste is vanuit een spirituele visie. Het allerbelangrijkste is dat we als mensen steeds meer en meer beseffen dat het met de wereld gebeurt, dat de wereldontwikkeling en de ontwikkeling. van de mensheid dat dat niet alleen een fysiek zichtbaar beleefbaar gebeuren is, maar dat het ook een spiritueel gebeuren is. En dat is natuurlijk iets wat voor heel veel mensen helemaal niet duidelijk is, maar ook voor heel veel mensen wel. En dat zouden we veel meer in het bewustzijn kunnen brengen, dat we datgene wat we zien gebeuren in de wereld, dat we dat niet alleen opvatten zoals het zich in eerste instantie zichtbaar en hoorbaar aan ons voordoet, maar dat we het ook proberen vanuit een spiritueel oogpunt te beschouwen.

Wereldherinnering

Aan het begin van het hoofdstuk Wederbelichaming en Karma in het boek ‘Theosofie’ van Rudolf Steiner heeft hij ons de vraag gesteld of het niet zo zou kunnen zijn dat de grote wereld ook een herinneringsvermogen heeft, zoals wij dat in het kleine ook hebben. Wanneer wij iets waarnemen of iets beleven, alle gebeurtenissen van het leven, die drukken zich in het geheugen af en wij zijn daartoe in staat, binnen bepaalde grenzen, wij zijn daartoe in staat deze voorstellingen opnieuw te vormen uit het geheugen. En Rudolf Steiner stelt dan de vraag of de wereld niet ook een geheugen heeft en dat deze wereld zich herinnert wat wij de wereld hebben aangedaan, of dat nu positief of negatief is, alles wat wij de wereld aandoen zou misschien door de wereld herinnerd kunnen worden. Dat is natuurlijk onmiddellijk onzin wanneer men de wereld slechts materieel bekijkt, dan kan dat helemaal niet. Zo’n vraag geldt alleen voor mensen die er gevoel voor hebben zich met het zielengeestelijke van de wereld bezig te houden. Dus, ons wordt die vraag gesteld. En nu, aan het einde van het hoofdstuk, komt die vraag terug. Men heeft bij het lezen van het hoofdstuk al vaak het gevoel: komt deze vraag nog tot een antwoord?

De Rattenvanger

Nu heb ik de vorige keer over een eerste scenario gesproken en een stukje uit een voordracht van Rudolf Steiner voorgelezen, waarin hij benadrukt dat wanneer de mensen de uiterlijke gebeurtenissen zuiver uiterlijk vervolgen en ook met het verstand uiterlijk combineren, er geen einde zal komen aan de chaos en de oorlogen in de wereld. En dat het nodig is dat de mensheid, wij, zo ver komen dat we een vaardigheid ontwikkelen om niet alleen te blijven stilstaan bij datgene wat de zintuigen en het verstand ons te bieden hebben, maar dat we een vermogen ontwikkelen om het geestelijke daarin gewaar te worden. Nou is dat natuurlijk iets – ik neem aan dat de meeste mensen die naar deze video’s kijken, luisteren dat die het geestelijke aspect al wel hebben aangenomen, dat er niet een geloof, maar een weten bestaat dat je in een wereld leeft en dat je als mens een mens bent die niet zo is zoals de zintuigen en het verstand alleen maar laten zien, maar dat er een geestelijke realiteit is die daarin zich openbaart.

De Aanleg als Getuigenis van de Individualiteit

In de vorige video heb ik geprobeerd, aan de hand van Rudolf Steiners Theosofie aan te geven hoe de ziel als middelste lid tussen lichaam en geest naar beneden, naar het lichaam toe, als gevoelsziel het astraallichaam doordringt, doorstraalt, en hoe van boven het geestelijke in de vorm van het geestzelf de bewustzijnsziel doorstraalt met het ware en het goede, en het schone is dan een gevolg. Rudolf Steiner voert dan de gedachtegang verder en er blijft natuurlijk nog een vraag: wanneer we zo in het leven staan en we hebben ons eigen mens-zijn en we hebben ook het mens-zijn van anderen, hoe onderscheiden we dan tussen bepaalde aanleg die iemand heeft, die uit de erfelijke aanleg komt, en de puur geestelijke aanleg? En in het volgende tekstgedeelte werkt Rudolf Steiner dat uit.

Een Eerste Scenario

Gedachten hebben geen kracht, zei ik de vorige keer. En ik heb geprobeerd dat te nuanceren door te zeggen dat ze wel kracht kunnen hebben. En ik vind het heel fijn dat daar zulke genuanceerde reacties op komen, niet alleen op YouTube, maar ook in de vorm van e-mails, dat geeft de moed om dit thema weer verder te doen. Een van de vragen was: Is er niet een tekst die we samen zouden kunnen doen of lezen, waardoor we gezamenlijk in de richting komen van een positief scenario, niet een oorlogsscenario, maar een positief wereldscenario. En ik weet al meteen welk citaat uit het werk van Rudolf Steiner ik daarvoor zou willen nemen.

De Ziel

Het lijkt erop dat ik elke keer moet uitleggen waarom ik als Nederlandse Duits spreek. Ja, dat kan ik natuurlijk niet elke keer doen. En ik weet maar al te goed dat ik een Nederlandse ben die probeert Duits te spreken. Maar ik blijf het zo doen, omdat ik veel Duitstalige vrienden heb, die in de loop der jaren min of meer met mij mee op weg zijn gegaan. En als ik echt over antroposofie spreek, zoals ik dat in deze video’s doe, dan spreek ik Duits. En helemaal slecht is mijn Duits natuurlijk ook niet. We gaan verder met de uiteenzettingen van Rudolf Steiner in zijn boek Theosofie over reïncarnatie en karma.

Gedachten Hebben Geen Kracht

Ik heb de vorige keer een pleidooi gehouden voor het feit dat gedachten kracht hebben. En ik zou dat vandaag willen tegenspreken. Ik geloof sowieso dat het goed is om jezelf regelmatig tegen te spreken, maar het is nu ook wel nodig. Ik reageer daarmee ook op een aantal reacties die er gekomen zijn, ook per e-mail wat ik altijd heel interessant vind en dat helpt ook echt om het onderwerp verder gestalte te geven. Dus ik bedank iedereen hartelijk voor de reacties die er altijd verschijnen, ik lees ze ook altijd. Gedachten hebben geen kracht. Gedachten zijn spiegelingen van iets wat ooit werkelijk was, maar wat nu min of meer vervalt tot een schijnspiegeling. En dan kun je zeggen, ja goed, dat zeg jij nou, maar wie bewijst mij dat, dat dat zo is? Nou ja, dat kun je jezelf al bewijzen. Wanneer je echt goed gaat kijken naar wat nou eigenlijk in jouw gedachten werkelijk is, dan vind je in feite, nou ik wil niet zeggen helemaal niets, maar dan vind je geen dichte, aanraakbare, werkzame activiteit, zoals je die in handelingen bijvoorbeeld hebt. Daarom heeft iemand die dan zegt, nou ja, gedachten alleen zijn niet genoeg, er moeten ook daden zijn, helemaal gelijk. Want als je meent dat je alles alleen maar met gedachten zou kunnen doen, dan heb je toch niet goed gekeken naar wat gedachten nu eigenlijk precies zijn. Ze zijn zoiets als een spiegelbeeld. En dan moet je je maar voorstellen, als je voor de spiegel gaat staan, dan zie je in de spiegel je spiegelbeeld, maar je voelt je werkelijkheid voor de spiegel.